Op de Etna wordt alles gemeten: de trillingen, de gassen, de vervormingen van de grond, de as die de kleur verandert van de auto’s die aan de voet van de vulkaan geparkeerd staan. De oorspronkelijke vraag, die over zijn geboorte, bleef glibberiger. Nu probeert een onderzoek, ondertekend door onderzoekers van de Universiteit van Lausanne samen met Anna Rosa Corsaro van de Ingv van Catania, orde te scheppen daar, op het punt waar het verhaal begint, en doet dit met een hypothese die de oorsprong van de Etna een profiel geeft dat vrijwel zonder tweelingen in de wereld bestaat.
Het sterke idee ligt volledig in deze leemte: de Siciliaanse vulkaan zou gevormd kunnen zijn met een mechanisme dat lijkt op dat van de petit-spots, kleine onderwatervulkanen die in 2006 voor het eerst in Japan werden waargenomen en beschreven. De sprong heeft hier iets verontrustends. Petit-spots geven meestal aanleiding tot kleine, lage, bijna marginale structuren. De Etna daarentegen barst meerdere keren per jaar uit, steekt meer dan 3.000 meter boven de zeespiegel uit en is al ongeveer 500.000 jaar actief.
Kanva
Om de oorsprong van de Etna te begrijpen gingen ze een half miljoen jaar terug
Tot nu toe heeft de geologie grote vulkanen binnen drie hoofdkaders geïnterpreteerd: vulkanen die ontstaan langs de randen waar de platen zich scheiden, vulkanen die verband houden met subductie, d.w.z. het zinken van de ene plaat onder de andere, en vulkanen die verband houden met hotspots, de diepe opkomst van zeer heet mantelmateriaal, zoals op Hawaï gebeurt. De Etna loopt met een zekere koppigheid van alle drie weg. Het ligt dicht bij een subductiezone, maar de lava vertoont chemische affiniteiten die doen denken aan vulkanisme tussen de platen. Een dergelijke combinatie heeft de vraag altijd open gehouden.
Om deze knoop te ontrafelen analyseerde de onderzoeksgroep lavamonsters die de hele geschiedenis van de vulkaan bestrijken, van de beginfase tot het heden. Het spoor dat naar voren komt heeft zijn eigen helderheid: de samenstelling van het magma van de Etna bleef over het algemeen stabiel, ook al veranderde het tektonische raamwerk rond Sicilië. In zo’n lange geschiedenis weegt een dergelijke continuïteit zwaar, omdat het duidt op een aanhoudende diepe bron en een voedingsmechanisme dat in de loop van de tijd consistent is gebleven.
Hier opent zich het meest interessante deel, zelfs voor degenen die van ver naar de geologie kijken. Volgens de auteurs zou de Etna gevoed worden door kleine hoeveelheden magma die al aanwezig zijn in de bovenmantel, in een band die verbonden is met de zogenaamde Low Velocity Zone, de contactzone tussen de lithosfeer, d.w.z. het stijve externe deel van de aarde, en de asthenosfeer, die meer plastisch en mobiel is. Dat magma wordt niet gevormd op het laatste moment vóór de uitbarsting: het blijft daar, opgehoopt in kleine fracties, en wacht tot de dynamiek van de platen de weg ervoor vrijmaakt.
De studie plaatst dit diepe reservaat ongeveer 80 kilometer onder het oppervlak. Naar boven duwen zouden de tektonische bewegingen zijn die verband houden met de botsing tussen de Afrikaanse en Euraziatische platen, met breuken en plooien die als ontsnappingsroutes fungeren. De onderzoekers gebruiken ook een heel concreet beeld: een soort knijpen, zoals wanneer opgesloten vloeistof uit een spons komt. Binnen dat mechanische gebaar ligt, veel meer dan bij een klassieke beklimming vanaf een hotspot, de sleutel om te begrijpen hoe deze vulkaan in de loop van de tijd is gebouwd.
Door deze lezing kunnen we ook twee stukken bij elkaar houden die tot nu toe ongemakkelijk naast elkaar waren. Aan de ene kant woont de Etna dichtbij een subductiezone; aan de andere kant barst het alkalische lava uit die rijk is aan vluchtige stoffen en die weinig gelijkenis vertoont met klassieke boogvulkanen en veel meer met andere soorten systemen. Het nieuwe model probeert deze anomalie één geheel te geven en verbreedt de discussie ook naar het Hyblaean-plateau, dat wil zeggen naar een ouder vulkanisme in het oosten van Sicilië, dat in hetzelfde geodynamische verhaal terecht zou kunnen zijn gekomen.
Een vierde categorie vulkanen blijft een voorzichtig spoor
De auteurs zelf houden het voorwaardelijk, zoals het hoort als het over aardwetenschappen en diepgaande processen gaat. Maar de verandering van perspectief is er allemaal. De Etna zou tot een vierde familie van vulkanen kunnen behoren, die nog steeds weinig bekend is en precies verband houdt met het petit-spot-mechanisme. Het zou in alle opzichten een enorm geval zijn: een gigantisch aards vulkanisch systeem dat geboren werd met een logica die tot nu toe voornamelijk in kleine onderwatergebouwen werd waargenomen.
De reikwijdte van de ontdekking gaat verder dan de charme van het unieke geval. Een beter begrip van waar het magma vandaan komt en van welke omstandigheden het transport naar de oppervlakte afhangt, helpt ook om de interpretatie van de frequente uitbarstingen van de Etna te verfijnen en daarmee de beoordeling van het vulkanische risico, een onderwerp dat het dagelijks leven van honderdduizenden mensen op Sicilië aangaat. De krant herinnert eraan dat de vulkaan tussen 1986 en 2021 meer dan 240 aanvallen registreerde, met een directe impact op een zwaar bewoond gebied van zijn natuurlijke periferie.
De Etna blijft daar, zoals altijd, voor ieders ogen. Alleen nu lijkt de berg iets minder opvallend. Onder die donkere massa van lava, sneeuw en as had het magma heel lang kunnen blijven wachten, al op de juiste plek aanwezig, klaar om op te stijgen zodra de aarde het een opening gunde. Onder die berg was het vuur blijkbaar al aanwezig. Hij wachtte maar op één manier.
Mogelijk bent u ook geïnteresseerd in:
