Tweedehands windmolen is in trek
Datum13/08/2008
Doorgoedele
Type
Energie, Nederland, Nieuws, Technologie, Website

Op het piepkleine eiland Gigha, aan de westkust van Schotland, staan drie 'Dansende Dames'. Het is de liefkozende naam die de eilandbewoners gebruiken voor de ruim dertig meter hoge occasion windmolens die sinds enkele jaren de energie leveren. Op het eilandje - een gemeenschap van 150 zielen - waait het bijna altijd.

De energie wordt niet direct aan de inwoners geleverd, maar eerst aan het net verkocht, vertelt Jaqui MacLeod, manager van het Gigha fonds. "Aangezien de energiestroom niet constant is, zouden we te weinig energie opwekken op drukke momenten. Bijvoorbeeld aan het begin van de avond als iedereen thuis is."

De bewoners van Gigha zijn pioniers. Volgens MacLeod zijn de molens een groot succes. De uitstoot van schadelijke CO2 is teruggedrongen en, zegt MacLeod: "We bekijken of we een vierde turbine zullen plaatsen waarmee we direct stroom kunnen verkopen aan een viskwekerij op het eiland."

Henk van den Bosch kent de molens van Gigha wel. Ze komen uit een partij van vijf, zegt de directeur van Windbrokers, een Nederlands bedrijf dat handelt in tweedehands windmolens. "Wij kochten destijds de andere twee turbines", vertelt Van den Bosch, die in 2002 samen met een compagnon Windbrokers begon.

De markt voor tweedehands windmolens zit in de lift. Na de eeuwwisseling kwamen de eerste gebruikte turbines op de markt, vertelt Van den Bosch. Bestaande parken in Nederland, Duitsland en Denemarken werden vernieuwd, mede dankzij subsidies. Dat was het moment voor Van den Bosch om in de windhandel te springen.

"Het doorverkopen van gebruikte molens is een hartstikke goed zaak", reageert Ton Hirdes van NWEA, een belangbehartiger van Nederlandse windenergiebedrijven. "Op het afgelegen platteland van Roemenië of Hongarije is aansluiting op het bestaande elektriciteitsnet heel duur en gecompliceerd. Een windmolen kan dan een oplossing zijn."

Windbrokers heeft inmiddels ruim driehonderd tweedehands molens verkocht. Ze staan in Groot-Brittannië bij Nissan en geneesmiddelenproducent GlaxoSmithKline, maar ook in Australië, Canada en Chili. Ze worden gekocht door bedrijven, boeren en kleine gemeenschappen - zoals Gigha - die zelf energie willen opwekken. Van den Bosch: "De vraag is veel groter dan het aanbod."

Dat komt omdat ook de grote leveranciers van nieuwe turbines, zoals Siemens en Vestas, meer werk hebben dan ze aankunnen. Het is reden voor sommige partijen op zoek te gaan naar een tweedehandsje.

Maar ook de kosten spelen een voorname rol. De gebruikte molens zijn al vanaf pakweg veertigduizend euro te vinden.

Door vervanging van oude turbines in Nederland komen volgens Hirdes de komende jaren nog meer gebruikte molens beschikbaar. Hij wijst er wel op dat oude turbines veel minder huishoudens kunnen voorzien dan de nieuwste exemplaren. "In Nederland kunnen we beter nieuwe turbines plaatsen. Dat levert de meeste duurzame energie op."

Het maakt de gebruikte molens niet minder aantrekkelijk voor gemeenschappen als Gigha. De levensduur van een nieuwe turbine is twintig jaar, maar al na een jaar of tien worden veel parken vervangen. De molens op Gigha gaan nog zeker acht jaar mee.

MacLeod: "We verkopen meer stroom aan het net dan we zelf verbruiken. Dat levert ongeveer honderdduizend euro winst per jaar op. Als de turbines eind 2009 zijn afbetaald dan kan dat bedrag zelfs oplopen tot 180.000 euro per jaar."

Door Thomas Olivier

Bron: iNSNet