Vaststelling van de zoneringsplannen (deel 8)
Datum28/08/2008
Doorgoedele
Type
Milieubeleid - overheid, Vlaanderen, Water en grondwater, Website, Wetgeving

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Deerlijk

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 5 februari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Deerlijk;
Overwegende dat de gemeente Deerlijk op 3 mei 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 29 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Deerlijk;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 42 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de cluster 012-94 reeds is aangesloten op een operationele zuivering; dat deze cluster wordt toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende dat de clusters 012-4403, 012-235, 012-4405, 012-52, 052-80, 125-68, 012-4400, 012-189, 012-448, 012-610, 012-500 en 012-656 kunnen aansluiten op de reeds bestaande of nog aan te leggen collectieve zuivering; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 012-659 reeds is uitgerust met een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het gebouw Kleine Tapuitstraat 10 gelegen in de cluster 012-612 kan worden aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren gebied; dat het gebouw Kleine Tapuitstraat 18 gelegen in de cluster 012-612 reeds is aangesloten op de collectieve zuivering; dat dit gebouw wordt toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Leie; dat de cluster 236-36 kan worden aangesloten op de verkaveling; dat de cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 236-28 zonder voorwerp is; dat deze cluster kan geschrapt worden;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 31 januari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 5 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat uit terreinonderzoek is gebleken dat de cluster 152-4102 reeds is aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze cluster wordt toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende dat de cluster 012-82 niet gelegen is op het grondgebied van de gemeente Deerlijk; dat deze cluster werd verwijderd;
Overwegende dat de woonuitbreidingsgebieden Driesknoklaan, Hazewindstraat/Vichtestraat, Pikkelstraat/ Paanderstraat/Guido Gezellelaan en Kortrijksesteenweg/N36/gemeentegrens niet zijn opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze gebieden worden toegewezen aan de clusters 236-4200, 012-4408, 236-4201 en 012-4409; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Heesterstraat 71 niet werd opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woning wordt toegewezen aan de cluster 012-4411; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Deerlijk wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Meulebeke

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 13 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Meulebeke;
Overwegende dat de gemeente Meulebeke op 11 juni 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 9 augustus 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Meulebeke;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 10 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan; dat dit aanleiding gaf tot de opmaak van een aangepast ontwerp van zoneringsplan; dat dit plan aan een nieuw openbaar onderzoek werd onderworpen; dat naar aanleiding van dit openbaar onderzoek 15 bezwaren werden ingediend;
Overwegende dat de bezwaren in verband met de clusters 208-800, 142-6, 142-13 en 208-783 betrekking hebben op de haalbaarheid van een aansluiting op de aan te leggen riool; dat de percelen een stuk lager liggen dan de openbare weg; dat de technische mogelijkheid tot aansluiting zal bekeken worden bij de aanleg van de rioleringen; dat de woningen blijven toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het bezwaarschrift ingediend door Moerman NV in verband met de cluster 208-725; dat het bedrijf is gelegen in het individueel te optimaliseren buitengebied; dat het bedrijf reeds is aangesloten op de openbare riolering; dat de cluster wordt toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende het bezwaarschrift ingediend door Ghislaine Pauwels in verband met cluster 208-546; dat men wenst aan te sluiten op de riolering; dat de cluster 208-546 is toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied; dat er riolering wordt voorzien in de Lakenstraat voor de clusters 208-512 en 208-508; dat de woning gravitair kan verbonden worden met de cluster 208-512; dat de cluster 208-546 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het bezwaarschrift ingediend door Vande Walle - Parys in verband met een nieuw te bouwen woning gelegen in de Lakenstraat tussen cluster 208-546 en 208-512; dat de cluster 208-546 gravitair kan worden aangesloten op de cluster 208-512; dat de nieuw te bouwen woning eveneens kan aangesloten worden op de riolering; dat de woning wordt toegewezen aan de cluster 208-512; dat de cluster 208-512 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende de mondelinge opmerking van Baekelandt-Baekelandt dat hun woning gelegen langs de Bruggesteenweg 52 niet is vermeld op het aangepast ontwerp van zoneringsplan; dat de woning wordt opgenomen in de cluster 208-654; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende de mondelinge opmerking van Vander Cruyssen - Decostere dat hun woning gelegen langs de Drongensveldweg 1 niet is vermeld op het aangepast ontwerp van zoneringsplan; dat de woning wordt opgenomen in de cluster 121-4105; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende de mondelinge opmerking van Baert Ariane dat haar woning gelegen langs de Elbestraat 89a niet is vermeld op het aangepast ontwerp van zoneringsplan; dat de woning wordt opgenomen in de cluster 142-4602; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende de mondelinge opmerking van Delafonteyne Thierry dat zijn woning gelegen langs de Aardemolenstraat 1 niet is vermeld op het aangepast ontwerp van zoneringsplan; dat de woning wordt opgenomen in de cluster 208-289; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende de mondelinge opmerking van Descheemaeker Johny dat zijn bedrijfsgebouw gelegen langs de Meentakstraat 2k niet is vermeld op het aangepast ontwerp van zoneringsplan; dat de woning wordt opgenomen in de cluster 208-623; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende de mondelinge opmerking van Boucquet Sylvie voor haar woning langs de Paanderstraat 91; dat ze vraagt of de aansluiting moet gebeuren op de riolering in de Oude Paanderstraat of de Paanderstraat; dat nog moet worden onderzocht hoe de aansluiting best kan gebeuren;
Overwegende de mondelinge opmerking van Vandekerckhove-Vangheluwe dat hun woning gelegen langs de Volderstraat 6 niet is vermeld op het aangepast ontwerp van zoneringsplan; dat ook de woningen nummers 2, 4, 10 en 12 niet werden opgenomen op het aangepast ontwerp van zoneringsplan; dat de woningen worden opgenomen in de cluster 208-655; dat deze cluster blijft toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende de mondelinge opmerking van Wille Arnold dat zijn woning gelegen langs de Gentstraat 315b niet is vermeld op het aangepast ontwerp van zoneringsplan; dat de woning wordt opgenomen in de cluster 208-256; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende de mondelinge opmerking van Vanhoe Jozef voor zijn woning langs de Sint-Amandstraat 31 in verband met de cluster 208-597; dat hij meldt dat zijn woning op 100 meter van de openbare weg ligt en een stuk dieper dan het openbaar domein; dat hij vraagt of de plaatsing van een individuele behandelingsinstallatie financieel en technisch niet interessanter is dan een aansluiting op een collectieve zuivering; dat de meest gunstige oplossing zal bestudeerd worden op het ogenblik dat riolering wordt aangelegd; dat de cluster blijft toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van de gemeentelijke milieuraad;
Overwegende het advies van de gemeente Ingelmunster; dat het aangepast ontwerp van zoneringsplan in overeenstemming is met het ontwerp zoneringsplan van de gemeente Ingelmunster;
Overwegende het advies van de gemeente Oostrozebeke; dat het aangepast ontwerp van zoneringsplan in overeenstemming is met het ontwerp zoneringsplan van de gemeente Oostrozebeke;
Overwegende het gunstig advies van de gemeente Ardooie;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Leie; dat clusters gelegen in VEN-gebieden als aandachtspunt moeten behandeld worden; dat in het aangepast ontwerp van zoneringsplan de individuele behandelingsinstallaties voorzien in VEN-gebieden werden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Tieltstraat 132A niet werd opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woning wordt toegevoegd aan de cluster 208-4001; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 19 maart 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 27 maart 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Meulebeke wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Merelbeke

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 8 januari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Merelbeke;
Overwegende dat de gemeente Merelbeke op 30 maart 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 29 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Merelbeke;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek drie bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het bezwaarschrift betreffende de woningen Pontweg 20 en 22; dat reeds in het verleden gesteld werd dat het technisch niet mogelijk is deze woningen aan te sluiten op de riolering; dat deze aansluiting over grond van derden dient te gebeuren; dat deze woningen worden opgenomen in cluster 204-6104; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat in de bouwaanvraag voor de woning gelegen Zink 80 de bouw van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater werd verplicht; dat deze woning wordt toegewezen aan de cluster 358-6102; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het bezwaarschrift betreffende de woningen Koningin Astridlaan 39, 41 en 43; dat deze woningen wensen te worden aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze aansluiting enkel via gronden van derden kan gebeuren; dat deze woningen blijven toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Warandestraat 6 niet is opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woning wordt toegevoegd aan de cluster 204-88; dat deze aangepaste cluster het clusternummer 204-6101 wordt toegewezen; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen Hundelgemsesteenweg 919 en 1278 niet zijn opgenomen in het ontwerp zoneringsplan; dat deze woningen worden toegewezen aan de respectievelijke clusters 204-6003 en 358-217; dat deze clusters blijven toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Gavere en De Pinte;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde;
Overwegende dat het binnengebied Hundelgemsesteenweg-Polderstraat-Bergbosstraat-Schellebellepontweg niet werd opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat dit gebied wordt opgenomen in de cluster 204-6102; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het binnengebied Hundelgemsesteenweg-Leonce Volckaertdreef en Motsenstraat niet werd opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat dit gebied wordt opgenomen in de cluster 204-6103; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 26 februari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 3 maart 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Merelbeke wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Melle

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 13 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Melle;
Overwegende dat de gemeente Melle op 18 juni 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 30 augustus 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Melle;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Destelbergen en Merelbeke;
Overwegende het advies van de milieuraad van de gemeente Melle;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 18 maart 2008 het ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 3 april 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat de woning in de cluster 358-117 niet gelegen is op het grondgebied van de gemeente Melle; dat deze cluster werd verwijderd;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Melle wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

 

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Meerhout

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 12 februari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Meerhout;
Overwegende dat de gemeente Meerhout op 23 juli 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 14 september 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Meerhout;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek twee schriftelijke opmerkingen werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het bezwaar van de heer Jan Aerts, Moenstraat 23; dat de woning bij het centrale gebied gelegen is maar pas aansluitbaar is na het voorzien van een riolering in de Moenstraat en Hesemeer; dat de woning wordt opgenomen in de cluster 076-5207; dat de cluster 076-5207 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied omwille van de onmiddellijke nabijheid van het rioleringsstelsel;
Overwegende het bezwaar van de heer Manu Dox; dat er geen kleinschalige waterzuiveringsinstallaties, zoals een rietveld, zijn voorzien op het ontwerp van zoneringsplan; dat het doel van de zoneringsplannen is te weten welke percelen collectief behandeld zullen worden, en welke individueel; dat het zoneringsplan geen uitspraak doet over de wijze van collectieve zuivering; dat dit kan gebeuren door aansluiting aan het collectief gerioleerd gebied of door de bouw van een kleinschalige waterzuiveringsinstallatie; dat deze keuze zal gemaakt worden bij de opmaak van het uitvoeringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de Gecoro-Meerhout;
Overwegende het gunstig advies van de gemeentelijke Milieuraad;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Balen en Geel;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Nete;
Overwegende dat vastgesteld werd dat de Vlasstraat niet is opgenomen in het centrale gebied;
Overwegende dat het resterende gedeelte van het woonuitbreidingsgebied ter hoogte van de Vlasstraat niet is opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat dit woonuitbreidingsgebied is opgenomen in de cluster 076-5208; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 25 februari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 29 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Meerhout wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Lede

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 20 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lede;
Overwegende dat de gemeente Lede op 20 juli 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 21 september 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lede;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeente Sint-Lievens-Houtem;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Dender;
Overwegende het advies van de Boerenbond;
Overwegende het advies van de gemeentelijke MiNa-raad;
Overwegende dat de woningen in de Paddestraat en Speckaertstraat gelegen zijn in de nabijheid van toekomstige riolering en in de nabijheid van natuurgebied; dat deze woningen gelegen zijn in de clusters 229-3 en 229-29; dat deze woningen kunnen aangesloten worden op de collectieve zuiveringsinfrastructuur; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat woning Kloosterstraat 76 gelegen is in de nabijheid van een collector; dat deze woning kan aangesloten worden op de collectieve zuivering, mede door het vermoedelijke tracé van de riolering in de Kloosterstraat; dat deze woning gelegen is in de cluster 229-56; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 205-121 gelegen is in de nabijheid van een collector; dat de riolering kan verbonden worden met de collector; dat de cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de cluster 205-113 in dezelfde straat is gelegen; dat bijgevolg deze cluster mee kan aangesloten worden op de collectieve zuiveringsinfrastructuur; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de clusters 229-10, 229-104, 229-34, 229-6, 229-9, 229-62 en 229-68 relatief dicht bij de bestaande rioleringen gelegen zijn; dat de aansluiting van een woning op een collectieve zuivering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het aantal woningen in Ossenbroeck; dat deze op relatief dichte afstand van elkaar zijn gelegen; dat het zoneringsmodel in het voorontwerp had uitgewezen dat het economisch voordeliger is om collectief te zuiveren; dat de aansluiting van een woning op een collectieve zuivering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat een lokale kleinschalige waterzuiveringsinstallatie een mogelijke optie is; dat deze woningen gelegen zijn in cluster 205-134; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 17 januari 2008 en 15 mei 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 18 februari 2008 en 4 juni 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Lede wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Laarne

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 20 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Laarne;
Overwegende dat de gemeente Laarne op 21 maart 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 23 juli 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Laarne;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan; dat deze bezwaren betrekking hebben op het plaatsen van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater;
Overwegende dat de clusters 031-146, 031-142, 031-6103, 031-119, 031-64 en 031-84 kunnen worden aangesloten op de collectieve zuivering; dat de aansluiting van een woning op een collectieve zuivering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat twee lege percelen gelegen in de Bieststraat niet werden opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze percelen en één woning werden toegevoegd aan cluster 031-93; dat deze cluster het nummer 031-6100 wordt toegewezen; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat in de Uitbergsestraat, gedeelte vanaf de Avermaatbeek, geen riolering aanwezig is; dat dit deel wordt opgenomen in de cluster 031-6101; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Husseveldestraat 47A niet werd opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woning wordt toegevoegd aan cluster 031-6000; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen Heirweg 200 en 202 kunnen worden aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze woningen worden opgenomen in de cluster 031-6104; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat in de Korte Eekhoekstraat, gedeelte vanaf huisnummer 14 tot aan de Vagevuurstraat geen riolering aanwezig is; dat dit deel werd opgenomen in de cluster 031-6102; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat voor de aansluiting van de woning en de werkplaats gelegen in de cluster 031-171 een recent aangelegde betonnen oprit zou moeten opengebroken worden; dat de cluster 031-171 wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 031-6009 omringd is door een autosnelweg en een oprittencomplex van de autosnelweg; dat het technisch niet haalbaar is om deze woning aan te sluiten op de collectieve zuiveringsinfrastructuur; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 031-116 reeds is aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze cluster wordt toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende dat de cluster 031-2, 031-179 en 034-351 zonder voorwerp zijn; dat deze clusters werden verwijderd;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Destelbergen, Berlare, Lochristi en Lokeren;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 7 februari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 25 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Laarne wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Kortessem

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 13 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Kortessem;
Overwegende dat de gemeente Kortessem op 6 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 1 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Kortessem;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek drie bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Diepenbeek en Tongeren;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Demer;
Overwegende de door Interelectra opgemaakte gedetailleerde prijsvergelijking tussen de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering op de centrale zuivering en de aanleg van een individuele zuiveringsinstallatie; dat Interelectra 250 meter als absolute grens hanteert voor de afstand van een cluster tot het collectief of centrale gebied om nog in aanmerking te komen voor aansluiting via een drukriool; dat de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat dit werd overlegd met de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de clusters 162-114, 162-159 en 415-2 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 162-61 zonder voorwerp is; dat de cluster kan worden verwijderd;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 14 maart 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 15 april 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Kortessem wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Knesselare

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 4 december 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Knesselare;
Overwegende dat de gemeente Knesselare op 7 maart 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 4 mei 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Knesselare;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Beernem en Aalter;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Gentse Kanalen; dat de cluster 025-161 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Brugse Polder; dat de clusters 025-184 en 025-202 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de clusters 025-472 en 025-505 zonder voorwerp zijn; dat deze clusters worden verwijderd;
Overwegende dat de kantines van de vliegclubs niet worden opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze gebouwen werden opgenomen in de clusters 025-6100 en 025-6101; dat deze clusters worden toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 7 november 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 20 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Knesselare wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Kaprijke

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 12 februari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Kaprijke;
Overwegende dat de gemeente Kaprijke op 16 mei 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 29 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Kaprijke;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek twee bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gezamenlijk bezwaarschrift van de Landelijke Gilden Oost-Vlaanderen, arrondisement Gent-Eeklo; dat het plan voor de bewoners van de Ooststraat en de Wauterstraat een aantal weinig logische gevolgen inhoudt; dat alternatieven voor individuele zuivering moeten worden onderzocht;
Overwegende het gezamenlijk bezwaarschrift van de Boerenbond Oost-Vlaanderen, arrondisement Gent-Eeklo; dat het plan voor de bewoners van de Ooststraat en de Wauterstraat een aantal weinig logische gevolgen inhoudt; dat alternatieven voor individuele zuivering moeten worden onderzocht; dat de Kleemkapel beter wordt aangesloten op de collectieve zuivering gelet op de dagelijkse aanwezigheid van bezoekers;
Overwegende dat door Aquafin voor de Ooststraat en de Wauterstraat een gedetailleerde kostenvergelijking werd gemaakt tussen collectieve en individuele zuivering; dat deze studie werd uitgebreid met de straten Krommeveldstraat, Rysselhofstraat en Windgaatstraat ter hoogte van de Menstraat; dat deze straten vergelijkbaar zijn met de Ooststraat en de Wauterstraat; dat uit deze studie is gebleken dat een aansluiting op een collectieve zuivering financieel voordeliger is dan de aansluiting op een individuele zuivering; dat de clusters 126-22, 126-26, 126-30, 126-38, 126-41, 126-35, 126-39, 126-46, 126-91, 126-70, 126-54, 126-312, 126-313, 126-327 en 126-244 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren gebied;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Eeklo en Sint-Laureins;
Overwegende de adviezen van de bekkenbesturen van de Brugse Polders en de Gentse Kanalen;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 31 januari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 4 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat de clusters 126-315, 144-17 en 260-22 niet gelegen zijn op het grondgebied van de gemeente Kaprijke; dat deze clusters worden geschrapt;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Kaprijke wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Kalmthout

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Kalmthout;
Overwegende dat de gemeente Kalmthout op 31 januari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 22 maart 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Kalmthout;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 9 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op de reeds gemaakte kosten voor de aanleg van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater; dat één bezwaar betrekking heeft op de verplichting tot de aanleg van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater; dat één bezwaar betrekking heeft op de mogelijkheid tot aansluiting op het collectieve net van Kapellen; dat dit geen aanleiding vormt tot aanpassing van het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Kapellen, Essen en Wuustwezel;
Overwegende het advies van de bekkenbesturen van de Maas en de Benedenschelde;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 27 september 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 3 maart 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat uit terreinonderzoek is gebleken dat een deel van de Kapellensteenweg, tussen de Lorkendreef en de Heidestatiestraat, nog niet is aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze woningen werden opgenomen in de clusters 069-186 en 069-8302; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Kalmthout wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Horebeke

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 februari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Horebeke;
Overwegende dat de gemeente Horebeke op 16 mei 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 23 juli 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Horebeke;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek zes bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het bezwaar van de heer Robert Devogelaere, Dorpsstraat 77 met betrekking tot de scheiding van hemelwater en afvalwater op privaat domein; dat dit geen aanleiding geeft tot een aanpassing van het ontwerp van zoneringsplan;
Overwegende het bezwaar van de heer Steven Vanovermeire, Ketse 1; dat er wordt gevraagd om te worden aangesloten op de collectieve zuivering; dat de woning is gelegen in de cluster 467-16; dat de afstand tot de collectieve zuivering te groot is; dat de cluster 467-16 blijft toegewezen aan het individueel te optimaliseren gebied;
Overwegende het bezwaar van Dumortier-Faingnaert, Groenstraat 12; dat de woning reeds via grond van derden gemengd aangesloten is op de gracht van de N8; dat gevraagd wordt te worden aangesloten op de collectieve zuivering; dat de woning gelegen is in de cluster 331-115; dat de afstand tot de collectieve zuivering te groot is; dat de cluster blijft toegewezen aan het individueel te optimaliseren gebied;
Overwegende het bezwaar van Mevr. Ingrid Eeckhaut voor de firma Vanderhaegen Potatoes, Dorpsstraat 3; dat het bedrijf zelf instaat voor de zuivering van hun bedrijfsafvalwater; dat men het huishoudelijk afvalwater van de woning en het bedrijf via een apart circuit op riool wenst te lozen; dat de woning werd opgenomen in de cluster 467-1; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat het bedrijf wordt opgenomen in de cluster 467-6100; dat de cluster 467-6100 wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het bezwaar van de heer De Naeyer M. voor de firma, Bouwwerken De Naeyer J & Zn, Dorpsstraat 3; dat de woning niet is aangesloten op de collectieve zuivering; dat men via de Kauwenberg kan aansluiten op de collectieve zuivering; dat het gebouw werd opgenomen in de cluster 467-1; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gezamenlijk bezwaarschrift van Elaut-Mangeleer, C. Mangeleer, Faingaert-Capiau, Lovensveld 2, 4, 6 en 8; dat dit bezwaar betrekking heeft op de cluster 331-6008; dat deze cluster aansluit op de clusters 331-6007 en 331-108 welke voorzien zijn om collectief aangesloten te worden op KWZI Schorisse; dat de aansluiting van de cluster 331-6008 op de collectieve zuivering kan gebeuren door middel van een pomp; dat in het voorontwerp van zoneringsplan een collectieve zuivering werd voorzien; dat de cluster 331-6008 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Brakel en Oudenaarde;
Overwegende het advies van de gemeente Maarkedal; dat de cluster 331-32 door de gemeente Horebeke werd toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de aansluiting op de riolering van de gemeente Maarkedal veel extra riolering vergt; dat wordt voorgesteld om de woningen te zuiveren door middel van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater; dat de cluster 331-32 wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Bovenschelde;
Overwegende dat riolering wordt aangelegd in de Pierkestraat; dat de woningen van cluster 467-6001 hierop kunnen aansluiten; dat de cluster 467-6001 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 31 maart 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 7 april 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Horebeke wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Hooglede

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 30 oktober 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Hooglede;
Overwegende dat de gemeente Hooglede op 26 januari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 22 maart 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Hooglede;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 5 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het advies van de gemeenten Staden, Torhout, Kortemark en Lichtervelde;
Overwegende het advies van de bekkenbesturen van de Leie en de Ijzer;
Overwegende de gemeenteraadsbeslissing van 18 december 2007 waarbij het beheer van afvalwater en hemelwater wordt overgedragen aan de rioolbeheerder INFRAX;
Overwegende dat de gele clusters op het voorontwerp van zoneringsplan, met uitzondering van de clusters 142-613, 12-1080, 185-1318, 185-1005, 185-1206, 185-1155, 185-1167 en 185-4013, na toetreding van de gemeente tot Infrax werden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat dit conform is met de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende de door Infrax opgemaakte gedetailleerde prijsvergelijking tussen de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering op de centrale zuivering en de aanleg van een individuele zuiveringsinstallatie; dat Infrax 250 meter als absolute grens hanteert voor de afstand van een cluster tot het collectief of centrale gebied om nog in aanmerking te komen voor aansluiting via een drukriool; dat de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat dit werd overlegd met de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de clusters 142-1078, 142-1085, 142-1143, 142-121, 142-143, 142-153, 142-173, 142-21, 142-22, 142-229, 142-239, 142-264, 142-31, 142-315, 142-349, 142-389, 142-4000, 142-4001, 142-4002, 142-4003, 142-4004, 142-4005, 142-4006, 142-4007, 142-456, 142-473, 142-724, 142-799, 142-837, 142-993, 185-1040, 185-1073, 185-1076, 185-1092, 185-1099, 185-1102, 185-1104, 185-1119, 185-1129, 185-1131, 185-1132, 185-1135, 185-1137, 185-1166, 185-1300, 185-1304, 185-1306, 185-1309, 185-1310, 185-1320, 185-1324, 185-1325, 185-1331, 185-1399, 185-333, 185-355, 185-36, 1185-4005, 185-491, 185-496, 185-567, 185-572, 185-598, 185-606, 185-609, 185-624, 185-666, 185-678, 185-715, 185-731, 185-734, 185-735, 185-747, 185-808, 185-815, 185-822, 185-837, 185-856, 185-904, 185-915, 185-918, 185-919, 185-924, 185-953, 185-955 en 185-973 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 26 februari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 17 april 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat een deel van de clusters 185-1303 en 185-402 reeds zijn aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze delen worden toegevoegd aan het centrale gebied;
Overwegende dat ter hoogte van de Ogierlandestraat en de Stationstraat een deel van de woningen nog niet is aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze woningen werden toegewezen aan de cluster 185-818; dat deze cluster is toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het woonuitbreidingsgebied ter hoogte van de Akkerstraat - Kleine Stadenstraat niet is opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat dit gebied wordt opgenomen in de clusters 142-4406 en 142-4407; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Hooglede wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Hoeselt

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 13 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Hoeselt;
Overwegende dat de gemeente Hoeselt op 9 februari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 april 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Hoeselt;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Kortessem en Tongeren;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Demer;
Overwegende de door Interelectra opgemaakte gedetailleerde prijsvergelijking tussen de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering op de centrale zuivering en de aanleg van een individuele zuiveringsinstallatie; dat Interelectra 250 meter als absolute grens hanteert voor de afstand van een cluster tot het collectief of centrale gebied om nog in aanmerking te komen voor aansluiting via een drukriool; dat de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat dit werd overlegd met de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de clusters 156-10, 156-27, 156-40, 156-44, 156-45, 156-49, 156-56, 162-2 en 182-12 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 30 maart 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 18 april 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Hoeselt wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Hechtel-Eksel

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 11 december 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Hechtel-Eksel;
Overwegende dat de gemeente Hechtel-Eksel op 12 maart 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 8 mei 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Hechtel-Eksel;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 20 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Houthalen-Helchteren, Beringen, Balen, Leopoldsburg en Lommel;
Overwegende het gecoördineerd advies van de bekkenbesturen van de Demer, Nete en Maas;
Overwegende de door Interelectra opgemaakte gedetailleerde prijsvergelijking tussen de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering op de centrale zuivering en de aanleg van een individuele zuiveringsinstallatie; dat Interelectra 250 meter als absolute grens hanteert voor de afstand van een cluster tot het collectief of centrale gebied om nog in aanmerking te komen voor aansluiting via een drukriool; dat de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat dit werd overlegd met de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de clusters 115-155, 145-108, 145-117, 145-128, 145-138, 145-144, 145-148, 145-154, 145-157, 145-165, 145-207, 145-212, 145-38 en 145-89 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het oostelijk deel van het woonuitbreidingsgebied Verloren Eind niet werd opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat dit gebied wordt opgenomen in de cluster 145-8214; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 27 maart 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 9 april 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Hechtel-Eksel wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Ham

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 11 december 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Ham;
Overwegende dat de gemeente Ham op 16 maart 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 15 mei 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Ham;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Tessenderlo, Beringen, Leopoldsburg en Balen;
Overwegende het advies van de gemeentelijke milieuraad;
Overwegende het gecoördineerd advies van de bekkenbesturen van de Demer en de Nete;
Overwegende de door Interelectra opgemaakte gedetailleerde prijsvergelijking tussen de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering op de centrale zuivering en de aanleg van een individuele zuiveringsinstallatie; dat Interelectra 250 meter als absolute grens hanteert voor de afstand van een cluster tot het collectief of centrale gebied om nog in aanmerking te komen voor aansluiting via een drukriool; dat de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat dit werd overlegd met de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de clusters 076-998, 076-1026, 081-280, 081-282, 081-314, 081-330, 081-331, 081-343, 081-395, 081-464, 081-579, 081-584 en 081-589 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 076-1026 gelegen is binnen beschermingszone III van een drinkwaterwinning; dat de cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de clusters 081-222 en 081-226 gelegen zijn in natuurgebied; dat het om ecologische redenen aangewezen is om het afvalwater collectief te zuiveren; dat de clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat na overleg met de eigenaar van de woning gelegen in de cluster 081-318 is gebleken dat de eigenaar met een afvoerleiding over eigen percelen kan aansluiten op de cluster 081-324; dat de cluster 081-324 is toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de eigenaar een overeenkomst heeft ondertekend waaruit blijkt dat hij met een afvoerleiding zal aansluiten op het huisaansluitputje dat door de rioolbeheerder op de grens van zijn perceel geplaatst zal worden; dat de cluster 081-318 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 076-1069 weekendverblijven betreft; dat de gemeente een uitdoofbeleid ten aanzien van weekendverblijven hanteert; dat de cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 081-350 betrekking heeft op het gebouw van de dansschool Genebos; dat hier pieklozingen voorkomen; dat de cluster gelegen is op minder dan 250 meter afstand van het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de cluster 081-350 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de clusters 081-208, 081-217, 081-244 en 081-259 betrekking hebben op vakantieverblijven op Kepkesberg; dat de vakantieverblijven werden verwijderd; dat de clusters zonder voorwerp zijn; dat de clusters kunnen verwijderd worden;
Overwegende dat de woningen in de clusters 081-531 en 081-541 werden afgebroken; dat de clusters zonder voorwerp zijn; dat de clusters kunnen verwijderd worden;
Overwegende dat de cluster 081-466 verkeerdelijk werd ingetekend op het ontwerp van zoneringsplan; dat cluster 081-466 zonder voorwerp is;
Overwegende dat de woning Vaartstraat 32 verkeerdelijk werd opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat de woning Vaartstraat 31 niet werd opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat de woningen Vaartstraat 31 en 32 worden opgenomen in de cluster 081-5101; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 076-1232 betrekking heeft op de bedrijfshal van de firma Wijckmans nv; dat deze cluster door middel van een intern rioolnetwerk is aangesloten op de cluster 076-1220; dat de cluster 076-1232 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 6 maart 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 14 maart 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Ham wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Grobbendonk

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 23 oktober 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Grobbendonk;
Overwegende dat de gemeente Grobbendonk op 5 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 1 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Grobbendonk;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Vorselaar, Nijlen, Herenthout en Zandhoven;
Overwegende het advies van de gemeente Herentals; dat de cluster 083-224 die deels op het grondgebied van de gemeente Herentals is gelegen door de gemeente Herentals werd toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied; dat de keuze van de gemeente Herentals wordt gevolgd; dat de cluster 083-224 wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Nete;
Overwegende dat de woning Vierselsebaan 32 reeds is aangesloten op een operationele zuivering; dat deze woning gelegen is in cluster 071-527; dat deze cluster wordt toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende dat de woningen Molenstraat 36 en 40 niet werden opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat de woningen Molenstraat 42 en 42a nog niet zijn aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze woningen werden opgenomen in de clusters 083-5105, 083-5107 en 083-5108; dat deze clusters worden toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Molenstraat 38 niet werd opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woning werd opgenomen in de cluster 083-5106; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 11 maart 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 27 maart 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat de clusters 071-66 en 071-69 niet op het grondgebied van de gemeente Grobbendonk zijn gelegen; dat deze clusters kunnen geschrapt worden;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Grobbendonk wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

 

 

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Glabbeek

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 20 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Glabbeek;
Overwegende dat de gemeente Glabbeek op 6 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 1 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Glabbeek;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 5 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de woningen gelegen Boeslinter 26, Walmersumstraat 18, Stationsstraat 49 en Dries 37 toegewezen werden aan het individueel te optimaliseren buitengebied; dat deze woningen toch kunnen aansluiten op een centrale zuivering; dat deze woningen gelegen zijn in de clusters 243-70, 243-7006, 243-7008 en 243-8; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning gelegen Bergeveldstraat 3 werd toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat deze woning gelegen is in de cluster 243-29; dat deze cluster toegewezen blijft aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gunstig advies van de gemeente Kortenaken;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Demer;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 10 april 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 18 april 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Glabbeek wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Geetbets

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 13 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Geetbets;
Overwegende dat de gemeente Geetbets op 12 februari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 12 maart 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Geetbets;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 4 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de woningen in de clusters 242-31, 242-130 en 242-136 kunnen aansluiten op de riolering; dat deze clusters kunnen worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de vakantiewoning Grote Steenweg 265 afgebroken is; dat deze kan verwijderd worden uit de cluster 242-131;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Nieuwerkerken en Kortenaken;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Demer;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 6 maart 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 20 maart 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Geetbets wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Edegem

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 4 december 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Edegem;
Overwegende dat de gemeente Edegem op 16 maart 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 15 mei 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Edegem;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het advies van de gemeente Aartselaar; dat de Igean-site in de Doornstraat nu rechtstreeks afwatert in een waterloop op het grondgebied van de gemeente Aartselaar; dat gevraagd wordt een individuele behandelingsinstallatie te voorzien;
Overwegende het advies van de gemeente Kontich; dat gevraagd wordt om de geplande afvalwaterriool van de Doornstraat tussen de Igean-site en de grens met de gemeente Wilrijk door te trekken zodat het restaurant/congrescentrum « De Jachthoorn » kan aansluiten op deze riolering; dat de gemeente Edegem hier voorlopig niet wenst op in te gaan; dat de Igean-site wordt opgenomen in de cluster 046-5206; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde;
Overwegende dat de clusters 043-5003, 043-5004 en 046-76 zonder voorwerp zijn; dat deze clusters kunnen geschrapt worden;
Overwegende dat de clusters 043-5002 en 043-52 reeds zijn aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze clusters worden toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende dat de Redevco-site Noord niet werd opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze site werd toegewezen aan cluster 043-5006; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de projectzone Terelstraat ter hoogte van de Heihoefseweg niet werd opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze zone werd toegewezen aan cluster 043-5005; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 043-7 (projectzone Buizegem Noord) wordt uitgebreid met het deel gelegen tussen de Boniverlei en de Jan Verbertlei;
dat deze zone wordt toegewezen aan cluster 043-5007; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de bestaande hemelwaterriolering van de Drie Eikenstraat en de Doornstraat zal worden omgebouwd naar een afvalwaterriool; dat hierdoor de clusters 046-20, 046-63, 046-74, 046-5204 en 046-5205 kunnen worden aangesloten op de geplande riolering; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 19 december 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 3 maart 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat uit terreinonderzoek is gebleken dat in de cluster 046-32 een gebouw aanwezig is; dat hier afvalwater kan geproduceerd worden; dat deze cluster niet wordt geschrapt van het zoneringsplan;
Overwegende dat het Hof Ter Schelde niet werd opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat dit revalidatiecentrum wordt opgenomen in de cluster 046-5207; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Edegem wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 24 juni 2008.
H. CREVITS

24 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Diepenbeek

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 200