Decreet Grond-en Pandenbeleid moet wonen betaalbaar maken
Datum01/07/2008
Doorgoedele
Type
Bouwen en wonen, Milieubeleid - overheid, Nieuws, Ruimtelijke ordening, Vlaanderen, Website

Enkele krachtlijnen uit het op stapel staande decreet Grond- en Pandenbeleid werden in juni in het Vlaams Parlement toegelicht. Het decreet heeft de ambitie om wonen voor iedereen betaalbaar te houden door onder meer het aanbod aan sociale woningen versneld te vergroten. Daarenboven maakt het nieuwe decreet komaf met het monopolie van de huisvestingsmaatschappijen inzake de bouw van sociale woningen.

De huisvestingsmaatschappijen kennen een achterstand in de bouw van sociale woningen terwijl de vraag blijft toenemen. Om die tegenstelling weg te werken, werd in het decreet Grond- en Pandenbeleid ook een onderdeel ‘betaalbaar wonen' opgenomen. En hoewel het decreet nog in de fase van voorontwerp zit, wordt er in de media reeds druk gespeculeerd over de gevolgen ervan inzake de sociale woningbouw.

Het doel van dit decreet is tweeledig. Enerzijds wil de Vlaamse regering de diverse overheden of semipublieke instellingen, zoals Vlaams gewest, provincies en gemeenten maar ook OCMW's en kerkfabrieken, activeren om hun bouwgronden op de markt te brengen. Anderzijds benadert de regering de sociale woningbouw met dit decreet op een meer resultaatsgerichte manier. Voor de Vlaamse regering is het belangrijk dat er snel sociale woningen worden gebouwd, niet wie ze bouwt. Het decreet biedt dus ook aan de private sector de kans om sociale woningen te bouwen, inclusief bestaande subsidiesystemen en fiscale voordelen.

Aan het feit dat de private sector een volwaardige actor wordt in de sociale woningbouw, is wel een billijke verdeling van de lasten en lusten gekoppeld. Zo worden er zogenaamde ‘sociale lasten' gekoppeld aan het uitreiken van een vergunning voor verkavelingen van minstens 10 loten of 0,5 ha, groepswoningbouw van tenminste 10 woongelegenheden of de bouw van minimum 50 appartementen. Deze sociale lasten gelden vooral in die gemeenten die weinig sociaal woningaanbod hebben, en worden vastgelegd in ofwel een gemeentelijk reglement ofwel een Ruimtelijk Uitvoeringsplan. Het percentage zal daarbij variëren tussen de 10 à 20%.

Tegenover de beperkte sociale lasten biedt het decreet vooral veel lusten aan de private sector. Minister Van Mechelen begrijpt dan ook de terughoudende reactie en onheilsberichten van sommige bouwfederaties niet en roept de bouwsector op tot actie. Zo kunnen in de toekomst de woonuitbreidingsgebieden ook door de private sector veel sneller worden aangesneden. Daarenboven kunnen de private ontwikkelaars, binnen de acht jaar, zelf sociale woningen bouwen aan dezelfde voorwaarden als de huisvestingsmaatschappijen. Concreet kan de private sector rekenen op:

  1. 1,5% registratierechten op de gronden
  2. een tarief van 6% i.p.v. 21% btw bij de bouw van de woning
  3. infrastructuursubsidies
  4. een overnamegarantie van de sociale huurwoningen door de huisvestingsmaatschappijen

Het bedrag dat de huisvestingsmaatschappijen bij de overname zullen betalen, wordt bepaald door diverse criteria. Voor een typewoning met drie slaapkamers en een garage, gebouwd op een uitgeruste grond, loopt dit al snel op tot 175.910 euro. Dat bedrag is samengesteld uit:

  • 17.295 euro als basisbedrag verhoogd met
  • 5.765 euro gelegen in woongebied
  • 5.765 euro voor een gezinswoning
  • 14.412 euro voor het uitrusten van de grond
  • 120.612 euro voor de woning + garage
  • de reële studiekosten met een maximum van 10% = 12.061 euro

Totaal = 175.910 euro

Door tal van specifieke maatregelen in bijzondere gebieden kan dit bedrag oplopen tot ruim 185.000 euro.

"Van een kunstmatige kostprijsverhoging van kavels kan dan ook geen sprake zijn. Het is nu aan de privésector om de geboden kansen te grijpen en te bewijzen wat ze kunnen in een gelijkwaardige concurrentiepositie t.o.v. de sociale huisvestingsmaatschappijen. Van jobverlies is evenmin sprake. Integendeel, de uitdaging voor de bouwsector zal erin bestaan om voldoende werkkrachten te vinden zodat in 2020 de vooropgestelde 45.000 woningen effectief gebouwd zijn", besluit minister Van Mechelen.

Ontwerp van decreet gronden- en pandenbeleid

Memorie van Toelichting decreet gronden- en pandenbeleid