In 2020 heeft de Europese Unie ongeveer 8 miljard euro aan middelen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) toegewezen aan de productie van rundvlees en schapenvlees met een hoge uitstoot. Slechts 14 miljoen ging naar peulvruchten – zoals linzen en bonen, dus 580 keer meer voor vlees en lamsvlees dan voor plantaardige eiwitten met een lage impact.
Als je naar de zuivelsector kijkt, is het niet beter: 16 miljard euro vergeleken met slechts 29 miljoen euro voor gedroogd fruit en zaden, ongeveer 500 keer meer. Over het geheel genomen heeft de EU in 2020 drie keer meer subsidies gericht op vlees en zuivelproducten dan op plantaardig voedsel, waarbij 77% van de GLB-middelen (39 miljard van de 51) naar productie met hoge emissies ging.
Dit zijn de gegevens die uit het nieuwe rapport naar voren komen “GLB op het kruispunt” van de organisatie Foodrise, die een zeer onevenwichtige verdeling van overheidsgelden fotografeert: vlees en melk hebben ruim tien keer meer subsidies gekregen dan groenten en fruit en zestien keer meer dan granen.
Een klimaat- (en gezondheids-)paradox
Het beeld wordt zelfs nog kritischer als we kijken naar de gevolgen voor het milieu. Voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong zijn volgens schattingen verantwoordelijk voor 81-86% van de klimaatveranderende emissies die verband houden met de Europese voedselproductie, ondanks dat ze ongeveer 32% van de calorieën en 64% van de eiwitten leveren die in de EU worden geconsumeerd.
Vooral rundvlees kan per gram eiwit 21 tot 62 keer meer uitstoot genereren dan peulvruchten. Toch verbeteren peulvruchten niet alleen een kleinere ecologische voetafdruk, maar verbeteren ze ook de bodemvruchtbaarheid dankzij stikstofbinding en brengen ze gezondheidsvoordelen met zich mee.

Het is daarom niet verrassend dat er de afgelopen jaren steeds meer oproepen zijn geweest om het GLB te hervormen om de transitie naar gezonde en duurzame voeding te ondersteunen, met een vermindering van de intensieve landbouw. Tot de stemmen die oproepen tot een koerswijziging behoren de Europese Rekenkamer, de Wereldbank en de EAT-Lancet Commissie.
Het GLB 2028-2034: kans of gemiste kans?
Dit jaar worden de Europese besluitvormers opgeroepen om het gebruik van publieke middelen voor de periode 2028-2034 te definiëren. Het risico, zo meldt Foodrise, is dat vlees en zuivelproducten het grootste deel van de middelen blijven ontvangen.
Volgens Martin Bowman, de campagnemanager van de organisatie, is het ‘schandalig’ dat miljarden euro’s van de belastingbetaler een productie met hoge emissies ondersteunen, de Europese eetgewoonten verstoren en indruisen tegen de klimaat- en gezondheidsdoelstellingen van de EU.
Onder de ingediende voorstellen:

De voordelen van een plantaardige doorbraak
De adoptie van de zogenaamde Planetair gezondheidsdieet in landen met een hoog inkomen zou het de landbouwuitstoot met wel 61% kunnen verminderen. En dat niet alleen: het zou een minder afhankelijkheid van import betekenen, minder gebruik van kunstmest (tot -25%), minder sterfgevallen als gevolg van luchtvervuiling en een aanzienlijke vermindering van sommige vormen van kanker.
Ondertussen groeit de Europese markt voor plantaardige producten snel en zou tegen 2030 de waarde van 83 miljard dollar kunnen overschrijden, met honderdduizenden potentiële banen in de alternatieve eiwitsector.
De strategische dialoog van 2024 over de toekomst van de EU-landbouw heeft de trend naar een meer plantaardig dieet al onderkend en noemt het “cruciaal” om deze te ondersteunen.
Het GLB staat op een kruispunt. Ga door met het financieren van een landbouwmodel dat weegt op het klimaat, de biodiversiteit en de gezondheid, of investeer in een voedselsysteem dat Europa kan voeden zonder de toekomst in gevaar te brengen. De keuze is deze keer politiek. En het raakt ons allemaal.
HIER is het volledige rapport.
