Agoria: “Milieu-impact en energieverbruik bedrijven daalt ondanks productiestijging” | |
| Datum | 20/10/2009 |
| Door | goedele |
| Type |
Duurzaam ondernemen, Energie, Milieu - algemeen, Milieu en economie, Milieumanagement, Nieuws, Vlaanderen, Website
|
40 procent minder luchtvervuiling, 40 procent minder fijn stof, 20 procent minder waterverbruik en 8 procent minder energieverbruik: van 2000 tot 2008 zijn de Vlaamse technologiebedrijven erin geslaagd hun milieu- en energieprestaties aanzienlijk te verbeteren en dat terwijl de productie in diezelfde periode met 11 procent toenam. Dat blijkt uit een grootschalige enquête van Agoria bij 163 Vlaamse bedrijven, samen goed voor om en bij de 60.000 werknemers.
Agoria, de federatie van de technologische industrie, voert al sinds 1995 elke drie jaar een enquête naar de milieu- en energieprestaties bij de technologiebedrijven, grote bedrijven en KMO’s in het Vlaams gewest. Er werd gepeild naar de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, de afvalstromen, het watergebruik, het afvalwater en bodemverontreiniging. Daarnaast wordt ook de energiebehoefte en de energiefactuur bekeken. De bedrijven die antwoordden, zijn goed voor een representativiteit van 58 procent van de tewerkstelling van de geënquêteerde bedrijven.
Zowel voor de uitstoot van de niet-methaanhoudende vluchtige organische stoffen (VOS), zwaveldioxide (SO2), stikstofoxides (NOx) en fijn stof schommelt de daling rond de 40 procent sinds het begin van de eeuw. Voor de uitstoot van de VOS en SO2 zal ons land de Europese doelstellingen in 2010 halen. De industrie behaalt quasi de Europese doelstellingen voor NOx-uitstoot, maar de verdieselijking van ons wagenpark doet die prestaties grotendeels teniet. Daardoor zullen we de Europese doelstellingen van 2010 niet halen.
De hoeveelheid bedrijfsafval blijft de laatste jaren vrij constant. Specifieke afvalstromen als bijvoorbeeld schroot, afvalolie, koel- en oplosmiddelen, verfresten en waterzuiveringsslib zijn sinds 1995 met 22 procent gedaald.
Sinds 2000 daalt het waterverbruik met 20 procent. Het waterverbruik daalt de laatste jaren niet spectaculair meer, maar het duurzaam gebruik stijgt wel: het aandeel van regenwater is goed voor 12 procent van het watergebruik en 11 procent van het water is gerecupereerd.
Vlaanderen loost jaarlijks ongeveer 247 miljoen m3 bedrijfsafvalwater, een cijfer dat de laatste jaren vrij constant blijft. Het ligt amper 4 procent lager dan in 1999. In de technologische industrie zijn de resultaten beter: in 2008 ligt het geloosde debiet 16 procent lager dan in 1999. 61 procent van de technologiebedrijven beschikt over een volledig of gedeeltelijk gescheiden rioleringsstelsel.
Meer dan 70 procent van de technologiebedrijven hebben een beschrijvend bodemonderzoek nodig. In 77 procent van de gevallen leidt dit beschrijvend bodemonderzoek tot een saneringsproject. Deze cijfers liggen een stuk hoger dan het Vlaams gemiddelde. In de technologische industrie leidt een aanzienlijk groter deel van de risicogronden tot een saneringsproject. Bij 95 procent dateert de aanvang van de verontreiniging van vóór 1995; bij 69 procent heeft de verontreiniging een uitsluitend historisch karakter.
Sinds 2000 is het energieverbruik van de technologische industrie gedaald met 8,4 procent. Dat is opmerkelijk, want de productie nam in diezelfde periode toe met 11 procent. Met andere woorden, de bedrijven werden flink energie-efficiënter. Jammer genoeg merkt de technologische industrie dit wel niet op haar energiefactuur. Sinds 2000 is de gemiddelde energieprijs voor de technologische industrie met 65 procent gestegen.
Door de economische crisis en de daarbij gepaarde productiedaling, vertraagt de verbetering van de energie-efficiëntie wel in 2008. Bij de meest energie-intensieve bedrijven is er zelfs een lichte terugval. De productiedaling leidt niet tot een evenredige daling van het energieverbruik. De productieprocessen werken immers niet op de optimale schaal, terwijl er wel verder verwarmd en verlicht moet worden.
De daling van het energieverbruik zorgt ook voor een vermindering van de CO2-uitstoot. Sinds 2000 zijn de CO2-emissies van de technologische industrie (rechtstreeks en indirect) gedaald met 11,5 procent.
De marktprijzen van elektriciteit zijn in de eerste helft van 2009 sterk teruggevallen. De lagere olie- en gasprijzen en de daling van de vraag naar elektriciteit hebben hiertoe bijgedragen. Veel ondernemingen kunnen van deze daling echter niet onmiddellijk profiteren omdat zij nog gebonden zijn aan een contract met een vaste prijs. Ook het wegvallen van de Eliataks zorgt voor een lagere elektriciteitsprijs voor middelgrote en kleine industriële verbruikers. Voor de volgende jaren verwachten we dat de elektriciteitsprijs opnieuw stijgt als de economie weer aantrekt. Ook de taksen en meerkosten, vooral die voor de financiering van groene stroom en WKK, stijgen verder.
Administratieve vereenvoudiging blijft een hoofdthema voor de leden van Agoria. “Nog steeds moeten gegevens worden verstrekt waarover de overheid al beschikt, zoals bijvoorbeeld de kadastrale plannen bij een vergunningsaanvraag of nog de afvalstofgegevens,” legt Wilson De Pril, directeur-generaal van Agoria Vlaanderen uit.
Volgend jaar moet een beslissing genomen worden rond de verlenging van de Richtlijn Nationale Emissieplafonds. Agoria dringt erop aan dat Vlaanderen een actieve Europese rol speelt om na 2010 realistische doelstellingen vast te leggen. De verdeling van de inspanningen over de 27 Europese lidstaten moet rekening houden met de werkelijke reductiemogelijkheden die elke lidstaat nog heeft en dit moet op de goedkoopst mogelijke manier gebeuren.
Agoria roept de Vlaamse regering ook op om maatregelen te nemen om investeringen in energie-efficiëntie te ondersteunen. De Pril: ”De opbrengst van de veiling van de CO2-emissierechten na 2012 moet maximaal ten goede komen aan de industrie. Een deel van deze opbrengsten kan worden aangewend worden om de verbetering van de energie-efficiëntie in de industrie te ondersteunen.” Ondertussen moet de oprichting van een groen investeringsfonds en een Vlaams Energiebedrijf, zoals voorzien in het Vlaams regeerakkoord, daar ook toe bijdragen. Agoria vraagt dat de Vlaamse regering bij de ondersteuning van groene stroom rekening houdt met de impact op de energierekening en elke oversubsidiëring vermijdt.
De prijsschommelingen op de energiemarkt blijven groot. De marktwerking is nog verre van optimaal. De Pril: “Vlaanderen moet zorgen voor een betere bevoorrading door investeringen in productie-eenheden te bevorderen. Hiervoor is een vlotter vergunningsbeleid nodig voor hernieuwbare energie en nieuwe centrale productie-eenheden.”
Tot slot vraagt de technologiefederatie dat de overheid tussenkomt in de saneringskosten van bodemverontreinigingen. “De sanering van de bodemverontreiniging uit het verre verleden dreigt heel wat Vlaamse KMO’s zuur op te breken. De factuur loopt vaak op tot boven de één miljoen euro. Twee derde van de verplichte bodemsaneringen is echter historisch of niet veroorzaakt door de huidige eigenaars. Hoog tijd dus dat de Vlaamse overheid de saneringskosten cofinanciert, zoals dat ook reeds het geval is in Nederland.”
Het volledige rapport met de resultaten en beleidsaanbevelingen is ook te consulteren op www.agoria.be/milieu-energie.
Commentaren
Nieuw commentaar posten