Jessika Roswall, Europees commissaris voor Milieu, verscheen op 27 november in de perszaal van het Berlaymontpaleis in Brussel, gekleed in een jurk van houtvezels. Om haar heen een badkuip, een bank, cosmetica van zeewier. Het is geen duurzame modeshow, maar de presentatie van de nieuwe Europese strategie voor de bio-economie. De boodschap is duidelijk: biologische materialen zijn geen ecologische folklore, ze zijn al een industriële realiteit. En Brussel wil het gebruik ervan vermenigvuldigen.

De bio-economie van de EU: cijfers en potentieel

De cijfers spreken voor zich. In 2023 heeft de Europese bio-economie 2.700 miljard euro verplaatst en werk gegeven aan 17,1 miljoen mensen, ongeveer 8% van de werknemers in de Unie. Elke directe positie genereert drie indirecte posities. Toch is volgens de Commissie “het nog onaangeboorde potentieel enorm”. Om dit te ontsluiten belooft Roswall bindende doelstellingen voor biogebaseerde producten, een industriële alliantie ter waarde van 10 miljard euro tegen 2030 en snellere autorisaties voor startups in de sector.

Strategie en prikkels

De strategie identificeert prioritaire markten: kunststoffen, textielvezels, chemicaliën, meststoffen, bouwmaterialen, bioraffinaderijen. Allemaal sectoren waar fossiele alternatieven nog steeds domineren, maar waar biologische oplossingen technologisch al volwassen zijn. Algen leveren stoffen voor medicijnen en cosmetica. Biobased plastics komen terecht in verpakkingen en auto-onderdelen. Land- en bosbouwresten worden grondstoffen voor de chemische industrie.

“Dit alles heeft betrekking op groei, het koolstofvrij maken en de werkgelegenheid in Europa”, benadrukt de commissaris voor Milieu. Het plan omvat een vereenvoudigd regelgevingskader dat circulaire modellen beloont, enorme publieke financiering en een toegewijde particuliere investeringsgroep. Europa is voor 90% zelfvoorzienend in het aanbod van biomassa. Het doel is om deze in stand te houden, de bronnen te diversifiëren en afval en bijproducten te valoriseren.

Duurzaamheid en circulariteit

Maar er is een cruciaal probleem: duurzaamheid. Bio-energie vertegenwoordigt meer dan de helft van het verbruik van hernieuwbare energiebronnen in de gemeenschap, maar het Europees Milieuagentschap heeft al alarm geslagen over de risico’s voor de biodiversiteit, ecosystemen en koolstofputten. De Commissie reageert door het beloven van biomassabeheer “binnen ecologische grenzen” en stimuleringsmaatregelen voor boeren en bosbouwers die de bodem beschermen en de opname van CO2 verbeteren.

Circulariteit wordt een sleutelprincipe: verleng de levensduur van biologische hulpbronnen, gebruik eerst bijproducten en organisch afval, wijs primaire biomassa toe aan toepassingen met een grotere ecologische en economische waarde. Pas nadat de voedselzekerheid is gegarandeerd en de ecosysteemdiensten in stand zijn gehouden, kan biomassa fossiele materialen vervangen.

De strategie stelt ook een Bio-based Europe Alliance voor: Europese bedrijven verbinden zich ertoe tegen 2030 gezamenlijk voor 10 miljard biotechnologische oplossingen aan te kopen. Een manier om de vraag en de schaalbaarheid te stimuleren, de kosten van biogebaseerde producten te verlagen en ze concurrerend te maken. Voor burgers betekent het, vertaald, meer toegankelijke ecologische keuzes in het dagelijks leven.

Het huidige regelgevingskader bestraft innovatie: langzame en complexe vergunningen vertragen het MKB. Brussel kondigt de Biotech Act aan en een Europees Forum van toezichthouders en innovators om de processen te versnellen. In de nieuwe meerjarenbegroting wordt een “bio-economievenster” voorgesteld in het Europees Fonds voor Concurrentievermogen en in Horizon, gewijd aan de financiering van onderzoek tot industriële verspreiding.

Blauwe bio-economie en mondiaal leiderschap

De Europese Unie wil zichzelf positioneren als wereldleider op het gebied van biogebaseerde technologieën, waardoor de afhankelijkheid van individuele regio’s of hulpbronnen wordt verminderd. In het huidige geopolitieke klimaat is voorzieningszekerheid concurrentievermogen. En de blauwe bio-economie, die zich richt op onaangeboorde aquatische hulpbronnen zoals visserijafval en gekweekte algen, zal een speciaal initiatief krijgen in het kader van het Europese Oceaanpact.

Het valt nog te bezien of de retoriek van Palazzo Berlaymont zich zal vertalen in concrete investeringen en daadwerkelijke markten. De bio-economie is geen sciencefiction, zoals Roswall zegt. Maar om het van een niche naar een industriële pijler te transformeren, is meer nodig dan een jurk gemaakt van plantaardige vezels.