Verplichte monitoring, strijd tegen vervuiling en prikkels voor duurzame praktijken, met gevolgen voor de voedsel-, water- en klimaatbestendigheid: een paar weken geleden keurde het Europees Parlement de Europese bodemrichtlijn goed met 341 stemmen voor. De eerste gemeenschapswetgeving over bodemmonitoring beschermt en herstelt de bodem en zorgt ervoor dat deze op een duurzame manier wordt gebruikt.
Na jaren van impasse wordt eindelijk een leemte in de regelgeving opgevuld: het was in feite 5 juli 2023 toen de Europese Commissie de tekst publiceerde van de voorgestelde richtlijn voor bodemmonitoring en veerkracht (Wet Bodemmonitoring), met als doel om tegen 2050 in de hele Unie gezonde bodems te verkrijgen.
Daarna volgde een lang proces van wijzigingen en aanpassingen dat twee jaar duurde en uiteindelijk de definitieve tekst. De lidstaten hebben nu drie jaar de tijd om de richtlijn om te zetten.
Waarom de richtlijn nodig is
Omdat gezonde bodems essentieel zijn voor de landbouwproductiviteit, de resistentie tegen plantenparasieten en de voedingskwaliteit en veiligheid van voedsel, maar helaas is de afbraak ervan een veel voorkomend probleem in alle Europese landen, waarbij 60-70% van de bodems in een ongezonde staat verkeert.
Daarom biedt de EU-bodemstrategie 2030 het kader en concrete maatregelen om de bodem te beschermen en te herstellen en ervoor te zorgen dat deze duurzaam wordt gebruikt.
In deze context zal een nieuwe wet inzake bodemmonitoring zorgen voor een gelijk speelveld en een hoog niveau van milieu- en gezondheidsbescherming.
Wat biedt de Europese Bodemrichtlijn?
De wet bodemmonitoring, die op 16 december 2025 in werking treedt, heeft tot doel de grote bedreigingen voor de bodem in de EU aan te pakken, zoals:
De nieuwe wetgeving introduceert daarom een Europees bodemmonitoringsysteem met duidelijke doelstellingen: het verbeteren van de bodemweerbaarheid, het beheren van verontreinigde locaties en het terugdringen van het bodemverbruik (land nemen). Daarnaast omvat de richtlijn ook het toezicht op gevaarlijke chemicaliën, zoals PFAS, pesticiden en microplastics, en definieert ze bodemgezondheidsklassen met Europese referentiewaarden en nationale drempels.
Bovendien is de richtlijn van toepassing op alle bodems: in bossen, op landbouwgrond, in stedelijke gebieden en andere sectoren, en biedt zij een juridisch kader om gezonde bodems tegen 2050 te helpen verwezenlijken:
Ten eerste zal elke lidstaat systemen moeten opzetten voor het meten van de fysische, chemische en biologische toestand van de bodem, gebaseerd op een gemeenschappelijke EU-methodologie. Vervolgens zullen de gegevens regelmatig aan de Europese Commissie en het Europees Milieuagentschap worden doorgegeven, zodat een vergelijkbaar en gecoördineerd beeld ontstaat.
