De EFSA heeft de conclusies gepubliceerd van haar onderzoek naar sucralose, de zoetstof E 955 die in veel lichte en suikervrije producten aanwezig is.
Het begon allemaal met het verzoek van de voedingsindustrie om het gebruik van dit additief uit te breiden naar bakproducten zoals brood, koekjes en cakes zonder toegevoegde suikers. De wetenschappelijke evaluatie die volgde onthulde echter iets belangrijks om te weten: sucralose kan bij langdurige blootstelling aan hoge temperaturen een chemische transformatie ondergaan, waarbij het chloor waaruit het bestaat migreert en gechloreerde verbindingen kan vormen.
De effecten van deze stoffen op de menselijke gezondheid zijn nog steeds onbekend, en deze onzekerheid heeft Europese experts ertoe aangezet om geen groen licht te geven.
Wat is sucralose en waarom is het zo populair?
Sucralose is een werkelijk effectieve synthetische zoetstof (het is ongeveer 600 keer zoeter dan suiker), aanwezig in veel producten zonder suiker of met een laag caloriegehalte: frisdranken, yoghurt, verpakte snoepjes, kauwgom. In de Europese Unie is het toegestaan als levensmiddelenadditief en staat het op het etiket met de afkorting E 955.
Tot voor kort werd sucralose beschouwd als een gevestigd ingrediënt onder suikervervangers, maar de nieuwe EFSA-beoordeling benadrukt de onzekerheden met betrekking tot het gedrag ervan bij blootstelling aan hoge temperaturen.
Het hitteprobleem
Het door de EFSA geïdentificeerde risico betreft twee verschillende niveaus. De eerste is de industriële: sommige productieprocessen voor de nieuwe toepassingen die nodig zijn, brengen al hoge temperaturen met zich mee, omstandigheden waarin sucralose kan ontleden en gechloreerde verbindingen kan vormen met nog onbekende effecten. Dit risico kan echter worden beheerst met korte warmtebehandelingen tijdens de productie.
Het tweede niveau is echter het niveau dat het onmogelijk maakte om groen licht te geven: als sucralose zou worden toegelaten in bakwaren, zouden deze in de huishoudelijke keuken terechtkomen, waar verdere verwarming, in de oven of in de pan, plaatsvindt onder omstandigheden die onmogelijk te standaardiseren zijn. Variabele temperaturen, verschillende kooktijden, onnauwkeurige hoeveelheden zoetstof: te veel factoren die uit de hand lopen om de vorming van diezelfde potentieel schadelijke stoffen te kunnen uitsluiten.
Wat is “veilig” en wat niet
De EFSA bevestigde dat het momenteel toegestane gebruik van sucralose – in dranken, in sommige kant-en-klare desserts, in ijshoorntjes – veilig blijft, en herhaalde de aanvaardbare dagelijkse dosis van 15 mg per kilo lichaamsgewicht. Maar hij adviseerde de Europese Commissie om de open vraag te beantwoorden: wat te doen met sucralose in thuisbereidingen die intense hitte vereisen, zoals frituren of bakken?
In de tussentijd is de boodschap die uit de recensie naar voren komt aandacht besteden aan het gebruik van sucralose in de keuken, en het vermijden ervan toe te voegen aan huisbereidingen waarbij koken op hoge temperaturen vereist is.
Sucralose is echter een verhaal in de maak. De Europese Commissie en de lidstaten zullen nu moeten bespreken hoe verder te gaan in het licht van deze beoordeling.
