Crevits pleit voor een belangrijke rol voor gewesten inzake leefmilieu bij de OESO
Datum30/04/2008
Doorgoedele
Type
Milieu - algemeen, Milieubeleid - overheid, Nieuws, Vlaanderen, Website

Minister Crevits nam maandag namens België deel aan de openingssessie van de vierjaarlijkse OESO-vergadering van milieuministers in Parijs. Op de sessie wordt de "Global Environmental Outlook 2030" voorgesteld. Hierin stelt de OESO een vooruitblik voor op de toekomstige ontwikkelingen van het wereldmilieu en een schatting van de kosten van milieuschade als er geen extra inspanningen worden geleverd. Minister Crevits prees het OESO- werk inzake de kosten- en bateninschatting van milieubeleid. Het is nu wel van belang om in de toekomst de verdelingseffecten van die kosten- en baten in beeld te brengen om zo tot een gedragen beleid te komen. Verder breekt ze een lans voor een belangrijkere rol voor de gewesten bij het ontwerp en de uitvoering van de OESO-milieustrategie.

In onze federale staatsstructuur zijn de gewesten bevoegd voor het milieubeleid, daarom pleit Crevits voor een belangrijkere rol voor de subnationale entiteiten (gewesten) bij het ontwerp en de uitvoering van de OESO-milieustrategie. De centrale doelen van de OESO-strategie zijn natuurbeleid, ontkoppeling tussen groei en milieudruk, informatievoorziening voor milieubeleid, de relatie tussen het sociale en milieu en de verbeterde internationale samenwerking - allemaal zaken waar de gewesten in belangrijke mate voor bevoegdheid zijn. De minister neemt nu deel aan de evaluatie van de lopende strategie en beslist mee of er een nieuwe OESO-strategie komt na 2010.

Een objectief van de bijeenkomst is ook ervaringsuitwisseling. Als voorbeeld van innovatieve benaderingen in de OESO-lidstaten lichtte Crevits het innovatief biomonitoringsprogramma toe dat in Vlaanderen loopt. Dit biomonitoringsprogramma spoort de effecten van vervuilende stoffen op tot bij concrete personen. Het nieuwe zit er hem in dat Vlaanderen deze wetenschappelijke bevindingen laat doorwerken in concrete beleidsinitiatieven, zoals de sanering van vervuilde gronden. Andere lidstaten hebben al hun interesse getoond om dit programma ook bij hen te implementeren.