ledenaanwijzing en de werking van het raadgevend comité bij het Agentschap voor Landbouw en Visserij | |
| Datum | 01/09/2008 |
| Door | Isabelle |
| Type |
Landbouw, Milieubeleid - overheid, Vlaanderen, Website, Wetgeving
|
| VLAAMSE OVERHEID |
Landbouw en Visserij
De Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Gelet op artikel 87, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
Gelet op het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003, in het bijzonder artikel 6, § 2;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Landbouw en Visserij, inzonderheid artikel 16, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2005.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 maart 2007 tot regeling van de presentiegelden en vergoedingen van strategische adviesraden en van raadgevende comités bij intern verzelfstandigde agentschappen, inzonderheid de artikelen 9 en 12;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 10 maart 2008;
Overwegende dat een van de doelstellingen van het Beter Bestuurlijk Beleidsplan de oprichting is van raadgevende organen bij de intern verzelfstandigde agentschappen die door adviezen te verstrekken, de kwaliteit van de diensten die het agentschap levert zouden optimaliseren; dat een dergelijk raadgevend comité een objectieve stem moet kunnen laten horen vanuit de maatschappij en de betrokken sectoren;
Gelet op het advies 44.603/3 van de Raad van State, gegeven op 17 juni 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State,
Besluit :
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° het comité : het raadgevend comité vermeld in hoofdstuk V van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Landbouw en Visserij;
2° de minister : de Vlaamse minister bevoegd voor het landbouwbeleid;
3° het agentschap : het Agentschap voor Landbouw en Visserij;
4° de administrateur-generaal : de administrateur-generaal van het Agentschap voor Landbouw en Visserij.
Art. 2. § 1. Tot effectieve leden van het comité bij het agentschap worden benoemd :
1° negen leden die de verenigingen van producenten vertegenwoordigen die actief zijn in de land- en tuinbouwsector. De volgende verenigingen dragen daartoe het volgende aantal leden voor benoeming voor :
a) De Boerenbond (BB) : 3;
b) Het Algemeen Boerensyndikaat VZW (ABS) : 2;
c) De Vlaamse Beroepsverening voor Biologisch Boeren (Belbior) : 1;
d) Het Vlaams Agrarisch Centrum (VAC) : 1;
e) De Groene Kring : 1;
f) De Belgische Rederscentrale C.V. : 1;
2° drie leden die de verenigingen van bedrijven vertegenwoordigen die productiemiddelen toeleveren aan de land- en tuinbouwsector. De volgende verenigingen dragen daartoe elk een vertegenwoordiger voor benoeming voor :
a) de Beroepsverening van de Mengvoederfabrikanten VZW (BEMEFA);
b) de Belgische Federatie van de uitrusting voor de Landbouw, de Tuinbouw, de Veeteelt en de Tuin, VZW (FEDAGRIM);
c) de Belgische Interprofessionele Vakgroep voor Zaaizaden (Intersemza VZW).
3° twee leden die de verenigingen van bedrijven vertegenwoordigen die land- en tuinbouwproducten verhandelen en verwerken. De volgende verenigingen dragen daartoe elk een vertegenwoordiger voor benoeming voor :
a) de Federatie Voedingsindustrie VZW (FEVIA);
b) Verbond Belgische Tuinbouwveilingen VZW (VBT);
4° één lid dat de verenigingen van dienstverlenende bedrijven en instellingen vertegenwoordigt die actief zijn in de land- en tuinbouwsector of in de visserijsector. De volgende vereniging draagt daartoe een lid voor benoeming voor :
a) de Belgische Vereniging van Banken en Beursvennootschappen (BVB);
5° twee leden die de omkaderingssector vertegenwoordigen. De volgende verenigingen en instanties dragen daartoe elk een lid voor benoeming voor :
a) in gezamenlijk overleg de erkende dierlijke en plantaardige proefcentra;
b) de Nationale Centrale Landbouw Service als vereniging van loonwerkers.
§ 2. Tot plaatsvervangende leden van het comité worden benoemd :
1° negen leden die de verenigingen van producenten vertegenwoordigen die actief zijn in de land- en tuinbouwsector. De volgende verenigingen dragen daartoe het volgende aantal leden voor benoeming voor :
a) De Boerenbond (BB) : 3;
b) Het Algemeen Boerensyndikaat VZW (ABS) : 2;
c) De Vlaamse Beroepsverening voor Biologisch Boeren (Belbior) : 1;
d) Het Vlaams Agrarisch Centrum (VAC) : 1;
e) De Groene Kring : 1;
f) De Belgische Rederscentrale C.V. : 1.
2° drie leden die de verenigingen van bedrijven die productiemiddelen toeleveren aan de land- en tuinbouwsector vertegenwoordigen. De volgende verenigingen dragen daartoe elk een vertegenwoordiger voor benoeming voor :
a) de Beroepsverening van de Mengvoederfabrikanten VZW (BEMEFA)
b) de Belgische Federatie van de uitrusting voor de Landbouw, de Tuinbouw, de Veeteelt en de Tuin, VZW (FEDAGRIM);
c) de Belgische Interprofessionele Vakgroep voor Zaaizaden (Intersemza VZW);
3° twee leden die de verenigingen van bedrijven vertegenwoordigen die land- en tuinbouwproducten verhandelen en verwerken. De volgende verenigingen dragen daartoe elk een vertegenwoordiger voor benoeming voor :
a) de Federatie Voedingsindustrie VZW (FEVIA);
b) Verbond Belgische Tuinbouwveilingen VZW (VBT);
4° één lid die de verenigingen van dienstverlenende bedrijven en instellingen die actief zijn in de land- en tuinbouwsector of visserijsector vertegenwoordigen. De volgende vereniging draagt daartoe een lid voor benoeming voor :
a) de Belgische Vereniging van Banken en Beursvennootschappen (BVB);
5° twee leden die de omkaderingssector vertegenwoordigen. De volgende verenigingen en instanties dragen daartoe elk een lid voor benoeming voor :
a) in gezamenlijk overleg de erkende dierlijke en plantaardige proefcentra;
b) de Nationale Centrale Landbouw Service als vereniging van loonwerkers.
Art. 3. Het comité wijst onder zijn effectieve leden een voorzitter en een ondervoorzitter aan, evenals een plaatsvervangende voorzitter en een plaatsvervangende ondervoorzitter.
Het agentschap neemt de taken van het secretariaat van het comité op zich.
Art. 4. Het comité maakt bij zijn eerste zitting een huishoudelijk reglement op waarin de wijze van samenkomen en de beslissingsprocedures worden vastgelegd.
De voorzitter van het comité legt het huishoudelijk reglement en elk voorstel tot wijziging ervan voor aan de minister ter goedkeuring. De voorzitter bezorgt een afschrift van het goedgekeurde huishoudelijk reglement aan de administrateur-generaal.
De voorzitter van het comité stelt de agenda van de zitting samen in overleg met de administrateur-generaal. De voorzitter van het comité kan bij de agendaopmaak de aministrateur-generaal verzoeken om ambtenaar-experten van het agentschap of van andere overheidsinstanties voor de vergadering uit te nodigen.
De voorzitter van het comité legt de adviezen die door het comité worden uitgebracht, aan de administrateur-generaal voor.
Art. 5. Ter uitvoering van artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 maart 2007 tot regeling van de presentiegelden en vergoedingen van strategische adviesraden en van raadgevende comités bij intern verzelfstandigde agentschappen, krijgen de leden van het comité bij het agentschap per vergadering 25 euro presentiegeld.
De leden van het comité krijgen een reisvergoeding toegekend voor de reizen die zij maken bij de uitoefening van hun werkzaamheden als lid van het comité. Die vergoeding is het equivalent van de vergoeding van de reiskosten van personeelsleden van de Vlaamse overheid.
In overeenstemming met artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 maart 2007 zijn de bovenvermelde presentiegelden en de reisvergoedingen ten laste van het agentschap.
Brussel, 19 augustus 2008.
K. PEETERS