De geschiedenis kiest zo nu en dan bijna offensieve manieren om weer aan de oppervlakte te komen. In Maastricht was een vloer die bezweek in de Sint-Pieter-en-Pauluskerk, in de wijk Wolder, voldoende om een verhaal te heropenen dat eeuwenlang tussen archief, legende en literatuur had geschorst. Onder de tegels ontstond een begrafenis. Binnenin een skelet. Ernaast een zeventiende-eeuwse Franse munt en fragmenten van musketlood. Vanaf dat moment kwam de naam bijna vanzelf: D’Artagnan.
Het punt moet echter vanaf het begin duidelijk blijven, omdat er in deze verhalen heel weinig nodig is om de grens tussen wat fascineert en wat bewezen is te laten vervagen. De archeologen van Maastricht spreken van een sterke, zeer serieuze, zeer suggestieve hypothese, gebouwd op concrete aanwijzingen en op een jarenlang gevolgd historisch spoor. Zekerheid blijft echter afhankelijk van de wetenschappelijke verificatie die nog gaande is.
Een verzakking van de vloer
De echte naam van het personage is Charles de Batz de Castelmore, de Franse soldaat die Alexandre Dumas later zou veranderen in de held van Drie Musketiers. Hij diende de Franse monarchie, werd kapitein-luitenant van de musketiers en sneuvelde tijdens het beleg van Maastricht, op 25 juni 1673, getroffen door een musketkogel. Zijn figuur is sindsdien opgeschort op het punt waarop de gedocumenteerde geschiedenis en de populaire mythe elkaar blijven tegenwerken.
Het was al enige tijd bekend dat hij in Maastricht was overleden. Veel minder duidelijk was echter het lot van het lichaam. In de Nederlandse stad circuleerde al jaren de hypothese dat D’Artagnan in de Wolderkerk of in de directe omgeving ervan begraven was. Zelfs de officiële website van Visit Maastricht maakte er al vóór de ontdekking melding van: er waren diverse pogingen ondernomen om het graf te lokaliseren, zonder tot iets beslissends te komen. Het verschil ligt deze keer in het feit dat het land werkelijk een begrafenis opleverde die verenigbaar was met dat verhaal.
De positie van het lichaam weegt veel. Het graf bevond zich vlakbij het altaar, dus in een gebied met prestige en een sterke symbolische waarde, een detail dat logisch is als je nadenkt over de rang van de man die je zoekt. Reuters meldt ook dat een hedendaagse bron zijn graf in gewijde grond plaatste. Samen met de plek, de context en de gevonden voorwerpen naast de overblijfselen krijgt de reconstructie een eigen materiële stevigheid. Hier trekt de mythe zich even terug en laat ruimte voor het meer concrete deel van de zaak: botten, metaal, lood, kerk, datering.
Het beslissende punt blijft DNA
Het genetische monster verkregen uit het skelet werd naar een laboratorium in München gestuurd om te worden vergeleken met dat van een vaderlijke afstamming die verband hield met de familie de Batz. Het is de stap die een sensationele ontdekking kan omzetten in een echte identificatie. En het is ook de stap die de meeste voorzichtigheid van allemaal vereist, omdat wetenschap van nature voortgaat door bevestiging en niet door enthousiasme.
Voorzichtigheid komt overigens ook van Franse historici die D’Artagnan al jaren bestuderen. De NOS heeft de reacties verzameld van specialisten en biografen die de Maastrichtse voorsprong als zeer logisch en zelfs spannend beschouwen, en ons er samen aan herinneren dat DNA alleen misschien niet voldoende is om de zaak definitief af te ronden. Jean-Christian Petitfils, die al tientallen jaren aan de figuur van D’Artagnan werkt, wees erop dat de mannelijke afstamming marges van onzekerheid biedt en dat het nuttig zou zijn om eventuele verificaties ook te vergelijken met de moederlijn van Montesquiou. Met andere woorden: de hypothese houdt stand. De laatste stempel ontbreekt nog.
Toch blijft de historische logica van het plaatselijke graf zeer sterk. D’Artagnan stierf tijdens een belegering, in de zomer, ver van Parijs en in een ingewikkelde militaire context. Het vervoeren van het lichaam naar Frankrijk zou moeilijk zijn geweest. Bovendien lag de kerk van Wolder vlakbij het koninklijk kamp van Lodewijk XIV, wat een snelle, eervolle en gewijde begrafenis aannemelijk maakt voor een man die zo dicht bij de koning stond. Zelfs de door de NOS aangesproken historicus Odile Bordaz omschrijft dit spoor als een zeer logische hypothese.
Hier ligt het meest interessante deel van het verhaal, tenminste zoals het vandaag de dag weerklank vindt. Eeuwenlang overleefde D’Artagnan vooral als literair figuur, als denkbeeldig lichaam, als een naam die sterker was dan het vlees dat hem tot de oorlog bracht. Nu is het de beurt aan het laboratorium. Onder de vloer van een kerk in Maastricht is echter al een zeventiende-eeuwse begrafenis aan het licht gekomen.
Mogelijk bent u ook geïnteresseerd in:
