Suez-Gaz de France: de terugkeer van Napoleon | |
| Datum | 01/01/1970 |
| Door | Anonymous |
| Type |
België, Energie, Maatschappelijk, Website
|
Met de fusie van Suez en Gaz de France (GdF) komt de hele Belgische stroom- en gasmarkt onder de controle van de Franse staat. Zelfs als Suez en GdF de door Europa opgelegde voorwaarden (zoals de verkoop van Distrigas) of de door Suez beloofde engagementen (zoals de verkoop of uitruil van een klein deel van de productiecapaciteit aan andere spelers) nakomen, blijft de dominantie van de nieuwe groep op onze markt zo sterk dat zij de prijzen kan blijven bepalen en nieuwe concurrentie in de kiem kan smoren. Bovendien wordt niets gedaan aan de miljardenwinst die met de oude afgeschreven centrales wordt gecreëerd en wegstroomt naar het buitenland. Slechts door via een 'mottenballentaks' op afgeschreven centrales het historische voordeel van de monopolist af te romen, zullen nieuwe spelers voor nieuwe investeringen zorgen en kunnen we voorkomen dat ons land opnieuw hét wingewest wordt van de Franse staat.
Het historische voordeel dat Electrabel kreeg in onze vrijgemaakte markt is immens. Electrabel kon in een beschermde markt met veel te hoge vastgelegde tarieven zijn installaties bouwen en versneld afschrijven. Daardoor produceert Electrabel op een erg goedkope manier elektriciteit, die het op de markt duur verkoopt. Op die manier realiseert het energiebedrijf op onze markt een jaarlijkse winst van meer dan anderhalf miljard euro, die het via dividenden aan moedermaatschappij Suez doorsluist naar Parijs. De 'cash cow' Electrabel laat Suez toe om agressieve investeringen en overnames te doen in Zuid-Amerika en Oost- en Centraal-Europa. Door de goedkope productie met deze door de Belgische consument afbetaalde centrales kan Electrabel potentiële concurrenten met duurdere nieuwe centrales van de Belgische markt houden. In het kader van de Pax Electrica bis engageerde Suez zich om, in geval van fusie met GdF, een deel van de productiecapaciteit van de afgeschreven centrales in ons land af te staan aan enkele concurrenten tegen een prijs die lager ligt dan de marktprijs. De marktopdeling in drie stukken zal in het beste geval leiden tot het 'redden' van het verlieslatende SPE (het kleine broertje van Suez op de Belgische markt) en de intrede van een derde stroomproducent die Suez zelf kan kiezen en waarmee het (nucleaire) productiecapaciteit kan ruilen. Het uitruilen van nucleaire productiecapaciteit met een derde speler - als er al iets van terechtkomt - zorgt voor een verdeling van historisch voordeel van de in een beschermde markt afgeschreven centrales, en de daaruit voortspruitende superwinsten, over verscheidene spelers. Dat zorgt dus wel voor meer concurrentie, maar nog niet voor een prijsdaling. De prijzen worden nog altijd bepaald door de duurste centrales in het park die de laatste stroom produceren waar op de markt vraag naar is. Als men de stroom uit de afgeschreven centrales net onder de prijs van die van de gascentrales verkoopt, verliest men geen enkele klant. De consument zal met andere woorden niet mee profiteren van de woekerwinsten die gegenereerd worden met de door haar en hem betaalde centrales. Die zullen naar het buitenland blijven gaan. Het verdelen van de afgeschreven capaciteit over verscheidene buitenlandse spelers remt ook de investeringen af in nieuwe, meer milieuvriendelijke en veilige centrales. Aftandse centrales zullen blijvend opgelapt worden om het verkregen voordeel maximaal te benutten.
Als het van ons afhangt, wordt de miljardenstroom die met de melkkoeien van oude centrales wordt gegenereerd en naar het buitenland wordt doorgesluisd niet simpelweg herverdeeld over meerdere (buitenlandse) bedrijven, maar afgeroomd voor investeringen in eigen land of voor een teruggave aan de consument. We want our money back! Dat heeft niets te maken met afgunst of met het demotiveren van bedrijven om efficiënter te worden, maar alles met het wegwerken van concurrentievervalsende voordelen die de monopolist op een onrechtmatige manier nog heeft kunnen opbouwen in een beschermde markt. Door met een zogenaamde 'mottenballentaks' op afgeschreven kern- en steenkoolcentrales de winst die op deze manier wordt voortgebracht af te romen, werken we de concurrentievoordelen weg, zodat nieuwe investeerders op onze markt zullen durven te investeren en met veiliger en milieuvriendelijker installaties voor een echte concurrentie zullen zorgen. Om te voorkomen dat Electrabel de mottenballentaks in eerste instantie zou gaan doorrekenen (wat mogelijk is gezien zijn dominante positie) moet het instrument geflankeerd worden door andere maatregelen om de concurrentie te bevorderen (zoals het verplicht veilen van virtuele productiecentrales) en de prijzen te reguleren. Als dan de opbrengsten van de mottenballentaks gebruikt worden om bestaande, kostprijsverhogende heffingen op stroom te vervangen, of om energiebesparing te ondersteunen, krijgt de consument een groot deel van zijn geld terug. Daardoor zal de energiefactuur voor burger en bedrijf op termijn dalen.
Dat vereist uiteraard een beleid en maatregelen die verder gaan dan wat werd opgelegd door Europa of beloofd door Suez (beloftes waarvan niet eens duidelijk is of er überhaupt iets van terechtkomt). Dat vereist een doortastende regelgeving, waar ik trouwens de nodige wetsvoorstellen in het parlement voor heb neergelegd. Slechts door de spelregels van de markt via wetgeving vast te leggen kunnen we een echte markt creëren en voorkomen dat we slachtoffer worden van het Franse mercantilisme. Dat mercantilisme - het met overheidssteun creëren van grote industriële mastodonten, die de nationale trots moeten voeden, buitenlandse producten en bedrijven moeten weren en exportmarkten moeten veroveren - is sinds de verfijning ervan door minister van Financiën Colbert onder Lodewijk XIV nooit echt weggeweest. Niet met Napoleon en zeker en niet toen vorig jaar het Italiaanse Enel een bod wou uitbrengen op de Franse nutsgroep SUEZ. Toen zijn de fusieplannen met GdF gerijpt en werd alles in stelling gebracht voor het creëren van een nieuwe Franse energiereus, die zo groot zou zijn en door de staat gecontroleerd dat overnemen bijna onmogelijk werd. De fusie lijkt zich nu te voltrekken. De Franse staat blijft in de nieuwe groep de belangrijkste vinger in de pap hebben. De Franse pers ziet in de fusie (eigenlijk is het een overname van Suez door GdF) dan ook veeleer een nationalisering van Suez dan een privatisering van GdF.
Het is aan Europa om zijn model van een geliberaliseerde energiemarkt te redden. Zolang zijn lidstaten de stroomproductie en gasleveringen blijven voorbehouden aan de oude nationale kampioenen komt er van een echte concurrentie met neerwaartse druk op de prijzen niets in huis. Het is aan onze politici om ervoor te zorgen dat onze energiemarkt niet het wingewest wordt van het nieuwe Franse staatsbedrijf of het strijdtoneel tussen verschillende buitenlandse energiereuzen zonder dat de Belgische consument er beter van wordt. In Waterloo werd Napoleon door de Engelsen en de Pruisen verslagen. Misschien kunnen de Engelsen (Centrica), de Duitsers (E.ON en RWE) of de Russen (Gazprom) de Franse dominantie op onze markt opnieuw bekampen. Maar of wij daar beter van worden, zal afhangen van het regelgevende kader waarbinnen wij de markt organiseren.
O ja. Het beheer van de historische site van Waterloo is ondertussen in handen van de Franse onderneming Culturespaces, een dochter van, jawel, Suez. Suez controleert dus niet alleen het nieuwe slagveld van de Belgische energiemarkt, maar beheert ook het historische slagveld van Waterloo. De leeuw van Waterloo kijkt naar Frankrijk. De Vlaamse leeuw naar zijn eigen navel.
COLUMN VERSCHENEN IN DE MORGEN VAN DE HAND VAN BART MARTENS VAN 4 SEPTEMBER 2007 NAAR AANLEIDING VAN DE FUSIE VAN SUEZ EN GAZ DE FRANCE
- Blog van
- login of registreer om commentaar in te zenden
Suez-Gaz de France: de terugkeer van Napoleon