Vaststelling van de zoneringsplannen (deel 3)
Datum28/08/2008
Doorgoedele
Type
Milieubeleid - overheid, Ruimtelijke ordening, Vlaanderen, Website, Wetgeving

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Turnhout

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 4 december 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Turnhout;
Overwegende dat de gemeente Turnhout op 15 februari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 10 april 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Turnhout;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 36 bezwaren en adviezen werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat een deel van de bezwaren vermeld dat er geen afvalwater wordt geloosd; dat wordt voorgesteld deze punten te schrappen; dat voor deze lozingspunten moet gecontroleerd worden of er effectief niet geloosd worden; dat deze punten voorlopig blijven aangeduid op het zoneringsplan; dat indien na controle blijkt dat er effectief geen lozingen plaatsvinden deze punten bij een herziening van het zoneringsplan uit het zoneringsplan zullen worden geschrapt;
Overwegende dat het vakantieverblijf Steenweg op Baarle-Hertog +128, kadastraal gelegen afdeling 6, sectie A, perceel 169A8, werd afgebroken; dat dit niet langer als een lozingspunt wordt beschouwd; dat dit punt werd verwijderd van het zoneringsplan;
Overwegende dat de eigenaar van de woning Kampheidelaan +14 aangeeft dat er geen leidingwater aanwezig is; dat dit cluster 063-8 betreft; dat er septische putten of sterfputten aanwezig zijn; dat de woning wordt weerhouden op het aangepast ontwerp van zoneringsplan;
Overwegende dat de eigenaar van de hoeve in cluster 063-191 een schriftelijk akkoord heeft om via een perceel van derden aan te sluiten op de riolering; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de eigenaar van de woning in cluster 063-184 wenst te onderzoeken of hij via een perceel van derden kan aansluiten op de riolering; dat deze eigenaar niet over een schriftelijk akkoord beschikt; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat de eigenaar van de woning in cluster 063-146 wenst te onderzoeken of hij via een perceel van derden kan aansluiten op de riolering; dat deze eigenaar niet over een schriftelijk akkoord beschikt; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat de eigenaar van de woning in cluster 063-73 vraagt om te kunnen aansluiten op de riolering in Oud-Turnhout; dat het eerstvolgende huis in Oud-Turnhout op een afstand van meer dan 300 meter ligt; dat een individuele behandelingsinstallatie de beste keuze blijft; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat de cluster 063-24 een crematorium betreft; dat hier afvalwater wordt geproduceerd door de vele tientallen bezoekers; dat het aangewezen is om dit gebouw aan te sluiten op de riolering; dat door deze aanpassing ook cluster 063-38 kan aansluiten op de collectieve zuivering; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied
Overwegende dat de eigenaars van de woningen in de clusters 063-50, 063-66 en 063-77 stellen dat de aansluiting op de riolering niet mogelijk is omdat het hier gaat om woningen gelegen in een bosrijk gebied; dat de aanwezigheid van dreven de aanleg van traditionele riolering onmogelijk maakt; dat ook de aanleg van persleidingen niet haalbaar is; dat de gemeente van oordeel is dat het aanbrengen van persleidingen mogelijk is met beperkte graafwerken; dat de hinder en schade aan de bomen kan beperkt worden; dat gezien de afstand tot de rijweg en het verval op het terrein het technisch mogelijk is om het afvalwater naar de straat te verpompen; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat verschillende bezwaren werden ingediend van inwoners die beweerden aangesloten te zijn op de riolering; dat het in een aantal gevallen een aansluiting op ingebuisde grachten betreft; dat deze inbuizingen niet als riolering kunnen worden beschouwd; dat voor deze clusters de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat de woningen gelegen ten zuiden van de Slagmomenstraat tussen de cluster 063-12 en 063-72 zijn aangesloten op een ingebuisde gracht; dat deze woningen worden toegewezen aan cluster 063-5103; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Slagmolenstraat 69 reeds is aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze woning wordt toegewezen aan het centrale gebied; dat het overblijvende deel van de cluster 063-102 worden toegewezen aan de cluster 063-5102; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen in de Sint-Jorislaan gelegen in de cluster 063-203 reeds zijn aangesloten op een gescheiden stelsel; dat deze woningen kunnen worden toegevoegd aan het centrale gebied; dat het overblijvende deel van de cluster wordt toegewezen aan de cluster 063-5104; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat verschillende bezwaren betrekking hebben op de financiële gevolgen van het zoneringsplan; dat de eventuele financiële gevolgen geen onderdeel uitmaken van het openbaar onderzoek;
Overwegende dat eigenaar van de woning Klein Engeland 8 meldt dat zijn afvalwater niet wordt geloosd in een gracht maar in een sterfput; dat via de lozing in een sterfput het grondwater wordt verontreinigd; dat ook hier een verdergaande sanering aangewezen is; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat de eigenaar van de woning Ravelskamp 3 reeds een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater heeft geplaatst; dat dit in overeenstemming is met het ontwerp van zoneringsplan; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat de eigenaar van het vakantieverblijf Steenweg op Baarle Hertog +128, kadastraal gelegen afdeling 6, sectie A, perceel 169h4 meldt dat het hier slechts een beperkte lozing betreft; dat ongeacht de grootte van de lozing maatregelen moeten worden getroffen om de verontreiniging van grondwater, oppervlaktewater en waterlopen te voorkomen; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Kasterlee, Ravels, Merksplas en Baarle-Hertog;

Overwegende dat uit het advies van de gemeente Merksplas blijkt dat de gemeente Merksplas riolering zal aanleggen tot vlak aan de grens met Turnhout; dat hierdoor opportuniteiten ontstaan voor de woningen gelegen in de Bremstraat en de Steenweg op Zondereigen; dat het de clusters 060-8, 060-9, 060-11, 060-15, 060-19 en 060-24 betreft; dat deze clusters kunnen worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 087-925 gelegen is op het grondgebied van de gemeente Kasterlee; dat deze cluster mag verwijderd worden;
Overwegende het gecoördineerd advies van de bekkenbesturen van de Nete en de Maas;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 1 oktober 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 30 oktober 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat de cluster 063-62 door de gemeente werd toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de eigenaar stelt dat de aansluiting op de collectieve zuivering technisch niet mogelijk is; dat deze cluster op het voorontwerp van zoneringsplan was opgenomen in de rode zone; dat de cluster 063-62 wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Kempenlaan 20 door de gemeente werd toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat deze woning gelegen is in de cluster 063-89; dat de eigenaar stelt dat de aansluiting op de collectieve zuivering technisch niet mogelijk is; dat de aansluiting moet gebeuren over terrein van derden; dat deze woning wordt opgenomen in de cluster 063-5106; dat de cluster 063-5106 wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied; dat de rest van de woningen in de cluster 063-89 wordt toegewezen aan de cluster 063-5105; dat deze cluster blijft toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Turnhout wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Tremelo

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 8 januari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Tremelo;
Overwegende dat de gemeente Tremelo op 12 juli 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 23 augustus 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Tremelo;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 15 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de woning gelegen Grootlosestraat 53 reeds aangesloten is op de riolering van de Grootlosestraat; dat deze woning gelegen is in de cluster 190-300; dat deze cluster wordt toegevoegd aan het centrale gebied;
Overwegende dat de woningen gelegen Veldonkstraat 199, 199a, 201, 203, 203a, 205, 205a, 207 en +209 kunnen aansluiten op een centrale zuivering; dat deze woningen gelegen zijn in de cluster 190-549; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat een deel van het centrale gebied in de Pater Damiaanstraat zonder voorwerp is en gelegen is in natuurgebied; dat het centraal gebied hier aangepast wordt;
Overwegende het gunstig advies van de gemeente Begijnendijk, Heist-op-den-Berg;
Overwegende het advies van de gemeente Keerbergen;
Overwegende dat de cluster 178-735 zonder voorwerp is op het grondgebied van de gemeente Tremelo; dat deze cluster wordt geschrapt;
Overwegende het niet binnen de gestelde termijn uitgebrachte advies van de gemeente Haacht, Rotselaar;
Overwegende het gecoördineerd advies van de bekkenbesturen van de Dijle en Zenne en Nete;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 31 januari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 26 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Tremelo wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Tielt-Winge

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 11 september 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Tielt-Winge;
Overwegende dat de gemeente Tielt-Winge op 13 december 2006 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 25 januari 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Tielt-Winge;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek twee bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de eigenaar van de woning Leuvensesteenweg 100 via privé-terrein wenst aan te sluiten op de nog aan te leggen riolering; dat deze woning gelegen is in cluster 332-173; dat deze woning wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de eigenaar van de woning Keulestraat 58 zelf zal instaan voor de zuivering van het afvalwater; dat deze woning wordt toegewezen aan cluster 335-7301; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gunstig advies van de gemeente Bekkevoort;
Overwegende het advies van de gemeente Lubbeek; dat in de Kareelstraat riolering zal worden voorzien; dat de woningen gelegen Kareelweg 1 en 3 kunnen aansluiten op de riolering; dat deze woningen gelegen zijn in de clusters 332-134 en 332-132; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Demer;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 14 juni 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 30 november 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Tielt-Winge wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Tessenderlo

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 8 januari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Tessenderlo;
Overwegende dat de gemeente Tessenderlo op 3 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 1 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Tessenderlo;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek één bezwaar werd ingediend; dat gevraagd wordt om de plaatsing en het onderhoud van de IBA's toe te vertrouwen aan de gemeente; dat dit geen aanleiding geeft tot aanpassing van het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Ham, Diest, Beringen en Laakdal;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Demer;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 28 januari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 5 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat de vakantiewoning in cluster 235-34 werd afgebroken; dat deze cluster zonder voorwerp is; dat deze cluster werd verwijderd;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Tessenderlo wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

 

 

 

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 4 december 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Turnhout;
Overwegende dat de gemeente Turnhout op 15 februari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 10 april 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Turnhout;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 36 bezwaren en adviezen werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat een deel van de bezwaren vermeld dat er geen afvalwater wordt geloosd; dat wordt voorgesteld deze punten te schrappen; dat voor deze lozingspunten moet gecontroleerd worden of er effectief niet geloosd worden; dat deze punten voorlopig blijven aangeduid op het zoneringsplan; dat indien na controle blijkt dat er effectief geen lozingen plaatsvinden deze punten bij een herziening van het zoneringsplan uit het zoneringsplan zullen worden geschrapt;
Overwegende dat het vakantieverblijf Steenweg op Baarle-Hertog +128, kadastraal gelegen afdeling 6, sectie A, perceel 169A8, werd afgebroken; dat dit niet langer als een lozingspunt wordt beschouwd; dat dit punt werd verwijderd van het zoneringsplan;
Overwegende dat de eigenaar van de woning Kampheidelaan +14 aangeeft dat er geen leidingwater aanwezig is; dat dit cluster 063-8 betreft; dat er septische putten of sterfputten aanwezig zijn; dat de woning wordt weerhouden op het aangepast ontwerp van zoneringsplan;
Overwegende dat de eigenaar van de hoeve in cluster 063-191 een schriftelijk akkoord heeft om via een perceel van derden aan te sluiten op de riolering; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de eigenaar van de woning in cluster 063-184 wenst te onderzoeken of hij via een perceel van derden kan aansluiten op de riolering; dat deze eigenaar niet over een schriftelijk akkoord beschikt; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat de eigenaar van de woning in cluster 063-146 wenst te onderzoeken of hij via een perceel van derden kan aansluiten op de riolering; dat deze eigenaar niet over een schriftelijk akkoord beschikt; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat de eigenaar van de woning in cluster 063-73 vraagt om te kunnen aansluiten op de riolering in Oud-Turnhout; dat het eerstvolgende huis in Oud-Turnhout op een afstand van meer dan 300 meter ligt; dat een individuele behandelingsinstallatie de beste keuze blijft; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat de cluster 063-24 een crematorium betreft; dat hier afvalwater wordt geproduceerd door de vele tientallen bezoekers; dat het aangewezen is om dit gebouw aan te sluiten op de riolering; dat door deze aanpassing ook cluster 063-38 kan aansluiten op de collectieve zuivering; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied
Overwegende dat de eigenaars van de woningen in de clusters 063-50, 063-66 en 063-77 stellen dat de aansluiting op de riolering niet mogelijk is omdat het hier gaat om woningen gelegen in een bosrijk gebied; dat de aanwezigheid van dreven de aanleg van traditionele riolering onmogelijk maakt; dat ook de aanleg van persleidingen niet haalbaar is; dat de gemeente van oordeel is dat het aanbrengen van persleidingen mogelijk is met beperkte graafwerken; dat de hinder en schade aan de bomen kan beperkt worden; dat gezien de afstand tot de rijweg en het verval op het terrein het technisch mogelijk is om het afvalwater naar de straat te verpompen; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat verschillende bezwaren werden ingediend van inwoners die beweerden aangesloten te zijn op de riolering; dat het in een aantal gevallen een aansluiting op ingebuisde grachten betreft; dat deze inbuizingen niet als riolering kunnen worden beschouwd; dat voor deze clusters de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat de woningen gelegen ten zuiden van de Slagmomenstraat tussen de cluster 063-12 en 063-72 zijn aangesloten op een ingebuisde gracht; dat deze woningen worden toegewezen aan cluster 063-5103; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Slagmolenstraat 69 reeds is aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze woning wordt toegewezen aan het centrale gebied; dat het overblijvende deel van de cluster 063-102 worden toegewezen aan de cluster 063-5102; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen in de Sint-Jorislaan gelegen in de cluster 063-203 reeds zijn aangesloten op een gescheiden stelsel; dat deze woningen kunnen worden toegevoegd aan het centrale gebied; dat het overblijvende deel van de cluster wordt toegewezen aan de cluster 063-5104; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat verschillende bezwaren betrekking hebben op de financiële gevolgen van het zoneringsplan; dat de eventuele financiële gevolgen geen onderdeel uitmaken van het openbaar onderzoek;
Overwegende dat eigenaar van de woning Klein Engeland 8 meldt dat zijn afvalwater niet wordt geloosd in een gracht maar in een sterfput; dat via de lozing in een sterfput het grondwater wordt verontreinigd; dat ook hier een verdergaande sanering aangewezen is; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat de eigenaar van de woning Ravelskamp 3 reeds een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater heeft geplaatst; dat dit in overeenstemming is met het ontwerp van zoneringsplan; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende dat de eigenaar van het vakantieverblijf Steenweg op Baarle Hertog +128, kadastraal gelegen afdeling 6, sectie A, perceel 169h4 meldt dat het hier slechts een beperkte lozing betreft; dat ongeacht de grootte van de lozing maatregelen moeten worden getroffen om de verontreiniging van grondwater, oppervlaktewater en waterlopen te voorkomen; dat de keuze van het ontwerp blijft behouden;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Kasterlee, Ravels, Merksplas en Baarle-Hertog;
Overwegende dat uit het advies van de gemeente Merksplas blijkt dat de gemeente Merksplas riolering zal aanleggen tot vlak aan de grens met Turnhout; dat hierdoor opportuniteiten ontstaan voor de woningen gelegen in de Bremstraat en de Steenweg op Zondereigen; dat het de clusters 060-8, 060-9, 060-11, 060-15, 060-19 en 060-24 betreft; dat deze clusters kunnen worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 087-925 gelegen is op het grondgebied van de gemeente Kasterlee; dat deze cluster mag verwijderd worden;
Overwegende het gecoördineerd advies van de bekkenbesturen van de Nete en de Maas;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 1 oktober 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 30 oktober 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat de cluster 063-62 door de gemeente werd toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de eigenaar stelt dat de aansluiting op de collectieve zuivering technisch niet mogelijk is; dat deze cluster op het voorontwerp van zoneringsplan was opgenomen in de rode zone; dat de cluster 063-62 wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Kempenlaan 20 door de gemeente werd toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat deze woning gelegen is in de cluster 063-89; dat de eigenaar stelt dat de aansluiting op de collectieve zuivering technisch niet mogelijk is; dat de aansluiting moet gebeuren over terrein van derden; dat deze woning wordt opgenomen in de cluster 063-5106; dat de cluster 063-5106 wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied; dat de rest van de woningen in de cluster 063-89 wordt toegewezen aan de cluster 063-5105; dat deze cluster blijft toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Turnhout wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Tervuren

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 29 januari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Tervuren;
Overwegende dat de gemeente Tervuren op 10 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 1 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Tervuren;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek één bezwaar werd ingediend, dat betrekking heeft op het zoneringsplan;
Overwegende dat de woningen Jezus-Eiklaan 76b en +76b niet aan de openbare weg gelegen zijn; dat een aansluiting op de collectieve zuivering niet mogelijk is; dat deze woningen gelegen zijn in cluster 139-112; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Huldenberg, Oudergem, Sint-Pieters-Woluwe, Kraainem, Wezembeek-Oppem, Overijse, Hoeilaart, Bertem, Kortenberg en Zaventem;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Dijle;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 11 december 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 3 januari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Tervuren wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Ternat

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 18 september 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Ternat;
Overwegende dat de gemeente Ternat op 18 december 2006 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 februari 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Ternat;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek één bezwaar werd ingediend, dat betrekking heeft op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeente Roosdaal en Affligem;
Overwegende het advies van de gemeente Liedekerke; dat de aanleg van riolering in De Klei aanleiding zal geven tot hydraulische problemen; dat omwille van de nabije ligging van een bovengemeentelijke collector het aangewezen is om in collectieve zuivering te voorzien; dat cluster 173-587 blijft toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat door de gemeente Ternat evenwel op verder overleg met Aquafin wordt aangedrongen gelet op de problemen van overdruk op deze collector;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Dender;
Overwegende dat een deel van de woningen gelegen in cluster 173-293 reeds over een individuele zuiveringsinstallatie beschikt; dat voor aansluiting op collectieve zuiveringsinfrastructuur ook een waterloop zou moeten gekruist worden; dat de cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 16 november 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een deel van de woningen van de 't Serclaesstraat en Sportlaan nog lozen in de beek; dat deze woningen worden toegewezen aan cluster 173-6114; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat een deel van de woningen van de Fossebaan nog lozen in de beek; dat deze woningen worden toegewezen aan cluster 173-6115; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 1 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Ternat wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Temse

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 8 januari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Temse;
Overwegende dat de gemeente Temse op 11 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 11 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Temse;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek één bezwaar werd ingediend, dat betrekking heeft op het zoneringsplan;
Overwegende de vraag van de heer Cleiren, Kapelstraat 269b te Steendorp om een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater te installeren; dat hierop niet kan worden ingegaan omwille van het feit dat er riolering ligt in de Kapelstraat; dat er technische oplossingen zijn om de woning op het gemeentelijk rioleringsnet aan te sluiten; dat de woning wordt opgenomen in de cluster 215-5104; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Bornem en Waasmunster;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde;
Overwegende het gunstig advies van de gemeentelijke Mina-Raad;
Overwegende dat de cluster 215-284 niet gelegen is op het grondgebied van de gemeente Temse; dat deze cluster zonder voorwerp is;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 17 december 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 1 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Temse wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Stekene

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Stekene;
Overwegende dat de gemeente Stekene op 9 februari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 1 juni 2008 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Stekene;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 1 bezwaar werd ingediend, dat betrekking heeft op het zoneringsplan; dat dit bezwaarschrift ongegrond is bevonden;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde;
Overwegende dat de clusters 132-102 en 132-200 kunnen worden aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de clusters 132-129, 132-130, 132-215 en 132-217 zonder voorwerp zijn; dat deze clusters werden geschrapt;
Overwegende dat de verkavelingen Kemzekestraat, Bosdorp en Brugse Heirweg niet werden opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze worden opgenomen in de respectievelijke clusters 132-6101, 132-6102 en 132-6104; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 132-1 nog niet is aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen in Voorhout vanaf Drieschouwen nog niet zijn aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze worden opgenomen in cluster 132-6105; dat deze wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Prinsenstraat 28 reeds is voorzien van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater; dat deze woning wordt opgenomen in cluster 132-6104; dat deze woning wordt opgenomen in het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de vakantieverblijven Heistraat 116W, 118W en 119W niet werden opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze worden opgenomen in cluster 132-6100; dat clusters 132-183, 132-197 en 132-201 eveneens worden opgenomen in cluster 132-6100; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 27 november 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 12 december 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Stekene wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Steenokkerzeel

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 februari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Steenokkerzeel;
Overwegende dat de gemeente Steenokkerzeel op 1 juni 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 27 juli 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Steenokkerzeel;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 1 bezwaar werd ingediend, dat betrekking heeft op het zoneringsplan;
Overwegende dat het vluchtelingencentrum 127bis niet is aangesloten op de openbare riolering; dat hier een individuele behandelingsinstallatie operationeel is; dat dit gelegen is binnen de cluster 249-7103; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren te buitengebied;
Overwegende het advies van de Watering der Barebeek;
Overwegende het advies van de gemeentelijke milieuadviesraad;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Vilvoorde, Kortenberg, Zaventem en Zemst;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Dijle;
Overwegende dat cluster 179-183 zonder voorwerp is; dat deze cluster kan verwijderd worden;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 15 november 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 29 november 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Steenokkerzeel wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Staden

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Staden;
Overwegende dat de gemeente Staden op 31 januari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 29 maart 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Staden;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 8 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende de adviezen van de gemeenten Houthulst, Langemark-Poelkapelle, Hooglede, Zonnebeke en Kortemark;
Overwegende de adviezen van het bekkenbestuur van de Leie en de Ijzer;
Overwegende dat clusters gelegen op minder dan 100 m afstand van de openbare riolering en waarvoor de aansluiting niet dient te gebeuren via percelen van derden en waarvoor de afstand naar het collectief te optimaliseren buitengebied minder dan 250 m per woning bedraagt kunnen worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat de clusters 006-4, 006-10, 006-12, 006-14, 006-16, 006-18, 006-20, 006-22, 006-24, 006-26, 006-28, 006-52, 006-56, 006-64, 006-66, 006-68, 006-74, 006-78, 006-94, 006-102, 006-4200, 007-431, 007-434, 007-439, 007-440, 007-442, 007-443, 013-8, 013-9, 013-10, 013-11, 013-13, 013-19, 013-20, 013-22, 013-30, 013-36, 013-40, 013-41, 013-46, 013-50, 013-51, 013-54, 013-60, 013-62, 013-65, 013-66, 013-67, 013-70, 013-72, 013-74, 013-77, 013-79, 013-80, 013-81, 013-87, 013-89, 013-93, 013-94, 013-96, 013-99, 013-102, 013-105, 013-107, 013-108, 013-109, 013-110, 013-116, 013-117, 013-119, 013-124, 013-126, 013-128, 013-132, 013-133, 013-140, 013-142, 013-149, 013-4002, 013-4004, 013-4005, 013-4006, 142-5, 142-7, 142-15, 142-25, 142-28, 142-29, 142-27, 142-49, 142-69, 142-85, 142-89, 142-99, 142-101, 142-113, 142-117, 142-181, 142-195, 142-199, 142-205, 142-270, 142-273, 142-291, 142-352, 142-372, 142-383, 142-387, 142-391, 142-395, 142-397, 142-414, 142-522, 142-551, 142-553, 142-583, 142-603, 142-615, 142-1210, 142-4103, 185-401, 185-1295, 185-1296, 379-7, 379-9, 379-10, 379-12,379-13, 379-14, 379-15, 379-17, 379-19, 379-21, 379-22, 379-23, 379-25, 379-26, 379-27, 379-29, 379-30, 379-32, 379-33, 379-34, 379-35, 379-42, 379-44, 379-45, 379-50, 379-57, 379-59, 379-60, 379-63, 379-64, 379-66, 379-69, 379-70, 379-71, 379-72, 379-74, 379-75, 379-77, 379-78, 379-79, 379-82, 379-85, 379-88, 379-89, 379-93, 379-95, 379-97, 379-99, 379-4001, 379-4002, 379-4004, 992-10, 992-17, 992-18, 992-19, 992-20, 992-21, 992-22, 992-23, 992-24, 992-25, 992-26, 992-27, 992-28, 992-29, 992-30, 992-31, 992-32, 992-4001 kunnen worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat binnen de clusters 006-54, 013-23 en 013-147 geen afvalwater wordt geproduceerd; dat deze clusters kunnen worden geschrapt;
Overwegende dat de riolering binnen het woonuitbreidingsgebied St-Patrickstraat - Roterijstraat - Vlasbloemstraat reeds werd uitgevoerd; dat dit woonuitbreidingsgebied wordt toegevoegd aan het centraal gebied;
Overwegende dat het woonuitbreidingsgebied tussen Ieperstraat - Kleine Veldstraat - Rysseveldstraat wordt toegewezen aan de cluster 142-4008; dat het woonuitbreidingsgebied tussen Slijperstraat en Spanjestraat wordt toegewezen aan cluster 412-4110; dat het woonuitbreidingsgebied langs Ondankstraat wordt toegewezen aan cluster 142-4111; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 27 september 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 24 oktober 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Staden wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Stabroek

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 30 oktober 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Stabroek;
Overwegende dat de gemeente Stabroek op 26 januari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 22 maart 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Stabroek;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 5 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan; dat deze bezwaren betrekking hebben op de kostprijs van een individuele behandelingsinstallatie;
Overwegende dat het afvalwater in de cluster 055-74 afkomstig is van een taverne-restaurant; dat het afvalwater momenteel wordt gezuiverd in een individuele behandelingsinstallatie; dat deze zuivering onvoldoende is; dat het afvalwater via een drukriolering zal worden aangesloten op het collectieve systeem; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen Ettenhoven 118 en 120 nog niet zijn aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze worden toegevoegd aan de cluster 055-42; dat deze het clusternummer 055-5008 wordt toegewezen; dat deze cluster 055-171 wordt toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende het gunstig advies van de gemeente Kapellen;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 24 september 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 22 oktober 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Stabroek wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Sint-Lievens-Houtem

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 20 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Sint-Lievens-Houtem;
Overwegende dat de gemeente Sint-Lievens-Houtem op 20 februari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 april 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Sint-Lievens-Houtem;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 8 schriftelijke bezwaren, 1 petitielijst en 12 mondelinge vragen werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde;
Overwegende dat het huishoudelijk afvalwater van de woningen gelegen in de clusters 434-19, 434-88 en 434-6006 door de aanleg van een huisaansluiting kunnen aansluiten op de riolering; dat de clusters 434-19, 434-88 en 434-6006 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het huishoudelijk afvalwater van de inwoners van Bussegem gelegen binnen de cluster 434-24 kan aangesloten worden op het rioleringsstelsel van de gemeente Lede; dat deze cluster het clusternummer 205-6100 wordt toegewezen; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen gelegen Balei 84 en 86 niet zijn aangesloten op de riolering; dat deze woningen worden toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen gelegen in de clusters 434-113 en 198-100 niet zijn aangesloten op de centrale zuivering; dat dit in overeenstemming is met het voorontwerp van zoneringsplan; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat door deze aanpassing cluster 434-6000 zonder voorwerp is;
Overwegende dat de woning gelegen in cluster 434-6012 kan aansluiten op de riolering in Cothem; dat deze woning wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 26 september 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 9 oktober 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Sint-Lievens-Houtem wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Sint-Katelijne-Waver

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 5 februari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Sint-Katelijne-Waver;
Overwegende dat de gemeente Sint-Katelijne-Waver op 10 mei 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 juli 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Sint-Katelijne-Waver;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek zes bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de woning Fortsesteenweg 87 reeds is aangesloten op de centrale zuivering; dat deze woning is gelegen binnen de cluster 039-827; dat deze cluster wordt toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende dat de woningen Akelei 36 en 38 gelegen zijn in de toekomstige verkaveling Maenhoevevelden; dat deze verkaveling zal worden voorzien van riolering; dat deze woningen gelegen zijn binnen de cluster 039-112; dat deze cluster 039-112 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Leliestraat 32 via eigen terrein kan aansluiten op de riolering; dat deze woning is gelegen binnen de cluster 039-61; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Mechelbaan 109A niet is opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woning wordt opgenomen in de cluster 039-7400; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Lozenhoek 11 is opgenomen in de cluster 039-115; dat deze cluster is toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Uilelei 7 niet is opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woning wordt toegewezen aan de cluster 176-7100; dat reeds de bouw van een individuele waterzuiveringsinstallatie werd opgelegd; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van de gemeenten Bonheiden, Rumst, Lier en Mechelen;
Overwegende de adviezen van de bekkenbesturen van de Dijle en de Nete;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 17 december 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 10 januari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat de cluster 039-443 gelegen is op het grondgebied van de gemeente Bonheiden; dat deze cluster zonder voorwerp is;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Sint-Katelijne-Waver wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Sint-Gillis-Waas

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 8 januari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Sint-Gillis-Waas;
Overwegende dat de gemeente Sint-Gillis-Waas op 4 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 1 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Sint-Gillis-Waas;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek zes bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de woning Zandstraat 108 niet is aangesloten op de collectieve zuivering; dat de woning niet via eigen gronden kan aansluiten op het openbaar rioleringsnet; dat de woning wordt opgenomen in de cluster 132-5003; dat de cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen Roskamstraat 8 en 10 niet werden opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woningen grenzen aan de cluster 36-52; dat een collectief systeem prefereert boven een individueel zuiveringssysteem; dat de cluster 36-52 wordt uitgebreid; dat deze het nummer 36-5003 wordt toegewezen; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Binnendijkstraat 4 niet werden opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woning gelegen is binnen de cluster 128-5104; dat een collectief systeem prefereert boven een individueel zuiveringssysteem; dat de cluster 128-5104 wordt uitgebreid; dat deze het nummer 128-5107 wordt toegewezen; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Baarstraat 30 gelegen is binnen de cluster 194-73; dat deze cluster is toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied; dat deze cluster slechts op 32 meter gelegen is van de collectieve zuivering; dat een collectief systeem prefereert boven een individueel zuiveringssysteem; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen Zandstraat 223, 225, 227 en 229 niet werden opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woningen gelegen zijn in de cluster 132-58; dat een collectief systeem prefereert boven een individueel zuiveringssysteem; dat de cluster 132-58 wordt uitgebreid; dat deze het nummer 132-5004 wordt toegewezen; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 128-32 is toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de woningen zodanig zijn gegroepeerd dat een collectieve zuivering via een kleinschalige waterzuivering is aangewezen; dat de keuze voor collectieve zuivering blijft behouden;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Sint-Niklaas, Stekene en Hulst;
Overwegende het advies van de gemeente Beveren; dat de clusters 194-179 en 194-196 op grond van milieutechnische en economische redenen kunnen worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de clusters 194-179 en 194-196 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van de bekkenbesturen van de Benedenschelde en de Gentse Kanalen;
Overwegende het gunstig advies van het polderbestuur Land van Waas;
Overwegende het gunstig advies van de gemeentelijke commissie ruimtelijke ordening;
Overwegende het gunstig advies van de gemeentelijke adviesraad voor natuur en leefmilieu;
Overwegende dat de keuze voor individuele zuivering werd herbekeken; dat de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele zuivering; dat als grens voor de afstand van een cluster tot het collectief of centrale gebied om nog in aanmerking te komen voor aansluiting via een drukriool 170 meter wordt gehanteerd; dat de clusters 118-3, 118-17, 118-22, 118-27, 118-35, 128-44, 132-81, 194-57, 194-61, 194-67, 194-73 en 194-140 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de sportterreinen een hoge vuilvracht produceren; dat het hier piekdebieten betreft; dat de clusters 118-9, 118-18, 128-40, 132-24 en 194-116 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de clusters 194-173, 194-188, 194-207 en 194-213 niet gelegen zijn op het grondgebied van de gemeente Sint-Gillis-Waas; dat zij zonder voorwerp zijn;
Overwegende dat de afbakening van de clusters 194-73 en 194-67 werd aangepast aan de situatie op het terrein; dat deze clusters overlappen met de cluster 194-72; dat deze clusters behoren tot het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de clusters 194-67, 194-72 en 194-73 werden samengevoegd tot cluster 194-5106; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 18 december 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 7 januari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat de cluster 194-196 door de gemeente werd toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat deze woningen zullen worden gezuiverd in een kleinschalige waterzuiveringsinstallatie; dat de capaciteit van deze installatie kleiner zal zijn dan 20 inwonerequivalenten; dat het hier een individuele behandelingsinstallatie betreft; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Sint-Gillis-Waas wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Sint-Genesius-Rode

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 16 oktober 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Sint-Genesius-Rode;
Overwegende dat de gemeente Sint-Genesius-Rode op 4 januari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 5 maart 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Sint-Genesius-Rode;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 21 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de woningen Sint-Annalaan 42, 44, 46, 48, 50, 52 en 54 nog niet zijn aangesloten op de riool; dat deze woningen worden opgenomen in de cluster 092-7609; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen Waterloosesteenweg 182, 184, 184a, 186, 188, 190, 192, 196, 202, 214, 258 en 260 nog niet zijn aangesloten op de riool; dat deze woningen worden opgenomen in de clusters 092-7607,092-7608,092-7613 en 092-7314; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Grote Verbindingslaan 14 zich niet op het grondgebied van de gemeente Sint-Genesius-Rode bevindt; dat deze woning kan geschrapt worden;
Overwegende dat de woningen Sint-Theresialaan 2, 2c, 3, 4, 5, 6, 8, 10, 12 en 12a nog niet zijn aangesloten op de riool; dat deze woningen worden opgenomen in de clusters 092-7610 en 092-7611; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen Ginstlaan 1, 2, 3, 5, 5a, 7, 7a, 8, 10a, 10b, 10c, 11a, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 20, 21, 23, 29, 31, 33 en 35 nog niet zijn aangesloten op de riool; dat de woningen Goede Luchtlaan 10, 10a, 12, 14, 16, 18, 20, 22, 26, 28, 30, 32, 45, 47, 93, 95 en 99 nog niet zijn aangesloten op de riool; dat de woningen Kastanjeboomlaan 1, 1a, 5, 6, 6a, 7, 8, 12, 14, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25 en 27 nog niet zijn aangesloten op de riool; dat de woningen Schilderachtige Dreef 50, 52, 54, 58, 60, 64, 66, 70, 72, 74, 80, 82, 84, 86, 92, 92a, 100, 102, 104, 106, 108, 112, 114 en 116 nog niet zijn aangesloten op de riool; dat de woningen Groenspechtlaan 2 en 34 nog niet zijn aangesloten op de riool; dat deze woningen worden opgenomen in de clusters 225-7200 en 225-7201; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen Hindelaan 3 en 4 nog niet zijn aangesloten op de riool; dat deze woningen worden opgenomen in de clusters 503-7000 en 503-7001; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Hoeilaart en Waterloo;
Overwegende het niet binnen de gestelde termijn uitgebrachte advies van de gemeenten Ukkel en Linkebeek;
Ovewegende het overleg met de gemeenten Beersel en Braine-L'Alleud;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Dijle;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 10 september 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 12 november 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Sint-Genesius-Rode wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Sint-Amands

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 1 september 2006;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 9 oktober 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Sint-Amands;
Overwegende dat de gemeente Sint-Amands op 3 januari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 februari 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Sint-Amands;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 1 bezwaar werden ingediend, dat betrekking heeft op het gescheiden aanbieden van hemelwater en afvalwater en de daarbijhorende werken en kosten; dat bij de aanleg van een gescheiden riolering het afvalwater gescheiden van het hemelwater moet worden aangeleverd wanneer dit technisch mogelijk of noodzakelijk is;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde;
Overwegende dat werd vastgesteld dat het centraal gebied op twee plaatsen dient aangepast te worden, meer bepaald twee zijstraatjes in Nijven huisnummers 23,25 en 27 en 85,87 en 89; dat de huisnummers 23,25 en 27 worden toegewezen aan de cluster 048-5003; dat de huisnummers 85,87 en 89 worden toegewezen aan de cluster 048-5004; dat de clusters 048-5003 en 048-5004 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 25 juni 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 5 juli 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld. Deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie. De keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden. Bij de aanleg van het zuiveringssysteem zal bovendien gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater. Na onderzoek blijkt het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed te hebben op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten te veroorzaken. Er dienen in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het definitief plan is bovendien verenigbaar met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Sint-Amands wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittrekstel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Schoten

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 27 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Schoten;
Overwegende dat de gemeente Schoten op 13 februari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 april 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Schoten;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek verscheidene bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het advies van de gemeenten Brasschaat en Brecht;
Overwegende het niet binnen de gestelde termijn uitgebrachte advies van de stad Antwerpen;
Overwegen de gevoerde besprekingen en het unaniem gunstig advies van de raadscommissie milieu en duurzame ontwikkeling van de gemeente Schoten;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde;
Overwegende dat de clusters 056-7 en 056-9 een speelplein en een kinderopvangcentrum omvatten; dat hier vooral in de zomermaanden een grote vuilvracht ontstaat; dat het aangewezen is om deze clusters aan te sluiten op nog aan te leggen riolering in de Horstebaan die aansluit op de riolering in de Bredabaan; dat de woningen gelegen in de clusters 052-88 en 052-40 hierdoor ook kunnen worden aangesloten op de riolering; dat de clusters 056-7, 056-9, 052-88, 052-40, 052-54, 052-58, 052-116 en 052-104 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen Laarsebeekdreef 4, 12, 20 en 22 reeds beschikken over een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater; dat deze woningen worden toegewezen aan de cluster 052-5102; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te behandelen buitengebied;
Overwegende dat de cluster 052-79 zonder voorwerp is; dat deze cluster werd geschrapt;
Overwegende dat de nieuwe verkaveling in de Ruitersdreef niet was opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat dit is opgenomen in de cluster 056-5001; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen in de Esdoorndreef en Lijsterbesdreef 5, 7, 8 en 10 nog niet zijn aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze woningen zijn opgenomen in de cluster 056-5002; dat deze cluster is toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen in de Edelweissbaan 3, 5, 7, 2 en 4 nog niet zijn aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze woningen zijn opgenomen in de cluster 056-5003; dat deze cluster is toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 27 september 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 16 oktober 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het deel van de grensoverschrijdende cluster 053-18 gelegen op het grondgebied van de gemeente Schoten het clusternummer 053-5101 krijgt toegewezen;
Overwegende dat het deel van de grensoverschrijdende cluster 056-4 gelegen op het grondgebied van de gemeente Schoten het clusternummer 056-5004 krijgt toegewezen;
Overwegende dat het deel van de grensoverschrijdende cluster 057-56 gelegen op het grondgebied van de gemeente Schoten het clusternummer 057-5301 krijgt toegewezen;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Schoten wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS