Driehonderdvijfenveertig miljoen dollar. Dit is het bedrag dat een rechtbank in North Dakota Greenpeace USA en International heeft opgelegd te betalen aan de oliegigant Energy Transfer. Een enorm bedrag. Een cijfer dat, indien bevestigd, een van de bekendste milieuorganisaties ter wereld op de knieën zou kunnen dwingen. Niet alleen de financiële toekomst van Greenpeace staat op het spel, maar er ontstaat ook een precedent dat op al het klimaatactivisme zou kunnen wegen.

Maar wat gebeurt er werkelijk? Het begint allemaal bij Standing Rock. Laten we teruggaan naar 2016. Duizenden mensen – in de voorhoede van de inheemse Sioux-gemeenschappen – waren tegen de aanleg van de Dakota Access Pipeline, de pijpleiding die bedoeld was om heilige gebieden en wateren nabij het Standing Rock-reservaat te doorkruisen. De beelden gingen de wereld rond: kampen, gebeden, vreedzaam verzet, politieaanklachten, arrestaties. Een beweging die al snel een mondiaal symbool werd van de strijd tegen fossiele infrastructuren en voor klimaatrechtvaardigheid.

Maar volgens Energy Transfer, exploitant van de pijpleiding, werden die protesten georkestreerd door Greenpeace. Een beschuldiging die de organisatie altijd heeft afgewezen en ongegrond noemde.

Waarom 345 miljoen?

De jury van Morton County was in maart 2025 al tot een oordeel gekomen. Nu heeft de rechtbank het laatste vonnis uitgesproken: hoewel zij sommige delen van het vonnis verwerpt, kent zij toch honderden miljoenen dollars toe aan het bedrijf.

Greenpeace kondigt de strijd aan: het zal om een ​​nieuw proces vragen en indien nodig in beroep gaan bij het Hooggerechtshof van North Dakota. Volgens de advocaten is er geen concreet bewijs waaruit blijkt dat de organisatie de protesten heeft geleid. En de beslissing, zo stellen zij, zou worden aangetast door de erkenning van provocerende getuigenissen en de uitsluiting van elementen die gunstig zijn voor de verdediging.

©Greenpeace

Het punt is niet alleen economisch. Greenpeace spreekt openlijk over SLAPP (Strategische rechtszaak tegen publieke participatie), dat wil zeggen rechtszaken die worden aangespannen om afwijkende meningen te onderdrukken, activisten en organisaties te overspoelen met juridische kosten, en publieke participatie te ontmoedigen. Het is geen detail: als je uitspreken tegen een fossielproject honderden miljoenen dollars kan kosten, wie durft dat dan morgen te doen?

Om deze reden heeft Greenpeace International, gevestigd in Nederland, ook in Europa juridische stappen ondernomen tegen Energieoverdracht, daarbij een beroep doend op de nieuwe anti-SLAPP-richtlijn van de Europese Unie. Een belangrijke test om te begrijpen of grote bedrijven rechtszalen zullen kunnen blijven gebruiken als drukinstrument tegen het maatschappelijk middenveld.

Loopt Greepeace werkelijk failliet?

Het cijfer is zodanig dat dit zeer ernstige gevolgen voor de begrotingen kan hebben. Maar Greenpeace trekt zich niet terug, maar lanceert juist opnieuw: “Wij zullen niet tot zwijgen worden gebracht”, aldus internationaal uitvoerend directeur Mads Christensen.

Het knooppunt is groter dan één organisatie. Hier wordt een spel gespeeld dat gaat over de vrijheid van meningsuiting, het recht om te protesteren, de mogelijkheid voor burgers en gemeenschappen om zich te verzetten tegen projecten waarvan zij menen dat ze schadelijk zijn voor het milieu en de gezondheid.

Kortom: het verhaal is nog niet voorbij. En wat de uitkomst van de oproep ook zal zijn, één ding is nu al duidelijk: het conflict tussen grote fossiele belangen en klimaatbewegingen wordt steeds vaker zelfs in de rechtszalen uitgevochten.