Capacitiet windenergie in Vlaanderen stijgt stelselmatig | |
| Datum | 09/04/2008 |
| Door | goedele |
| Type |
Energie, Milieumanagement, Nieuws, Vlaanderen, Website
|
Vorige week vond in Brussel EWEC plaats, het Europese treffen van de windenergiesector. Dat windenergie in is, was duidelijk te merken aan het aantal bezoekers. Meer nog, windenergie is ‘Big business' geworden.
In België zijn er in de windsector zo'n 2000 mensen werkzaam, voornamelijk in engineering en technologie. Tegen 2015-2020 zal dat groeien tot 8.000 à 10.000 VTE. Een nieuwe belangrijke economische sector dus.
EUROPA
De Europese Unie heeft unaniem goedgekeurd dat tegen 2020 20 % van de Europese energie in de vorm van elektriciteit, warmte en transportbrandstoffen van hernieuwbare energievormen moet komen. Voor elektriciteit alleen moet het aandeel hernieuwbare energie stijgen van 15% vandaag tot 35 % over 30 jaar. Windenergie kan daar een belangrijk deel van uitmaken.
Aan het einde van 2007 was een totaal van 56 GW windcapaciteit geïnstalleerd in Europa, inclusief de 1,08 GW offshore, wat overeenkomt met 3,7 % van het elektrisch verbruik. Dit kan volgens EWEA (de Europese Windenergie vereniging) stijgen tot 80 GW (waarvan 3,5 GW offshore) in 2010 en 180 GW (waarvan 35 GW offshore) in 2020, wat windenergie tot een aandeel van 12-14 % doet stijgen van de totale Europese energievraag.
VLAANDEREN
In de beginjaren van de windenergie was Vlaanderen een pioneer. Zeebrugge was één van de eerste grote windparken. In de jaren '90 is de aandacht in Vlaanderen wat teruggevallen. Nu zitten we met een revival en hebben zowel het beleid als de projectontwikkelaars windenergie opnieuw ‘ontdekt', mede door de stijgende prijzen van de traditionele brandstoffen.
Momenteel zijn er in Vlaanderen 126 windturbines operationeel met een totale windcapaciteit van 170 MW. De komende maanden worden 37 nieuwe turbines gebouwd, met een bijkomende capaciteit van 82,5 MW. Tegen eind 2009 zal het geïnstalleerd vermogen 250 MW bedragen, wat nog steeds ver verwijderd is van de Vlaamse doelstelling van 450 MW tegen 2010. ‘De ontwikkeling gaat trager dan voorzien, toch is het potentieel in Vlaanderen duidelijk aanwezig', zegt Chris Derde van VWEA (De Vlaamse windenergieverenging).
Tegen eind 2008 gaat het eerste Belgische offshore windturbinepark in productie. In een eerste fase gaat het om 6 turbines van 5 MW. Tegen het einde van het decennium zal C-power 60 x 5 MW turbines geplaatst hebben op de Thornton-bank, 27 tot 30 km in de Noordzee. Met de Eldepasco en Belwind projecten zal de geïnstalleerde offshore capaciteit verdrievoudigen.
De actoren in het Belgische windenergieverhaal zijn niet enkel de grote spelers zoals SPE of Electrabel, maar ook de KMO's (Air Energy, Electrawinds, fortech, ed.), de coöperatieven (Ecopower, Wase Wind, ed.) en de grote consumenten zoals Colruyt of Nike. Toch blijft het vandaag de dag moeilijk om één windturbines vergund te krijgen, het is makkelijker te werken in clusters.
UITDAGINGEN
Opdat windenergie echt kan doorbreken ziet de sector een aantal belangrijke maatregelen die moeten genomen worden om de huidige traagheid in het systeem te verbeteren. We zetten de eisen van de sector even op een rijtje.
1. Netwerkconnecties en marktwerking
De distributienetbeheerders (DNB's) moeten volgens het elektriciteitsdecreet prioriteit geven aan aansluitingen voor hernieuwbare energie. Toch is dat in de praktijk niet zo eenvoudig. Het vraagt bijna 6 maanden om uw windmolen aan te sluiten op het net. In het buitenland zit de aansluiting mee in de vergunning. Zo hebben de DNB's een zicht op wat komen zal en kunnen zo hun werk beter plannen.
Maar ook de capaciteit van de connectie vormt een probleem. Het transport- en distributienet kan zich niet meer aanpassen aan al die verschillende nieuwe capaciteiten. De sector voorspelt op middenlange termijn een probleem als er niet geïnvesteerd wordt in het net. Ook de ‘balancing cost' voor windenergie is hoog door de nog immature elektriciteitsmarkt.
2. Stabiliteit van de markt
De sector vraagt nieuwe doelstelling op middellange termijn, om nieuwe investeringen aan te trekken. Vandaag werkt men aan projecten die uitgewerkt worden in 2010, nochtans zijn er nog geen doelstellingen bekend. Dat geeft uiteraard de nodige onzekerheid bij investeerders. De sector vraagt doelstellingen tegen 2020, in overeenstemming met de Europese richtlijn, en liefst los van de technologie, zodat de markt volop haar rol kan spelen.
Ook vraagt de sector het systeem van de groene stroom certificaten te harmoniseren binnen België, zodat groene stroom certificaten ook tussen de regio's kunnen verkocht worden. Het is een goed systeem, marktgebaseerd, waarom kan het niet op grote schaal (Europa) worden ingevoerd? Om een stabiele markt te bekomen moet ook de waarde van de groene stroom certificaten gegarandeerd blijven en verlengd worden tot na 2010.
De kost van windenergie is nog steeds relatief hoog, maar ook fossiele brandstoffen worden duurder. Men had verwacht dat door de technologie op grote schaal toe te passen de prijs zou zakken. Echter niets is minder waar, door de krapte op de markt in de productie van de windmolens stijgt de prijs. Volgens Luc Van Nuffel van Electrabel zal dat nog minstens 3 jaar zo zijn. Tegen 2020 zou windenergie competitief moeten zijn met andere vormen van energie, zonder subsidies.
3. Vergunningen
Grootste punt van kritiek vormt het complexe en ingewikkelde proces voor vergunningen van windmolens. Veel energie en geld wordt gestoken in het voorbereiden van projecten die nooit afgeleverd zullen worden. De sector vraagt consistentie tussen de verschillende administraties: lokaal, gewest, minister, enz. Ook moeten bindende termijnen vastgelegd worden na het neerleggen van de aanvraag van de vergunning. In theorie duurt dit 9 maanden, maar in de praktijk duurt het al snel 4 tot 5 jaar vooraleer een vergunning bekomen wordt. Een duidelijk framework van wat kan, waar en hoe, zeker voor kleine en middelgrote projecten (van 50 kW tot 3 MW) zou de administratieve overlast kunnen beperken. Dit werd in het verleden opgemaakt voor de offshore windmolens, dit kan ook voor onshore.
Daarnaast zijn er nog 2 specifieke items.
De overheid heeft liefst windmolens in industriële zones, waardoor landbouwzones uitgesloten worden. Men moet in die zones een RUP laten goedkeuren wat een weinig flexibele procedure is en bijna een jaar aansleept. Vlaanderen is één van de weinige landen waar landbouwgebieden in eerste instantie al uitgesloten zijn.
Een ander probleem vormen de militaire veiligheidvoorschriften in zones voor windenergie, daar er interferentie kan zijn met de radars. De sector wil hierover de discussie aangaan, want over het algemeen zijn de trainingszones voor het leger ook zeer geschikt voor het plaatsen van windmolens. Een oplossing moet bestaan die zowel voor het leger als voor de sector voldoet.
4. vergunning
Als laatste is natuurlijk de publieke opinie van belang. Men stelt wel vast dat het maatschappelijk draagvlak voor windenergie stilaan toeneemt. Maar 1 persoon die gekant is tegen het project kan het hele project kelderen.
Er is dus nog werk aan de winkel willen we windenergie op kaart zetten in Vlaanderen. Maar het kan ook voor ons land een toonaangevende sector worden met bedrijven als Hansen Transmissions die vandaag al een marktaandeel hebben van 25 % of innovatieve bedrijven als Sarens en Turbowinds.
- login of registreer om commentaar in te zenden
Capacitiet windenergie in Vlaanderen stijgt stelselmatig