De telefoon trilt, het scherm licht op, de post is daar. Een foto gekozen uit twaalf vrijwel identieke foto’s, een zin die net genoeg is opgeschoond, misschien een persoonlijk detail dat met een natuurlijke uitstraling is weggelaten. Vanaf dat moment begint het gebruikelijke kleine theater van de sociale media: degenen die kijken, degenen die liken, degenen die commentaar geven, degenen die doorgaan met doen alsof ze een leven leiden. Binnen dat ogenschijnlijk triviale gebaar kan echter iets interessanters naar voren komen dan de simpele behoefte aan goedkeuring. Voor sommige mensen met trekken van narcisme op sociale media lijkt de post al te beginnen met een zekerheid: het zal geliefd worden, het zal aantrekken, het zal effect hebben.

In een onderzoek uit 2026 werd een groep van 154 deelnemers tien dagen lang gevolgd met een dagelijkse dagboekmethode: iedere dag vertelden de betrokkenen over hun meest recente post, hoe positief of negatief die was, hoeveel ze hadden geprobeerd een goede indruk op te bouwen en welke sociale effecten ze dachten te hebben bereikt. Nabijheid tot anderen, ontvangen aandacht, onderhouden van bestaande relaties, mogelijkheid om nieuwe relaties te openen. Allemaal heel alledaags, dus heel onthullend. Het verzamelde materiaal suggereert dat bij narcisme de post zelf er vaak minder toe doet en dat de manier waarop de persoon die de post publiceert, zich voorstelt dat deze zal worden gelezen veel belangrijker is.

Voorzichtigheid is hier meteen geboden, zonder dat er een witte jas aan de deur hangt. Het onderzoek heeft betrekking op narcistische kenmerken in de algemene bevolking, die in verschillende mate aanwezig zijn, buiten het bereik van de klinische diagnose van een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Vertaald naar het dagelijks leven: we praten over trends, stijlen, verwachtingen, manieren van online relaties. Het voer wordt in die zin een soort badkamerspiegel met goed licht. Hij geeft je iets terug, maar hij doet het altijd met een ietwat sluwe invalshoek.

De post als spiegel

Sociale media bieden een zeer handig terrein voor degenen die op zoek zijn naar aandacht en bewondering. Ze stellen je in staat om met veel mensen te communiceren, te kiezen wat je wilt laten zien, de slechte foto eruit te halen, de meest flatterende foto te publiceren, te wachten op een vrijwel onmiddellijke reactie in de vorm van likes, reacties, antwoorden, views. Het pakket is perfect voor wie zich graag op de juiste manier bekeken voelt. Er is nog een ander detail: mensen met sterke narcistische trekken hebben vaak de neiging de voorkeur te geven aan grote en lichte sociale netwerken, die eerder uitgebreid dan intiem zijn. Veel contacten, veel mogelijkheden voor de eerste impact, minder inspanning van een diepe relatie, die aanwezigheid, luisteren, continuïteit en helaas geen Valencia-filter vereist.

Het onderscheid dat in het onderzoek wordt gebruikt, is gebaseerd op het model van narcistische bewondering en narcistische rivaliteit. De eerste kant betreft de poging om op de tafel in de virtuele kamer te gaan staan ​​en op je best gezien te worden: charme, zelfvertrouwen, briljant imago, verlangen om speciaal over te komen. De tweede volgt een ruwer pad: anderen devalueren, hen als rivalen beschouwen en zich defensiever en vijandiger opstellen. Het model onderscheidt deze twee dimensies omdat ze samen kunnen zijn, maar zeer verschillende sociale gevolgen met zich meebrengen.

Dit verschil weegt zwaar door bij het invoeren van het voer. Uit het onderzoek blijkt dat mensen met een hoger niveau van narcistische bewondering de neiging hadden om positievere inhoud te posten en bewuster een positieve presentatie van zichzelf te construeren. Kortom, ze lieten de heldere versie zien: degene die de goede kant weet te kiezen, de briljante toon, het fragment van het leven dat aangenaam genoeg is om te delen zonder al te wanhopig bestudeerd te lijken. Narcistische rivaliteit volgde in plaats daarvan de tegenovergestelde richting: minder positieve inhoud, minder investeringen in het opbouwen van een goede indruk, een hardere houding ten opzichte van de sociale omgeving.

Het meest interessante deel komt na publicatie. Degenen die meer narcistische bewondering toonden, dachten dat hun berichten hielpen bij het aangaan van nieuwe relaties. Het merkwaardige is dat deze verwachting weinig leek af te hangen van de daadwerkelijke moeite die werd gedaan om een ​​goede indruk te maken. Zelfs als de bewuste inspanning beperkt was, bleef het geloof in een positief effect op anderen bestaan. Alsof de impliciete redenering was: ik vind mezelf leuk, dus er gaat toch wel iets voorbij. Een soort persoonlijk parfum dat op de post wordt gespoten, ook al heeft de post gewoon een willekeurig onderschrift en fatsoenlijke verlichting.

Wie verwacht applaus

Narcistische bewondering werkt als volgt: het zoekt bevestiging en anticipeert daar vaak op. Nog voordat iemand reageert, lijkt er al rekening te zijn gehouden met het gewenste effect. De post wordt een kleine showcase van jezelf, een generale repetitie van charme. Degenen die het publiceren, denken dat ze interessant, aantrekkelijk en briljant kunnen zijn, en in staat om sociale deuren te openen. In sommige gevallen kan het zelfs daadwerkelijk gebeuren, althans tijdens de eerste contacten. Eerder onderzoek heeft deze dimensie vaak in verband gebracht met gunstiger eerste indrukken: het briljante narcisme, het verleidelijke, degene die de kamer binnenkomt en erin slaagt een tijdje bekeken te worden.

Narcistische rivaliteit daarentegen brengt een andere sfeer op de post. Mensen met deze eigenschap hadden de neiging ergere gevolgen te verwachten: de gepubliceerde inhoud zou de mogelijkheid om nieuwe relaties aan te gaan kunnen schaden en zelfs bestaande relaties onder druk kunnen zetten. Ook hier gaat het meest subtiele feit over de kloof tussen inhoud en interpretatie. Deze negatieve verwachtingen leken naar voren te komen, ongeacht hoeveel moeite er werd gedaan om zichzelf goed te presenteren. Het probleem verschuift dan van de foto of de zin naar de lens waardoor de persoon het effect ervan op anderen bekijkt.

Alleen qua uiterlijk is het een kleine stap. We zijn gewend om sociale media te beschouwen als het domein van de strategie: ik publiceer dit om zo te verschijnen, ik schrijf dat om die reactie te krijgen, ik verwijder een verhaal omdat maar weinig mensen het hebben gezien. De studie suggereert een ongemakkelijker tafereel. Soms komt de verwachting vóór de strategie. Iemand die ervan overtuigd is dat hij of zij aardig gevonden wordt, beschouwt zijn/haar bericht als potentieel winnend. Een vijandiger of wantrouwiger persoon kan zich een koude, negatieve, weerzinwekkende uitkomst voorstellen. In het midden bevindt zich de inhoud, die de hoofdrolspeler zou moeten zijn en in plaats daarvan het risico loopt een figurant te zijn.

Het hoofd vóór het voer

Narcisme op sociale media gaat vanuit deze invalshoek minder over selfie-ijdelheid en meer over de manier waarop iedereen met een kant-en-klare voorspelling het digitale plein betreedt. Narcistische bewondering zegt: ze zullen mij opmerken. Narcistische rivaliteit zegt: het zal slecht zijn, ze zullen me slecht lezen, ze zullen me afwijzen. Het zijn twee verschillende bewegingen, bijna tegengesteld, maar toch vertrekken ze vanuit dezelfde behoefte om de eigen waarde te reguleren door de blik van anderen.

Er blijft een belangrijke beperking bestaan: het onderzoek mat de percepties van de deelnemers, dus wat ze dachten dat ze uit hun posten hadden gehaald. Hij mat de subjectieve indruk, in plaats van de daadwerkelijke reactie van het publiek. Dit detail verandert veel. Iemand denkt misschien dat hij indruk heeft gemaakt en tijdens een koffiepauze slechts drie afgeleide likes van collega’s heeft ontvangen. Een ander kan zich kilheid voorstellen en in plaats daarvan iets volkomen normaals hebben gepubliceerd, door anderen ontvangen met dezelfde neutrale aandacht die we reserveren voor de zevende zonsondergang van de week.

Hier komt een breder thema om de hoek kijken: op sociale media gaapt er vaak een kloof tussen het effect dat we denken te hebben en het effect dat we daadwerkelijk op anderen achterlaten. Eerdere onderzoeken op Facebook hebben bijvoorbeeld aangetoond dat mensen met een laag zelfbeeld het platform als een veiliger plek beschouwden om zich te openen, maar dat ze de neiging hadden om minder positieve en meer negatieve inhoud te delen, wat resulteerde in minder gunstige sociale reacties van degenen die het lazen. Zelfs daar leek de belofte van het medium eenvoudig: ik kan mezelf eindelijk uiten. Het praktische resultaat werd nog vertekend: ik geef mezelf bloot, maar anderen zien mij slechter.

Hetzelfde kan gebeuren met overmatige geconstrueerde positiviteit. Mensen kijken met een zeker wantrouwen naar overdreven gepolijste posts. Het leven wordt altijd goed weergegeven, altijd helder, altijd “gecentreerd”, lijkt op de lange termijn op een hotelkamer: schoon, geurig, zonder echte sporen. Soms voelen we ons dichter bij degenen die iets publiceren dat minder sober, gewoner en menselijker is. Een rommelige tafel, een half geslaagde dag, een zin zonder make-up. Het perfecte voer kan de aandacht trekken. Het scheve detail houdt vaak tegen.

Een like is niet genoeg

De studie helpt ook een zeer handige karikatuur te verkleinen: die van de sociale narcist als een monolithisch personage, altijd zelfverzekerd, altijd ijdel, altijd bereid om zichzelf in de camera aan de voorkant te bekijken. De psychologische realiteit is grilliger. Bewondering en rivaliteit kunnen naast elkaar bestaan, elkaar afwisselen en verschillende effecten in relaties hebben. De ene partij zoekt applaus, de andere vreest de confrontatie. Het ene deel wil schitteren, het andere deel ziet overal rivalen. De post wordt op dat moment slechts het zichtbare punt van een interne beweging die veel ouder is dan de telefoon.

Dit geldt ook voor degenen die observeren. Geconfronteerd met een zeer briljante post kunnen we denken aan een zelfverzekerd, vastberaden persoon, vol leven. Geconfronteerd met een hardere post kunnen we agressie, afstand, zwaarte lezen. In beide gevallen zien we een fragment, vaak gekozen, vaak gefilterd, vaak geschreven op een specifiek moment van de dag. Sociale media comprimeren mensen in oppervlakken. Dan doen wij de rest, met een snelheid die een middeleeuws hof zou doen verbleken.

Het sleutelwoord blijft dus verwachting. Wie publiceert, brengt een idee van zichzelf en een voorspelling over anderen naar de post. Degenen die kijken, brengen hun eigen vooroordelen, hun eigen vermoeidheid, hun eigen vergelijkingshonger, hun eigen irritatie van de digitale postwachtrij met zich mee. Narcisme op sociale media glipt precies daar weg, in de ruimte tussen wat wordt getoond en wat men denkt te veroorzaken.

Dit is de reden waarom de resultaten moeten worden gelezen zonder ze om te zetten in diagnoses uit Instagram-commentaren. Zeggen dat iemand zijn of haar posten zorgvuldig in de gaten houdt, aandacht zoekt of positieve reacties verwacht, betekent dat hij gedrag beschrijft, en niet dat hij een klinisch dossier opent. Het onderzoek werpt echter een nuttige lens op een inmiddels normale gewoonte: we publiceren iets en bouwen meteen een verhaal op over de reactie van anderen. We vertellen onszelf dat we aardig gevonden werden, dat we genegeerd werden, dat iemand het begreep, dat iemand ons veroordeelde. Vaak stonden de anderen ondertussen gewoon op de bus te wachten.

De feed blijft scrollen. De post blijft daar, beleefd, tussen katten, vakanties, verontwaardigingen, pastaborden, zonsondergangen en levensaankondigingen. Wie het ook heeft gepubliceerd, mag er nog naar kijken, de reacties checken, op zoek gaan naar een signaal. Er komt een like, en dan nog een. Voor sommigen is het een streling. Voor iemand anders een testje. Voor nog anderen wordt slechts een duim omhoog gegeven met een met aardappel besmeurde vinger.
Mogelijk bent u ook geïnteresseerd in: