Ontwerp decreten Ruimtelijke Ordening en Grond en Pandenbeleid principieel goedgekeurd | |
| Datum | 23/04/2008 |
| Door | goedele |
| Type |
Milieubeleid - overheid, Nieuws, Ruimtelijke ordening, Vlaanderen, Website
|
Van Mechelen legde vorige week zowel het nieuwe decreet Ruimtelijke Ordening als het nieuwe decreet Grond- en Pandenbeleid op de tafel van de Vlaamse regering, die er haar principiële goedkeuring aan gaf.
Het ontwerpdecreet RO voert vernieuwingen in op drie belangrijke punten; vergunningen, planologie en handhaving. Die vernieuwingen beogen vooral vereenvoudigde en transparantere procedures en een grotere rechtszekerheid voor burgers en lokale besturen.
Om in te spelen op de vraag vanuit de burger naar meer efficiënte administratieve procedures, wordt een hele batterij maatregelen voorzien die de administratieve lasten fel terugschroeven.
De gelijktijdige behandeling van de milieu- en stedenbouwkundige vergunningen via een eenloketsysteem voor de bedrijven is daar één van. Een gelijkaardige geintegreerde procedure wordt ook ingevoerd voor de lokale besturen die over een goedgekeurd ruimtelijk structuurplan beschikken. Zij kunnen in de toekomst de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen en de herziening van hun structuurplan in mekaar schuiven. Dit levert in veel gevallen een tijdswinst van pakweg anderhalf jaar op.
Voor de burgers staan er nog meer wijzigingen op stapel. Momenteel zijn er slechts twee categorieën van werken, die werken waarvoor een vergunning noodzakelijk is en diegenen die daarvan zijn vrijgesteld. Met de invoering van een derde systeem, de meldingsplicht, worden een aantal werken uit die vergunningsplicht gehaald. Daarbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan het plaatsen van zonnepanelen op daken.
Een andere wijziging wordt ingevoerd in de beroepsprocedure. Vandaag is die vrij complex met een dubbel administratief beroep bij de deputatie en minister en in sommige gevallen nadien nog een jarenlange procedure bij de Raad van State. Daardoor moeten burgers vaak jarenlang wachten op een definitieve uitspraak in hun rechtsgeding.
Ook deze procedure wordt vereenvoudigd. In de toekomst zal enkel de provinciale deputatie in beroep een opportuniteitsoordeel vellen over een vergunning. Een hoger legaliteitsberoep kan ingediend worden bij een nieuw op te richten rechtscollege dat geacht wordt om binnen de zes weken uitspraak te doen.
In het nieuwe decreet wordt komaf gemaakt met nog een aantal bestaande onzekerheden in de rechtspositie van zonevreemde constructies. Ook wordt de onduidelijke situaties waarin oude woningen en gebouwen van voor de opmaak van het gewestplan zich bevinden. Daarenboven wordt een ruimer kader gecreëerd voor het uitdovend woonrecht voor de bewoners van de weekendverblijven.
Eén van de meest significante nieuwigheden in het tweede luik van het decreet, behelst de afhandeling van de handhavingsprocedures. Zo zal het in de toekomst niet langer de praktijk zijn om bouwmisdrijven eerst strafrechterlijk en nadien nog eens burgerlijk te vervolgen. Dat zal in de toekomst slechts mogelijk zijn na een advies van de Hoge Raad voor Herstelbeleid die trouwens wordt omgevormd tot een Hoge Raad voor Handhavingsbeleid. Zoals de nieuwe naamgeving laat vermoeden, krijgt deze raad ook een veel grotere rol toebedeeld in heel het handhavingsbeleid. De raad zal daarbij onder meer toezien dat er bij herstelvorderingen redelijke termijnen worden gehanteerd en kan in de toekomst ook bemiddelen in het totstandkomen van een minnelijke schikking.
Tegelijkertijd voert Van Mechelen het systeem van het ‘as-built-attest' in. Vaak vertoont de uiteindelijk gebouwde woning immers marginale afwijkingen met het oorspronkelijke bouwplan. Die afwijkingen kunnen via dit as-built-attest meteen worden opgenomen in het vergunningenregister.
Gelijktijdig met de herziening van het decreet Ruimtelijke Ordening werkte Dirk Van Mechelen ook een bijhorend decreet Grond- en Pandenbeleid uit waarin het recht van onze burgers op betaalbaar en sociaal wonen, decretaal wordt verankerd.
Het ontwerpdecreet Grond en Pandenbeleid verzekert het recht op betaalbaar wonen door middel van het versterken van de inhaalbeweging voor de bouw van sociale woningen. Daarbij wordt ook voor de allereerste keer aan de private sector de kans geboden om in samenwerking met de gemeenten een sociaal woonaanbod te creëren. Het wordt dus meer dan ooit een verhaal van lasten en lusten. Een verhaal waarbij het de bedoeling is alle actoren te responsabiliseren; de gemeentebesturen, de sociale huisvestingsmaatschappijen en de private sector.
Met dit totaal nieuwe decreet worden diverse fiscale stimuli en subsidies verleend voor de activering van leegstaande panden. Omdat het gemeentelijk bustuursniveau veel beter maatwerk kan afleveren in deze problematiek wordt een duidelijk kader gecrëerd voor één gemeentelijke leegstandsheffing, waarbij de opbrengsten kunnen aangewend worden voor het gemeentelijk woonbeleid.
Vernieuwend is het feit dat bij de effectieve realisatie van het sociale woonaanbod de privé-sector een volwaardige partner wordt en dus alle kansen krijgt om ook op dit terrein actief te worden. Tot nu was de ontwikkeling van het sociale woonaanbod exclusief voorbehouden aan publieke actoren.
Zowel de publieke als de private sector worden in de toekomst gelijkwaardig behandeld, inclusief de bestaande subsidiesystemen en fiscale faciliteiten. Met andere woorden, bij het bepalen van de woondoelstellingen van een overheid is het niet langer belangrijk wie het uitvoert, maar wel dat de doelstelling gehaald wordt (het zogenaamde ‘outputcontrolesysteem').
Naast het eerder klassieke ‘sociaal woonaanbod' waarbij een gevoelige inhaaloperatie wordt gedaan voor sociale huurwoningen, introduceert dit ontwerp van decreet ook het ‘bescheiden woonaanbod'. Concreet betekent dit dat bij de ontwikkeling van diverse verkavelings- en bouwprojecten kleinere kavels of woningen beschikbaar zullen zijn.
Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen stelt voorop dat er 10.000 hectaren bijkomend bosgebied en 38.000 hectaren bijkomend natuurgebied moeten bestemd worden. Vaak gebeurt dit door een bestemmingswijziging van de bestaande landbouwgebieden.
Om de uitvoerbaarheid van deze doelstelling te vergroten voert dit decreet een eenvoudige en werkbare subsidiaire financiële compensatie voor de eigenaars van de getroffen landbouwgronden in. Dit nieuwe instrument kan aangewend worden op het ogenblik dat geen andere compensatiemechanismen voorhanden zijn.
Zowel het nieuwe decreet RO als het decreet Grond- en Pandenbeleid worden de komende maanden uitgebreid getoetst aan de ervaringen en opmerkingen uit het middenveld. Niet enkel de decretaal vastgelegde adviesraden zullen hun stem in het debat hebben. Naast de Serv, Mina, Saro en Woonraad zal ook de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) hun provinciale tegenhanger de VVP én de Hoge Raad voor Herstelbeleid officieel bij de adviesprocedure worden betrokken.
Minister Van Mechelen gaat er vanuit dat de parlementaire behandeling van beide decreten in het najaar kan starten.
Onze leden vinden hier :