Vanaf 2028 zullen de eigenaren van sommige benzine- en dieselstations tot 60.000 euro kunnen vragen om de oude fabriek te sluiten en een snellaadstation of een distributiepunt voor biobrandstoffen te openen. De bijdrage bedraagt maximaal de helft van de kosten en mag tevens de veiligheid van de tanks, de aansluiting op het elektriciteitsnet en eventuele opslagsystemen financieren.
De maatregel is vervat in het jaarlijkse wetsontwerp Markt en Mededinging 2026, goedgekeurd door de Ministerraad op 23 juli. Het ministerie van Milieu en Energieveiligheid heeft een fonds van 120 miljoen euro aangekondigd, verdeeld tussen 2028 en 2030. Er kan echter nog steeds geen aanvraag worden ingediend. De DDL moet door het Parlement worden goedgekeurd en kan tijdens onderzoek door de Kamers veranderen. Na inwerkingtreding zullen de besluiten met voorwaarden, termijnen en toegangsmodaliteiten nodig zijn.
De helft van de kosten, waarbij de werkzaamheden in 2028 klaar moeten zijn
De DDL omvat wegfaciliteiten die open zijn voor het publiek en die benzine en diesel distribueren. Voor systemen die op LPG en methaan rijden, is de bijdrage beperkt tot systemen in woonwijken. De uitkering dekt maximaal 50% van de gemaakte kosten. Om de volledige 60.000 euro binnen te halen zal het project dus minimaal 120.000 euro moeten kosten.
De sluiting van de oude distributeur, het verwijderen van residuen uit de tanks, het inert maken ervan en de installatie van de nieuwe infrastructuur zullen financierbaar zijn. Voor elektrische stations is per laadinfrastructuur een vermogen gelijk aan of groter dan 90 kW nodig. Ook elektrische onderstations, kabelgoten, netaansluitingen en opslagsystemen zijn in de kosten inbegrepen. Het project moet uiterlijk 31 december 2028 voltooid zijn.
De bijdrage wordt pas betaald na voltooiing van de gehele interventie, vanaf de ontmanteling tot de aanleg van de nieuwe infrastructuur. In het geval van elektrisch kan het laadstation zich ook in een ander gebied bevinden dan waar de oude pompen stonden. Voor laadstations zal de bijdrage cumulatief zijn met andere stimuleringsmaatregelen voor nieuwe laadinfrastructuur, binnen de grenzen van de daadwerkelijk gemaakte uitgaven.
Voor biobrandstoffen spreekt de DDL in het algemeen van vloeibare of gasvormige producten. De toeleveringsketens kennen echter zeer verschillende ecologische evenwichten. De Europese Commissie bevordert de verschuiving naar geavanceerde brandstoffen geproduceerd uit duurzame grondstoffen en beperkt het gewicht van brandstoffen gemaakt uit voedselgewassen, waardoor de landbouwproductie kan verschuiven naar bossen, veengebieden en ander koolstofrijk land. Het woord ‘organisch’ bestrijkt vele wegen, sommige beslist langer dan andere.
Hoe de 120 miljoen verdeeld zijn
Het ministerie van Milieu heeft 40 miljoen euro per jaar aangekondigd in 2028, 2029 en 2030. De middelen zullen komen uit de opbrengst van de veilingen van CO2-emissiequota in 2026. De 120 miljoen geven de totale dotatie van het fonds aan. De plafonds voor bijdragen aan de werken bedragen in totaal 112 miljoen: 37 miljoen in 2028, nog eens 37 in 2029 en 38 miljoen in 2030.
In plaats daarvan zal tot 8 miljoen euro een compensatie kunnen financieren voor managers die niet bij de getransformeerde distributeur willen blijven werken. In feite kunnen de eigenaar en manager verschillende mensen zijn. De vergoeding zal oplopen tot 20.000 euro en zal rekening houden met de duur van het contract en de gedane investeringen. De kosten voor het beheer van het fonds, toevertrouwd aan Acquirente Unico, zullen eveneens uit hetzelfde dotatiebedrag worden gehaald, met een maximum van 3%. Die 120 miljoen komen dus niet allemaal overeen met bijdragen voor bouwplaatsen.
In de interne ruimtes blijven de oude pompen staan
In de gebieden die zijn opgenomen in de Nationale Strategie voor Interne Gebieden zal de transformatie een andere regel volgen. De distributeur zal benzine, diesel, LPG of methaan moeten onderhouden en een laadstation of een biobrandstofsysteem moeten toevoegen. De maximale bijdrage daalt naar 30 duizend euro. De regel dient om te voorkomen dat de reconversie een van de weinige overgebleven bevoorradingspunten in minder bevolkte gebieden elimineert. De uitvoeringsbesluiten zullen nadere voorwaarden moeten stellen om netwerkstoringen, ook op de kleinere eilanden, te voorkomen.
Vanaf 2028 kan ook LPG als alternatief gelden
Wie een nieuw tankstation wil openen, zal vanaf 1 januari 2028 minimaal één alternatief voor benzine of diesel alleen moeten aanbieden. Tot deze alternatieven behoren echter ook LPG en aardgas. Het Ministerie van Bedrijfsleven en Made in Italy presenteert de maatregel als een stap in de richting van alternatieve oplossingen voor fossiele brandstoffen. De DDL verwijst naar de definitie van de Europese Verordening inzake infrastructuur voor alternatieve brandstoffen, die elektriciteit, waterstof en hernieuwbare bronnen omvat, samen met enkele fossiele brandstoffen die als overgangsfase worden beschouwd.
De lijst omvat LPG, gecomprimeerd aardgas, vloeibaar aardgas en synthetische brandstoffen geproduceerd met niet-hernieuwbare energie. Met deze formulering zou een nieuwe distributeur aan de verplichting van 2028 kunnen voldoen, zelfs zonder een laadstation te installeren of een hernieuwbare brandstof te distribueren. De deur naar het woord ‘alternatief’ is breder dan de verklaring suggereert. Deze definitie heeft betrekking op nieuwe vergunningen. De bijdrage van maximaal 60 duizend euro heeft een beperktere omvang en financiert alleen elektrisch laden of de distributie van biobrandstoffen.
De DDL bepaalt ook dat de vergunningen uitdrukkelijk worden afgegeven binnen 90 dagen, na verificatie van de economische en organisatorische capaciteit van de exploitant, de regelmatigheid van de bijdragen, de toepassing van arbeidsovereenkomsten en de afwezigheid van anti-maffiabelemmeringen.
Vóór de vragen hebben we nog steeds het Parlement nodig
De DDL sluit van bijdragen de installaties uit die vallen onder de onverenigbaarheidsvoorwaarden die zijn vastgesteld door de mededingingswet van 2017. Daarnaast wordt de tekst verplaatst naar 31 december 2028, de uiterste termijn waarbinnen centrales die hun activiteiten definitief stopzetten, gebruik kunnen maken van de vereenvoudigde ontmantelingsprocedure. Door de verlenging worden onverenigbare planten niet nog eens vier jaar lang actief: de twee bepalingen hebben betrekking op verschillende gevallen.
De operationele regels voor bijdragen moeten binnen 60 dagen na de inwerkingtreding van de wet arriveren. Het tijdschema zal strak zijn: eind 2028 moeten de centrales zijn getransformeerd, terwijl de middelen tot 2030 zullen worden verdeeld. De concrete waarde van de maatregel ligt in het werk dat ermee kan worden betaald: tanks veilig stellen, aansluitingen op het netwerk en snelladen op plekken waar automobilisten al gewend zijn te stoppen. De deadline voor het voltooien van de interventies is al vastgesteld op 31 december 2028. De regels voor het aanvragen van bijdragen moeten echter nog worden geschreven.
