De sluipmoord op de Vlaamse afvalrecyclage
Datum01/01/1970
Doorgoedele
Type
Afvalstoffen, Milieumanagement, Vlaanderen, Website


OPINIESTUK CHRISTOFFE DELATTER, VVSG
VERSCHENEN IN DE STANDAARD op 28 OKTOBER 2009

Onze regio stevent af op een overschot aan afvalovens, schrijft CHRISTOF DELATTER in een opiniestuk in De Standaard op 28 november 2009. Hij vreest dat de door de Vlaamse burger gesubsidieerde overcapaciteit ervoor zal zorgen dat er meer recycleerbaar afval verbrand wordt.

Momenteel circuleren in Vlaanderen niet minder dan zes voorstellen voor de bouw van nieuwe verbrandingsinstallaties

Afval is al lang niet zomaar afval meer. Het besef dat we met afvalverbranding en storten kostbare grondstoffen vernietigen, bestaat in Europa al van in de jaren zeventig. Toen gaf Europa de aanzet voor selectieve inzameling, voor de beruchte 'ladder van Lansink' waar voorkomen en recycleren boven storten en verbranden gaat. Tijden van crisis werken zuinig beheer van grondstoffen verder in de hand. Zo kiest het Vlaams regeerakkoord resoluut voor een verdere omslag van afvalbeleid naar 'materialenbeheer'. Dat is een duur woord voor 'de schaarse grondstoffen nog slimmer gebruiken'. Dankzij het gebruik van nieuwe technieken weegt een petfles bijvoorbeeld een stuk minder dan tien jaar geleden. Er is dus minder petroleum nodig voor één flesje. Andere fabrikanten bedenken een nieuwe stoel waarvan je de onderdelen kunt demonteren. De verschillende materialen die voor de stoel gebruikt zijn, zijn dan apart allemaal recycleerbaar. Slim ontwerpen en slim sorteren gaan hier hand in hand.

Enkele trends doorkruisen echter deze mooie intenties. Europa verplicht haar lidstaten om de grenzen open te stellen voor bedrijfsafval, ook als dat afval verbrand wordt. Grote tonnages beginnen hierdoor vrijelijk rond te bewegen op een brede markt. Dure fossiele energie zorgt voor dollartekens in de ogen: als petroleum te duur wordt, kan afval misschien een goedkope vervangende brandstof worden? Recent werd in Oostende wat men een 'biostoomcentrale' noemt geopend - eigenlijk niets anders dan een afvaloven - die zogenaamd als eerste in Vlaanderen energie maakt uit afval. Precies wat de Vlaamse intercommunales al decennia doen in hun eigen afvalverbrandingsinstallaties. Momenteel circuleren in Vlaanderen niet minder dan zes concurrerende voorstellen voor de bouw van nieuwe afvalverbrandingsinstallaties. Hetzelfde gebeurt in de ons omringende regio's. Terwijl niemand weet waar al dat afval dan vandaan moet komen. De Benelux en Duitsland stevenen recht af op een overcapaciteit aan afvalverbranding.

Het overschot aan verbrandingsinstallaties heeft een dubbel pervers effect. Omdat afvalverwerking een dure aangelegenheid is, lopen de financiële risico's bij een teveel aan installaties snel hoog op. Tegen die risico's dekken de eigenaars van de installaties zich in door zeer hoge tarieven op te leggen aan steden en gemeenten - en uiteindelijk dus de burger - voor huishoudelijk afval. Dat laat de installaties toe om op de wijde Europese markt dumpingtarieven te hanteren voor industrieel afval. De concurrentiepositie wordt met andere woorden versterkt op kosten van de gezinnen. Tegelijk werken dumpingtarieven voor verbranding de verleiding in de hand om deze installaties te vullen met afval dat eigenlijk voor recyclage bedoeld is. In Nederland bieden grote afvalbedrijven nu al dumpingtarieven aan voor verbranding. De recyclagesector ziet er materialen verdwijnen en trekt aan de alarmbel. In een 'brandbrief' wees de sector er de bevoegde ministers op de nefaste effecten van overcapaciteit voor afvalverbranding. Grote industriële groepen verstoren de markt door tijdelijk met 'wurgtarieven' te werken. Een buitenlands bedrijf steekt het niet langer onder stoelen of banken en schuimt vandaag de Belgische markt af op zoek naar afval voor verbranding voor lage prijzen. Financieel krijgen ze de zaak rond omdat ze de lage tarieven hier compenseren door veel hogere kosten aan te rekenen aan de belastingbetaler in Duitsland en Nederland.

Ecodumping

In Vlaanderen ligt er momenteel één concreet dossier voor waarbij een vergunning voor een nieuwe installatie al dan niet verleend zal worden. Opvallend: het is een dossier dat op geen enkele manier voldoet aan de vereisten van het Vlaamse afvalstoffenplan. Een plan dat nochtans kracht van wet heeft en bindend is voor de overheden. Met een vergunning voor deze installatie zou men niet alleen ingaan tegen het Vlaams beleid, het zou de overcapaciteit en de hierboven vermelde risico's alleen maar versterken.

We hebben vandaag in Vlaanderen voldoende kwalitatieve installaties die voldoen aan strenge milieunormen. En energie produceren. Onze gemeenten, onze bevolking, hebben geïnvesteerd in deze installaties, die nu al nauwelijks opgevuld raken. Dus waarom nog nieuwe ovens bouwen? Of willen we echt in de kaart spelen van grote groepen die de andere marktspelers wegconcurreren door - in eerste instantie - dumpingprijzen? En die op termijn wel de hogere prijs zullen bepalen?

De Europese context is wat hij is, maar we mogen van Vlaanderen tenminste verwachten dat ze assertief omspringen met wat ze wél in eigen handen hebben. Het niet langer vergunnen van nieuwe afvalovens is een keuze die Vlaanderen wel kan maken. Doet ze dat niet, dan komt recyclage en materialenbeheer op de helling te staan. En zal de overheid hebben meegewerkt aan ecodumping op rekening van de gezinnen.

CHRISTOF DELATTER

Commentaren

Nieuw commentaar posten

Zoeken