Commentaar Yves Desmet - De Morgen 22 januari 2008 | |
| Datum | 01/01/1970 |
| Door | goedele |
| Type |
Europa, Klimaat, Milieubeleid - overheid, Website
|
De Europese Commissie presenteerde vandaag een ambitieus klimaatprogramma. De milieubeweging vindt dat het best nog wat meer had kunnen zijn, maar een plan dat in 20 procent hernieuwbare energie, 20 procent energiebesparing en 20 procent minder broeikasgassen voorziet tegen 2020 kan men ook moeilijk een druppel op een hete plaat noemen. De EU importeert momenteel 50 procent van haar energie. Het plan moet de Europese energievoorziening op termijn minder afhankelijk maken van internationale markten, en moet van de EU een voorloper maken in groene technologie, wat onze economie op termijn een niet te onderschatten concurrentievoordeel kan opleveren. Hooggestemde principes, die ook door politieke verantwoordelijken in België toegejuicht worden, ook al omdat ze voorlopig goed vallen bij de publieke opinie.
Zo was er geen enkel probleem om de aanstelling van een klimaatminister te bepleiten, en dreef Joëlle Milquet tijdens de afgelopen onderhandelingen haar partners zelfs tot wanhoop met haar volgehouden eis om jaarlijks in Brussel een internationale klimaatconferentie samen te roepen. Dan zou je denken dat het besef dat er iets moet gebeuren inmiddels diepgeworteld in de hoofden van onze bewindvoerders aanwezig is.
Dat is ook zo, tot het erop aankomt zelf een inspanning voor die doelen te leveren. Want dan is ieder excuus goed om te proberen eronderuit te komen. Het ene al valabeler dan het andere: ons land heeft inderdaad minder kustlijn dan andere lidstaten om windmolens op neer te poten, maar dat vergoelijkt niet dat er veel te weinig werk is gemaakt van een windmolenpark voor de Belgische kust. Andere argumenten zijn erg doorzichtig. Vanuit werkgevershoek wordt gewezen op een bijzonder groot kostenplaatje, maar wanneer heel Europa deze inspanning moet leveren, kun je niet argumenteren dat deze kostprijs concurrentieontwrichtend zou werken.
De dwingende Europese eis zou je immers net zo goed niet als een economische bedreiging kunnen zien, maar wel als een aansporing voor de ontwikkeling van nieuwe technologie, die bovendien ook groeimarkten opent voor energiebesparende producten en diensten bij particulieren.
Een goed criterium bij het beoordelen van de oprechtheid van politieke belijdenissen is in hoeverre de beleidsverantwoordelijken bereid zijn to put their money where their mouth is. Dat zullen we dus vandaag kunnen zien.
Uit: De Morgen - commentaarYves Desmet