Vaststelling van de zoneringsplannen (deel 5)
Datum28/08/2008
Doorgoedele
Type
Milieubeleid - overheid, Vlaanderen, Water en grondwater, Website, Wetgeving

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Nazareth

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 22 januari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Nazareth;
Overwegende dat de gemeente Nazareth op 18 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 29 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Nazareth;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek drie bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de woning Plaanstraat 15 reeds is aangesloten op een operationele zuivering; dat deze wordt toegevoegd aan het centraal gebied;
Overwegende dat de cluster 200-6017 in de nabijheid is gelegen van het collectief te optimaliseren gebied; dat de cluster 200-6017 dichtbij een VEN-gebied gelegen is; dat een collectieve zuivering een meer duurzame oplossing garandeert dat de plaatsing van een individuele behandelingsinstallatie; dat in deze cluster een aantal bedrijven gelegen zijn; dat de cluster 200-6017 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het afvalwater van de woningen gelegen in cluster 200-6003 momenteel wordt gezuiverd in een rietveld; dat de afstand tot het centraal gebied gering is; dat een collectieve zuivering een meer duurzame oplossing garandeert dat de plaatsing van een individuele behandelingsinstallatie; dat de cluster 200-6003 blijft behoren tot het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de opmerking van Romain Van Huffel omtrent het ongezuiverd lozen van afvalwater, samen met regenwater in de onbevaarbare waterloop nummer 1 - Oude Hauwbeeek - en de gracht verderop betrekking heeft op een ander beleidsdomein; dat deze problematiek geen onderdeel uitmaakt van het zoneringsplan; dat deze opmerking geen aanleiding geeft tot een aanpassing van het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Gavere en De Pinte;
Overwegende het advies van de gemeentelijke milieu- en natuurraad;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Bovenschelde en het bekkenbestuur van de Leie;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 28 januari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 6 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Nazareth wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Mortsel

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 11 september 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Mortsel;
Overwegende dat de gemeente Mortsel op 21 december 2006 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 februari 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Mortsel;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde; dat wordt opgemerkt dat de gebouwen op Fort 3 gelegen zijn binnen het habitatrichtlijngebied Fort 3; dat in dit gebied elke lozing in de fortgracht verboden is; dat de cluster 165-17 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 18 september 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 20 november 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Mortsel wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 
9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Moerbeke
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 30 oktober 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Moerbeke;
Overwegende dat de gemeente Moerbeke op 29 januari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 februari 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Moerbeke;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Stekene en Sint-Niklaas;
Overwegende het gunstig advies van de Polder van Moervaart en Zuidlede en Moerbeke Polder;
Overwegende het niet binnen de gestelde termijn uitgebrachte advies van het bekkenbestuur van de Gentse Kanalen;
Overwegende dat Moerbeke-Polder enkele opmerkingen formuleert; dat het bestuur opmerkt dat er een materiële vergissing is in de Meester Antoniusdreef; dat de volledige straat is gerioleerd; dat elke woning aansluitbaar is op het openbaar rioleringsnet;
Overwegende dat Moerbeke-Polder en het bekkenbestuur van de Gentse Kanalen de nadruk legt op de mogelijkheid om de woningen gelegen op de grens van Lokeren aan te sluiten op het rioleringsnet van deelgemeente Eksaarde;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 10 juli 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 24 juli 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering gebaseerd is op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Moerbeke wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Mesen

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 30 oktober 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Mesen;
Overwegende dat de gemeente Mesen op 12 februari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 april 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Mesen;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek één bezwaar werd ingediend, dat betrekking heeft op het zoneringsplan; dat dit bezwaar betrekking heeft op de plaatsing van een individuele behandelingsinstallatie; dat dit geen aanleiding geeft tot de aanpassing van het zoneringsplan;
Overwegende het advies van de gemeente Heuvelland; dat de gemeente Heuvelland de cluster 314-4000 heeft toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied; dat de gemeente Mesen deze keuze wenst te volgen; dat de cluster 314-4000 wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Leie;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 29 oktober 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 27 november 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Mesen wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Maldegem

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 8 januari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Maldegem;
Overwegende dat de gemeente Maldegem op 22 februari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 april 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Maldegem;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Gentse Kanalen;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 24 oktober 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 14 november 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Maldegem wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Maaseik

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 16 oktober 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Maaseik;
Overwegende dat de gemeente Maaseik op 10 januari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 maart 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Maaseik;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 31 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan; dat deze bewoners van mening zijn dat hun woning via drukriolering kan worden aangesloten op de collectieve zuivering;
Overwegende de door Interelectra opgemaakte gedetailleerde prijsvergelijking tussen de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering op de centrale zuivering en de aanleg van een individuele zuiveringsinstallatie; dat Interelectra 250 meter als absolute grens hanteert voor de afstand van een cluster tot het collectief of centrale gebied om nog in aanmerking te komen voor aansluiting via een drukriool; dat de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat dit werd overlegd met de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de clusters 113-105, 113-113, 113-126, 113-130, 113-137, 113-143, 113-147, 113-148, 113-154, 113-166, 113-168, 113-17, 113-182, 113-186, 113-19, 113-190, 113-244, 113-25, 113-264, 113-273, 113-275, 113-324, 113-342, 113-344, 113-367, 113-371, 113-375, 113-377, 113-387, 113-389, 113-391, 113-405, 113-407, 113-409, 113-413, 113-415, 113-419, 113-421, 113-423, 113-43, 113-442, 113-458, 113-465, 113-47, 113-470, 113-49, 113-501, 113-61, 113-65, 113-7, 113-73, 113-75, 113-76, 113-78, 113-95 en 113-99 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de clusters 113-8604, 113-8605, 113-8606 gravitair kunnen aansluiten op de aanwezige riolering in de straat; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van de gemeenten As, Opglabbeek, Dilsen-Stokkem, Meeuwen-Gruitrode en Bree;
Overwegende het niet binnen de gestelde termijn uitgebrachte advies van de gemeente Kinrooi;
Overwegende het advies van de gemeentelijke MINA-raad;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Maas;
Overwegende dat de cluster 113-292 reeds is aangesloten op de operationele zuivering; dat deze cluster wordt toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende dat de clusters 113-98, 113-278, 113-290, 113-51 en 113-98 zonder voorwerp zijn; dat deze clusters kunnen geschrapt worden;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 28 januari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 12 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Maaseik wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Maarkedal

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 11 december 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Maarkedal;
Overwegende dat de gemeente Maarkedal op 10 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 11 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Maarkedal;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 6 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de eigenaar van woning Rijksweg 125 gelegen in de cluster 120-314 wenst te worden aangesloten op de riolering; dat deze woning te ver afgelegen is van de nog aan te leggen riolering; dat de cluster blijft toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gezamenlijk bezwaar van de bewoners van Hokelbeke, Hasselstraat en Wijmierstraat; dat dit bezwaar betrekking heeft op de clusters 331-66, 331-62, 331-64, 331-102, 331-103 en 331-23; dat deze bewoners wensen aan te sluiten op de collectieve zuivering; dat voor de aansluiting van Hokelbeke en Hasselstraat 1,5 km riolering moet worden aangelegd; dat deze clusters blijven toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied; dat de woning Broekestraat 1 samen met een deel van de Wijmierstraat lokaal kan gezuiverd worden; dat deze woning wordt toegewezen aan cluster 331-6100; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de clusters 331-13 en 331-14 blijven toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de eigenaar van de woning Kokerellestraat 28 wenst aan te sluiten op de riolering; dat deze woning gelegen is in de cluster 120-305; dat hiervoor 150 meter riolering moet worden aangelegd; dat deze cluster blijft toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de eigenaar van de woning Kokerellestraat 12 wenst aan te sluiten op de riolering; dat deze woning gelegen is in de cluster 120-254; dat hiervoor 121 meter riolering moet worden aangelegd; dat deze cluster blijft toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gezamenlijk bezwaarschrift van de bewoners van de Koppenberg; dat zij vragen om het afvalwater via de N60 aan te sluiten op de collectieve zuivering; dat aansluiting via de N60 niet mogelijk is; dat de riolering gelegen is langs de andere zijde van de weg; dat de woningen op het grondgebied van Maarkedal blijven toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het bezwaarschrift van Natuurpunt; dat zij vragen om de clusters 120-1500, 120-154, 120-234, 331-49, 120-305, 120-418, 120-455, 120-433, 120-477, 120-472, 120-549, 120-589, 120-576, 120-633, 120-463, 120-470, 120-370, 331-97, 331-99, 331-74, 331-75, 331-12, 331-18, 331-66, 331-103, 331-102, 331-64, 331-62 en een deel van Drappendries-Kleistraat, Berg ten Houtte, omgeving Parkstraat-Stokstraat aan te sluiten op de collectieve zuivering; dat het hier clusters betreft die te ver verspreid liggen en/of niet gravitair kunnen aansluiten; dat de clusters blijven toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen Delfdries 1 en 3 achterwaarts lozen en mee kunnen aangesloten worden op de toekomstige riolering in Leideveld; dat deze woningen worden toegewezen aan de cluster 331-6101; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de rest van de cluster 331-97 de woning Delfdries 5 betreft; dat deze woning wordt toegewezen aan het clusternummer 331-6102; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 961-6 niet gelegen is op het grondgebied van de gemeente Maarkedal; dat deze cluster kan worden geschrapt;
Overwegende dat de cluster 331-79 zonder voorwerp is; dat deze cluster kan worden geschrapt;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Oudenaarde en Brakel;
Overwegende het advies van de gemeente Kluisbergen; dat de kern van Zulzeke wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied; dat aansluiting van de Zeelstraat en Kuitholstraat niet mogelijk is; dat voor dit gebied een zuivering via een kleinschalige waterzuiveringsinstallatie wordt voorzien; dat deze straten op grondgebied van Maarkedal blijven toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Bovenschelde;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 18 december 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 4 januari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat de cluster 201-7 niet gelegen is op het grondgebied van de gemeente Maarkedal; dat deze cluster kan worden geschrapt;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Maarkedal wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Lummen

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 8 januari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lummen;
Overwegende dat de gemeente Lummen op 6 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 1 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lummen;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 91 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat deze bezwaren betrekking hebben op de plaatsing van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater;
Overwegende de door Interelectra opgemaakte gedetailleerde prijsvergelijking tussen de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering op de centrale zuivering en de aanleg van een individuele zuiveringsinstallatie; dat Interelectra 250 m als absolute grens hanteert voor de afstand van een cluster tot het collectief of centrale gebied om nog in aanmerking te komen voor aansluiting via een drukriool; dat de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat de clusters 150-248, 150-253, 150-257, 150-270, 150-273,
150-275, 150-280, 150-285, 150-289, 150-290, 150-303, 150-309, 150-313, 150-321, 150-324, 150-332, 150-345, 150-352, 150-353, 150-375, 150-377, 150-378, 150-391, 150-415, 150-419, 150-425, 150-439, 150-458, 150-462, 150-467, 150-468, 150-471, 150-481, 150-483, 150-496, 150-503, 150-508, 150-525, 150-528, 150-534, 150-535, 150-537, 150-593, 150-618, 150-682, 150-701, 150-709, 163-34, 163-5, 106-75 en 106-80 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 163-7 kan worden aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Halen, Diest en Heusden-Zolder;
Overwegende het voorwaardelijk gunstig advies van de stad Beringen;
Overwegende het niet binnen de gestelde termijn uitgebrachte advies van de stad Hasselt;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Demer;
Overwegende dat in de clusters 150-263, 150-328, 150-349, 150-395, 150-495, 150-553, 150-556, 150-638, 150-184, 150-224, 106-110 en 110-5 geen afvalwater wordt geproduceerd; dat deze clusters zonder voorwerp zijn;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 19 november 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 19 december 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat de cluster 150-542 werd toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat het afvalwater niet kan worden afgevoerd naar een centrale zuivering; dat de cluster 150-542 wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Lummen wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Lubbeek

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 26 februari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lubbeek;
Overwegende dat de gemeente Lubbeek op 4 juni 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 juli 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lubbeek;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de woning gelegen Molenstraat 75 kan aansluiten op de bestaande riolering van de Steenrotsstraat; dat deze woning is opgenomen in cluster 089-400; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen gelegen Meistraat 87, 89, 91, 93, 95 en 97 kunnen aansluiten op de centrale zuivering door middel van een nog aan te leggen riolering; dat deze woningen gelegen zijn in cluster 089-408; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning gelegen Oude Baan 146 kan aansluiten op een nog aan te leggen verbindingsriolering; dat deze woning gelegen is in de cluster 089-410; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning gelegen Krapweg 2 reeds aangesloten is op de riolering; dat deze riolering nog niet aangesloten is op een operationele zuivering; dat deze woning gelegen is in de cluster 233-7304; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen gelegen Boskant 4, 7, 9 en 11 na scheiding van het afvalwater en hemelwater op privé terrein kunnen aansluiten op de centrale zuivering via de reeds bestaande riolering; dat deze woningen gelegen zijn in de clusters 332-41 en 332-45; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen gelegen Drogenhof 4 en 6 ontbreken op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woningen worden toegevoegd aan de cluster 233-7301; dat deze cluster is toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning gelegen Meistraat 89 ontbreekt op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woning wordt toegevoegd aan de cluster 089-408; dat deze cluster is toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning gelegen Wauwerdries 31a ontbreekt op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woning wordt toegevoegd aan de clusters 332-129; dat deze cluster is toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen gelegen Waaibergweg 7, 7a en 15 ontbreken op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woningen worden toegevoegd aan de cluster 332-113; dat deze cluster is toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning Boskant 11 ontbreekt op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woning wordt toegevoegd aan de clusters 332-41; dat deze cluster is toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen gelegen Eekhoornlaan 29 en 36, Kortrijkstraat 47, 94, 96, 98 en 100, Lemingstraat 1, 3, 5, 7, 11, 17, 19, 21, 23, 25, 27, 29, 31, 33, 35, 37, 39, 41 en, 43 en Markiezenlaan 7 verkeerdelijk werden opgenomen in het centrale gebied; dat deze woningen worden opgenomen in de cluster 089-7604; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woonuitbreidingsgebieden Bollenberg - Hazeputstraat ontbreken op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze gebieden worden opgenomen in de clusters 332-7014 en 332-7014; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de clusters 089-7602 en 189-33 zonder voorwerp zijn op het grondgebied van de gemeente Lubbeek; dat deze clusters geschrapt worden;
Overwegende het advies van de gemeenten Glabbeek, Leuven, Boutersem en Tielt-Winge;
Overwegende het gecoördineerd advies van de bekkenbesturen van de Dijle en de Demer;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 26 maart 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 31 maart 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Lubbeek wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Lo-Reninge

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 22 januari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lo-Reninge;
Overwegende dat de gemeente Lo-Reninge op 20 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 1 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lo-Reninge;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 3 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het bezwaar van de heer Bruynooghe; dat er onvoldoende plaats is voor de plaatsing van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater; dat bij nazicht ter plaatse is gebleken dat er wel degelijk ruimte beschikbaar is; dat het bezwaar niet wordt weerhouden;
Overwegende het bezwaar van de heer Nouwynck Denis; dat het gezuiverde water niet kan worden afgevoerd omdat de woning lager staat dan de straat; dat het technisch mogelijk is om het afvalwater naar hoger gelegen afvoerkanalen te transporteren; dat het bezwaar niet wordt weerhouden;
Overwegende het bezwaar van de heer Desaever Philip; dat dit een probleem van technische aard betreft; dat dit geen aanleiding geeft tot aanpassing van het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeente Ieper;
Overwegende het advies van de Zuidijzerpolder;
Overwegende het gunstig advies van de Polder Noordwatering;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Ijzer;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 27 december 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 24 januari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat de clusters 005-57, 005-172 en 230-3 niet gelegen zijn op het grondgebied van de gemeente; dat deze clusters zonder voorwerp zijn;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Lo-Reninge wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Lommel

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 16 oktober 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lommel;
Overwegende dat de gemeente Lommel op 18 januari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 maart 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lommel;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het advies van de gemeente Balen;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Maas;
Overwegende dat de woning Buskruitstraat 110, respectievelijk Vliegtuigstraat nummer 4, 6 en 8 niet zijn opgenomen op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woningen worden opgenomen in de clusters 115-8005 respectievelijk 115-8011; dat deze clusters worden toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering een grotere bedrijfszekerheid biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat een afstand van 250 meter tot het collectief te optimaliseren buitengebied of het centrale gebied als absolute grens wordt gehanteerd om nog in aanmerking te komen voor aansluiting dor middel van een drukriolering; dat de clusters 115-8000; 115-8001, 115-8002, 115-8003, 115-8004, 115-8006, 115-8007, 115-8008, 115-8009, 115-8010; 115-8012, 115-8013, 115-8014, 115-8015, 115-8016, 115-8017, 115-8018, 115-8019, 115-8020, 115-8021, 115-8022 en 115-8023 werden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 18 december 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 11 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Lommel wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Lokeren

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lokeren;
Overwegende dat de gemeente Lokeren op 25 januari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 26 maart 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lokeren;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het advies van de gemeenten Laarne en Lochristi;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Gentse Kanalen en Benedenschelde;
Overwegende dat de clusters 034-12, 034-171, 034-219, 034-224, 034-28, 034-52, 034-59, 034-6011, 034-6012, 034-6013, 034-6031, 034-6032, 131-88, 131-91, 131-94, 131-96, 034-67 en 034-80 kunnen worden aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 034-199 kan aansluiten op de collectieve zuivering; dat deze wordt uitgebreid met twee woningen; dat deze cluster het clusternummer 034-6113 wordt toegewezen; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 034-36 reeds is aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze cluster wordt toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende dat het centraal gebied ter hoogte van de Gerststraat werd uitgebreid;
Overwegende dat de woningen gelegen Zelebaan 73 tot en met 89 nog niet zijn aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze woningen worden toegewezen aan de clusters 034-6111 en 034-6112; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen gelegen Gaverstraat 22 tot en met 30 nog niet zijn aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze woningen worden toegewezen aan de cluster 034-6110; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen Rozenstraat 34 tot en met 47 nog niet zijn aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze woningen worden toegewezen aan de cluster 034-6114; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 034-286 niet kan worden aangesloten op de collectieve zuivering; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 22 oktober 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 29 november 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Lokeren wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Lochristi

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 november 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lochristi;
Overwegende dat de gemeente Lochristi op 20 februari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 april 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lochristi;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Destelbergen, Lokeren en Laarne;
Overwegende de adviezen van de bekkenbesturen van de Benedenschelde en Gentse Kanalen;
Overwegende dat de KMO-zone Lozen Boer nog niet was opgenomen in het ontwerp zoneringsplan; dat deze zone reeds aangesloten is op de collectieve zuiveringsinfrastructuur; dat deze wordt toegewezen aan het centraal gebied;
Overwegende dat de clusters 034-268, 034-274, 034-6040 en 034-6033 reeds aangesloten zijn op collectieve zuiveringsinfrastructuur; dat deze clusters worden toegewezen aan het centraal gebied;
Overwegende dat er in de clusters 034-6047 en 034-201 zich geen woningen bevinden, noch bouwmogelijkheden zijn; dat deze clusters worden verwijderd;
Overwegende dat de clusters 034-121, 034-109 en 034-303 nog privaat te ontwikkelen verkavelingen zijn; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat cluster 020-2 het clusternummer 020-6104 wordt toegewezen; dat deze cluster en clusters 034-19, 034-13, 034-7 samen met de stad Gent kunnen aangesloten worden op collectieve zuiveringsinfrastructuur; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de onbebouwde percelen in Ganzenhof nog niet zijn opgenomen in het ontwerp zoneringsplan; dat deze worden opgenomen in cluster 034-6107; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de verkaveling Volkshaard aan de Koedreef nog niet was opgenomen in het ontwerp zoneringsplan; dat deze verkaveling wordt opgenomen in cluster 131-6105; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief geoptimaliseerd buitengebied;
Overwegende dat de toekomstige verkaveling Volkshaard nabij de Kloosterstraat nog niet was opgenomen in het ontwerp zoneringsplan; dat deze wordt toegewezen aan cluster 034-6108; dat deze wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat delen van het woonuitbreidingsgebied Bosdreef rond Ganzenhof en van het woonuitbreidingsgebied aan de Berkenstraat nog niet waren opgenomen; dat deze delen reeds aangesloten zijn op collectieve zuiveringsinfrastructuur; dat deze worden toegewezen aan het centraal gebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 27 december 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 9 januari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Lochristi wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 11 december 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lennik;
Overwegende dat de gemeente Lennik op 13 maart 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 11 mei 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Lennik;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 21 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de woningen gelegen Scheestraat 48 en Oude Brusselsestraat 24 kunnen aansluiten op de nog aan te leggen riolering in de Scheestraat; dat deze woningen gelegen zijn in de cluster 173-428; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning gelegen Lombeeksestraat 94 kan aansluiten op het collectief te optimaliseren buitengebied; dat deze woning gelegen is in de cluster 173-597; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen gelegen Lombeeksestraat 74 en 76 ontbreken op het ontwerp van zoneringsplan; dat de woning gelegen Lombeeksestraat 76 kan aansluiten op het collectief te optimaliseren buitengebied; dat deze woning wordt opgenomen in cluster 173-7003; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de woning gelegen Lombeeksestraat 74 niet kan aansluiten op een collectieve zuivering; dat deze woning wordt opgenomen in cluster 173-7004; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning gelegen Tuitenbergstraat 15 wordt toegevoegd aan de cluster 176-668; dat de cluster 173-717 zonder voorwerp is;
Overwegende dat de woning gelegen Molenstraat 50 reeds aangesloten is op de riolering van de Assesteenweg; dat deze riolering nog niet is aangesloten op een operationele zuiveringsinstallatie; dat deze woning gelegen is in de cluster 173-803; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning gelegen Steenbergstraat 5 kan aansluiten op de riolering van de Steenbergstraat; dat deze riolering nog niet is aangesloten op een operationele zuiveringsinstallatie; dat deze woning gelegen is in de cluster 210-167; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning gelegen Negenbunderstraat 115 kan aansluiten op het collectief te optimaliseren buitengebied; dat een deel van de verbinding reeds is aangelegd; dat deze woning gelegen is in de cluster 210-203; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 210-283 zonder voorwerp is; dat deze cluster geschrapt wordt;
Overwegende dat de woning gelegen Bossuitstraat 134 reeds aangesloten is op een centrale zuivering; dat deze woning gelegen is in de cluster 210-415; dat deze cluster wordt toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende dat de woning gelegen Slagvijver 25 reeds aangesloten is op de riolering van de Grote Vijverselenweg; dat deze riolering nog niet in aangesloten op een operationele zuiveringsinstallatie; dat deze woning gelegen is in de cluster 210-536; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woning gelegen Langestraat 1 kan aansluiten op riolering in de Gustaaf Van der Steenstraat; dat deze woning gelegen is in de cluster 210-562; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen gelegen Frans Devoghellaan 1, 99, 103 en Oude Brusselsestraat 3, 3c en 4 kunnen aansluiten op het collectief te optimaliseren buitengebied; dat deze woningen gelegen zijn in de cluster 210-571; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen gelegen Poelstraat ontbreken op het ontwerp van zoneringsplan; dat de installatie van een kleinschalige waterzuiveringsinstallatie voor deze woningen reeds gepland is; dat deze woningen worden toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende dat de woning gelegen Scheestraat 58 ontbreekt op het ontwerp van zoneringsplan; dat deze woning niet kan aansluiten op een centrale zuivering; dat deze woning wordt opgenomen in cluster 210-7500; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gunstig advies van de gemeente Pepingen, Sint-Pieters-Leeuw, Roosdaal, Gooik, Dilbeek en Ternat;
Overwegende het advies van de GECORO;
Overwegende de bespreking in de gemeentelijke milieuraad;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Dender;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Dijle en Zenne;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 28 januari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 29 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Lennik wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

begin (#top) Publicatie : 2008-08-28

 

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 22 januari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Nazareth;
Overwegende dat de gemeente Nazareth op 18 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 29 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Nazareth;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek drie bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de woning Plaanstraat 15 reeds is aangesloten op een operationele zuivering; dat deze wordt toegevoegd aan het centraal gebied;
Overwegende dat de cluster 200-6017 in de nabijheid is gelegen van het collectief te optimaliseren gebied; dat de cluster 200-6017 dichtbij een VEN-gebied gelegen is; dat een collectieve zuivering een meer duurzame oplossing garandeert dat de plaatsing van een individuele behandelingsinstallatie; dat in deze cluster een aantal bedrijven gelegen zijn; dat de cluster 200-6017 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat het afvalwater van de woningen gelegen in cluster 200-6003 momenteel wordt gezuiverd in een rietveld; dat de afstand tot het centraal gebied gering is; dat een collectieve zuivering een meer duurzame oplossing garandeert dat de plaatsing van een individuele behandelingsinstallatie; dat de cluster 200-6003 blijft behoren tot het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de opmerking van Romain Van Huffel omtrent het ongezuiverd lozen van afvalwater, samen met regenwater in de onbevaarbare waterloop nummer 1 - Oude Hauwbeeek - en de gracht verderop betrekking heeft op een ander beleidsdomein; dat deze problematiek geen onderdeel uitmaakt van het zoneringsplan; dat deze opmerking geen aanleiding geeft tot een aanpassing van het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Gavere en De Pinte;
Overwegende het advies van de gemeentelijke milieu- en natuurraad;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Bovenschelde en het bekkenbestuur van de Leie;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 28 januari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 6 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Nazareth wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Mortsel

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 11 september 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Mortsel;
Overwegende dat de gemeente Mortsel op 21 december 2006 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 februari 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Mortsel;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Benedenschelde; dat wordt opgemerkt dat de gebouwen op Fort 3 gelegen zijn binnen het habitatrichtlijngebied Fort 3; dat in dit gebied elke lozing in de fortgracht verboden is; dat de cluster 165-17 wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 18 september 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 20 november 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Mortsel wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 
9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Moerbeke
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 30 oktober 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Moerbeke;
Overwegende dat de gemeente Moerbeke op 29 januari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 februari 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Moerbeke;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Stekene en Sint-Niklaas;
Overwegende het gunstig advies van de Polder van Moervaart en Zuidlede en Moerbeke Polder;
Overwegende het niet binnen de gestelde termijn uitgebrachte advies van het bekkenbestuur van de Gentse Kanalen;
Overwegende dat Moerbeke-Polder enkele opmerkingen formuleert; dat het bestuur opmerkt dat er een materiële vergissing is in de Meester Antoniusdreef; dat de volledige straat is gerioleerd; dat elke woning aansluitbaar is op het openbaar rioleringsnet;
Overwegende dat Moerbeke-Polder en het bekkenbestuur van de Gentse Kanalen de nadruk legt op de mogelijkheid om de woningen gelegen op de grens van Lokeren aan te sluiten op het rioleringsnet van deelgemeente Eksaarde;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 10 juli 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 24 juli 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering gebaseerd is op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Moerbeke wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

 

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Mesen

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 30 oktober 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Mesen;
Overwegende dat de gemeente Mesen op 12 februari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 april 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Mesen;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek één bezwaar werd ingediend, dat betrekking heeft op het zoneringsplan; dat dit bezwaar betrekking heeft op de plaatsing van een individuele behandelingsinstallatie; dat dit geen aanleiding geeft tot de aanpassing van het zoneringsplan;
Overwegende het advies van de gemeente Heuvelland; dat de gemeente Heuvelland de cluster 314-4000 heeft toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied; dat de gemeente Mesen deze keuze wenst te volgen; dat de cluster 314-4000 wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Leie;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 29 oktober 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 27 november 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Mesen wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Maldegem

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 8 januari 2007 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Maldegem;
Overwegende dat de gemeente Maldegem op 22 februari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 6 april 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Maldegem;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Gentse Kanalen;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 24 oktober 2007 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 14 november 2007 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Maldegem wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Maaseik

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 16 oktober 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Maaseik;
Overwegende dat de gemeente Maaseik op 10 januari 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 19 maart 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Maaseik;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 31 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan; dat deze bewoners van mening zijn dat hun woning via drukriolering kan worden aangesloten op de collectieve zuivering;
Overwegende de door Interelectra opgemaakte gedetailleerde prijsvergelijking tussen de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering op de centrale zuivering en de aanleg van een individuele zuiveringsinstallatie; dat Interelectra 250 meter als absolute grens hanteert voor de afstand van een cluster tot het collectief of centrale gebied om nog in aanmerking te komen voor aansluiting via een drukriool; dat de aansluiting van een woning door middel van een drukriolering een grotere bedrijfszekerheid en een hoger milieurendement biedt in vergelijking met de aanleg van een individuele behandeling van afvalwater; dat dit werd overlegd met de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de clusters 113-105, 113-113, 113-126, 113-130, 113-137, 113-143, 113-147, 113-148, 113-154, 113-166, 113-168, 113-17, 113-182, 113-186, 113-19, 113-190, 113-244, 113-25, 113-264, 113-273, 113-275, 113-324, 113-342, 113-344, 113-367, 113-371, 113-375, 113-377, 113-387, 113-389, 113-391, 113-405, 113-407, 113-409, 113-413, 113-415, 113-419, 113-421, 113-423, 113-43, 113-442, 113-458, 113-465, 113-47, 113-470, 113-49, 113-501, 113-61, 113-65, 113-7, 113-73, 113-75, 113-76, 113-78, 113-95 en 113-99 worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de clusters 113-8604, 113-8605, 113-8606 gravitair kunnen aansluiten op de aanwezige riolering in de straat; dat deze clusters worden toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het advies van de gemeenten As, Opglabbeek, Dilsen-Stokkem, Meeuwen-Gruitrode en Bree;
Overwegende het niet binnen de gestelde termijn uitgebrachte advies van de gemeente Kinrooi;
Overwegende het advies van de gemeentelijke MINA-raad;
Overwegende het advies van het bekkenbestuur van de Maas;
Overwegende dat de cluster 113-292 reeds is aangesloten op de operationele zuivering; dat deze cluster wordt toegewezen aan het centrale gebied;
Overwegende dat de clusters 113-98, 113-278, 113-290, 113-51 en 113-98 zonder voorwerp zijn; dat deze clusters kunnen geschrapt worden;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 28 januari 2008 het aangepast ontwerp van zoneringsplan heeft goedgekeurd;
Overwegende dat een afschrift van deze beslissing op 12 februari 2008 werd overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij;
Overwegende dat het definitief zoneringsplan werd opgemaakt conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat er conform het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid werd nagegaan of er door het zoneringsplan schadelijke effecten op het watersysteem optreden en er voorwaarden opgelegd dienen te worden om deze effecten te voorkomen, te beperken of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren;
Overwegende dat bij de opmaak van het zoneringsplan als randvoorwaarde een verbetering van de huidige waterkwaliteit werd vooropgesteld; dat deze verbetering kan gerealiseerd worden door de bouw van een individuele behandelingsinstallatie of door de aanleg van riolering, die wordt aangesloten op een bestaande of nog te bouwen collectieve zuiveringsinstallatie; dat de keuze voor collectieve of individuele zuivering is gebaseerd op een economische afweging van beide keuzes rekening houdend met de lokale specifieke omstandigheden; dat bij de aanleg van het zuiveringssysteem bovendien zal gekozen worden voor een maximale scheiding van het afvalwater en het hemelwater; dat na onderzoek blijkt dat het voorliggende definitief zoneringsplan geen relevante nadelige invloed heeft op het watersysteem en geen significante schadelijke effecten veroorzaakt; dat er in deze fase van het project dan ook geen extra voorwaarden of maatregelen dienen te worden opgelegd; dat het definitief plan bovendien verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen zoals opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid,
Besluit :
Artikel 1. Het definitieve zoneringsplan voor de gemeente Maaseik wordt vastgesteld.
Art. 2. Het definitieve zoneringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ligt ter inzage bij de gemeente.
Brussel, 9 juni 2008.
H. CREVITS

9 JUNI 2008
Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Maarkedal

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op artikel 10.2.3., § 1, tweede lid, 20°, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering zoals laatst gewijzigd bij besluit van 28 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 11 december 2006 het voorontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Maarkedal;
Overwegende dat de gemeente Maarkedal op 10 april 2007 haar beoordeling heeft overgemaakt aan de Vlaamse Milieumaatschappij; dat de beoordeling werd uitgevoerd conform de criteria bepaald in artikel 8 van het besluit van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Overwegende dat de Vlaamse Milieumaatschappij op 11 juni 2007 het ontwerp van zoneringsplan heeft overgemaakt aan de gemeente Maarkedal;
Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 6 bezwaren werden ingediend, die betrekking hebben op het zoneringsplan;
Overwegende dat de eigenaar van woning Rijksweg 125 gelegen in de cluster 120-314 wenst te worden aangesloten op de riolering; dat deze woning te ver afgelegen is van de nog aan te leggen riolering; dat de cluster blijft toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gezamenlijk bezwaar van de bewoners van Hokelbeke, Hasselstraat en Wijmierstraat; dat dit bezwaar betrekking heeft op de clusters 331-66, 331-62, 331-64, 331-102, 331-103 en 331-23; dat deze bewoners wensen aan te sluiten op de collectieve zuivering; dat voor de aansluiting van Hokelbeke en Hasselstraat 1,5 km riolering moet worden aangelegd; dat deze clusters blijven toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied; dat de woning Broekestraat 1 samen met een deel van de Wijmierstraat lokaal kan gezuiverd worden; dat deze woning wordt toegewezen aan cluster 331-6100; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de clusters 331-13 en 331-14 blijven toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de eigenaar van de woning Kokerellestraat 28 wenst aan te sluiten op de riolering; dat deze woning gelegen is in de cluster 120-305; dat hiervoor 150 meter riolering moet worden aangelegd; dat deze cluster blijft toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de eigenaar van de woning Kokerellestraat 12 wenst aan te sluiten op de riolering; dat deze woning gelegen is in de cluster 120-254; dat hiervoor 121 meter riolering moet worden aangelegd; dat deze cluster blijft toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het gezamenlijk bezwaarschrift van de bewoners van de Koppenberg; dat zij vragen om het afvalwater via de N60 aan te sluiten op de collectieve zuivering; dat aansluiting via de N60 niet mogelijk is; dat de riolering gelegen is langs de andere zijde van de weg; dat de woningen op het grondgebied van Maarkedal blijven toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende het bezwaarschrift van Natuurpunt; dat zij vragen om de clusters 120-1500, 120-154, 120-234, 331-49, 120-305, 120-418, 120-455, 120-433, 120-477, 120-472, 120-549, 120-589, 120-576, 120-633, 120-463, 120-470, 120-370, 331-97, 331-99, 331-74, 331-75, 331-12, 331-18, 331-66, 331-103, 331-102, 331-64, 331-62 en een deel van Drappendries-Kleistraat, Berg ten Houtte, omgeving Parkstraat-Stokstraat aan te sluiten op de collectieve zuivering; dat het hier clusters betreft die te ver verspreid liggen en/of niet gravitair kunnen aansluiten; dat de clusters blijven toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de woningen Delfdries 1 en 3 achterwaarts lozen en mee kunnen aangesloten worden op de toekomstige riolering in Leideveld; dat deze woningen worden toegewezen aan de cluster 331-6101; dat deze cluster wordt toegewezen aan het collectief te optimaliseren buitengebied; dat de rest van de cluster 331-97 de woning Delfdries 5 betreft; dat deze woning wordt toegewezen aan het clusternummer 331-6102; dat deze cluster wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied;
Overwegende dat de cluster 961-6 niet gelegen is op het grondgebied van de gemeente Maarkedal; dat deze cluster kan worden geschrapt;
Overwegende dat de cluster 331-79 zonder voorwerp is; dat deze cluster kan worden geschrapt;
Overwegende het gunstig advies van de gemeenten Oudenaarde en Brakel;
Overwegende het advies van de gemeente Kluisbergen; dat de kern van Zulzeke wordt toegewezen aan het individueel te optimaliseren buitengebied; dat aansluiting van de Zeelstraat en Kuitholstraat niet mogel