Schauvliege wil op korte termijn Vlaams Klimaatfonds oprichten
Datum13/12/2011
Dooradmin
Type
Klimaat, Milieubeleid - overheid, Nieuws, Vlaanderen, Website
Bookmark and Share

Het Rekenhof bezorgde haar verslag over het beleid van Vlaanderen inzake het gebruik van de "flexibiliteitsmechanismen" van het Kyotoprotocol aan het Vlaams Parlement. Het Rekenhof gaat in op de duurzaamheid van de rechten die de Vlaamse Regering via internationale klimaatfondsen verwerft en op de vraag of de voorziene middelen zullen volstaan. Vlaams minister Schauvliege stelt voor op korte termijn een eigen Vlaams Klimaatfonds op te richten dat met onder meer de opbrengsten van de veiling van emissierechten gespijsd kan worden.

Evaluatie Vlaamse aankoop emissierechten

Om de Kyotodoelstelling te halen, kan de Vlaamse overheid emissie-reducties realiseren langs buitenlandse projecten. De Vlaamse Regering heeft geen welomlijnde strategie ontwikkeld om die flexibiliteitsmecha-nismen in te zetten. Voor de verwerving van emissierechten zijn in Vlaanderen drie diensten actief, wat heeft geleid tot een versnipperde en weinig efficiënte beleidsuitvoering. Volgens het Rekenhof hebben de Vlaamse beleidsdocumenten en regelgeving onvoldoende eigen specifieke selectiecriteria gedefinieerd om de verschillende projecten te beoordelen. De Vlaamse Regering heeft sinds 2005 voornamelijk voor de multilaterale klimaat-fondsen gekozen. Door het gebrek aan strategie en door de afwachten-de houding van de regering is de reductiekloof tot nu toe grotendeels onopgevuld.

Om te voldoen aan het Kyotoprotocol, dient Vlaanderen zijn uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 te verminderen met 5,2%. Als aanvulling op interne reducerende maatregelen, bijvoorbeeld op het vlak van transport of gebouwen, kan de Vlaamse overheid gebruikmaken van flexibiliteitsmechanismen. Die bieden de mogelijkheid emissierech-ten te verwerven die voortkomen uit emissiereducerende projecten in het buitenland. Naast projectgebonden mechanismen is er emissiehan-del mogelijk, waarbij overschotten aan emissierechten worden overge-kocht van andere Kyotopartijen.

De Vlaamse Regering moet haar klimaatbeleid uitstippelen in een onze-kere omgeving: zowel de evolutie van de broeikasgasuitstoot als het post-Kyoto-kader zijn onbekend en de prijsschommelingen op de kool-stofmarkt zijn onvoorspelbaar. Een degelijk kader is dan ook vereist om een doelmatige inzet van de flexibiliteitsmechanismen te garanderen. De klimaatbeleidsdocumenten geven echter geen duidelijk beeld van het gevoerde en geplande beleid. Evenmin worden beleidsscenario's uitgewerkt die zijn afgestemd op de verschillende risico's. Ook het regelgevend kader heeft een aantal strategische elementen onvoldoende uitgewerkt. Vlaanderen beschikt niet over een eigen set van voldoende gedefinieerde criteria, o.a. inzake duurzame ontwikkeling en additionaliteit, om emissiereducerende projecten te beoordelen. Ook het begrip supplementariteit is onvoldoende bepaald, waardoor het aan-vullende karakter van de flexibiliteitsmechanismen niet kan worden na-gegaan. Het financiële kader voorziet niet in de vooropgestelde jaarlijk-se middelen. Noch de financiering voor de nog aan te kopen emissie-rechten, noch de financieringskanalen zijn transparant. Op organisato-risch gebied ten slotte is er een versnippering van de beleidsuitvoering tussen het departement LNE, het departement EWI en PMV.

Inzet van flexibiliteitsmechanismen

Voor de aankoop van emissierechten heeft de Vlaamse overheid de keuze tussen verschillende verwervingskanalen. Sinds 2005 heeft zij te eenzijdig ingezet op deelname in multilaterale koolstoffondsen. De na-delen van dat kanaal, namelijk het risico op onderlevering en de geringe impact op de projectkeuze, worden onvoldoende gecompenseerd door de inzet van andere kanalen. Voor de emissiehandel heeft de Vlaamse overheid zichzelf o.a. als voorwaarde gesteld een afweging te maken ten opzichte van binnenlandse maatregelen, maar dit is bij gebrek aan een sluitende kostenberekening niet realiseerbaar. Bij zijn verwervings-beleid heeft het Vlaams Gewest de verwervingsregels grotendeels ge-volgd.

Tussen 2006 en het voorjaar van 2011 heeft het Vlaams Gewest (al dan niet via PMV) emissierechten opgekocht met een verwachte opbrengst van 2,5 à 3,1 Mton CO2-eq, terwijl er een reductiekloof is van 18,9 Mton CO2-eq. Dat betekent dat nog 84 tot 87% van de reductiekloof moet worden overbrugd. Gezien de prijsschommelingen op de koolstofmarkt en het belang van goed en voorzichtig budgettair beheer, is het raad-zaam over te gaan tot een stapsgewijze aankoop van emissierechten.

Rapportering en evaluatie

De Vlaamse overheid voorziet in een tussentijdse rapportering over de inzet van flexibiliteitsmechanismen, maar die is onvolledig. De huidige beleidsindicatoren lenen zich niet voor een afdoende beleidsevaluatie.

Antwoord van de minister

De minister van Leefmilieu ging in haar antwoord uitvoerig in op een aantal punten van het verslag van het Rekenhof, andere punten kwa-men minder of niet aan bod. De minister heeft twijfels bij het nut van eigen Vlaamse kwaliteitscriteria inzake duurzame ontwikkeling en addi-tionaliteit. Het Rekenhof is niettemin van oordeel dat aanvullende criteria nuttig zijn voor de continuïteit in de tijd en de afstemming tussen actoren en over verwervingskanalen heen kunnen bevorderen. Het voornemen van de minister om in de toekomst bepaalde projectcategorieën uit te sluiten, is een stap in die richting. Op dit moment acht de minister het niet opportuun dat het Vlaams Gewest de rechten, aangekocht door PMV, overneemt en onderzoekt ze nog andere opties. Dit bemoeilijkt nog de raming van de middelen die het Vlaams Gewest effectief zal moeten inzetten om de Kyotodoelstelling te halen.

Minister Schauvliege stelt duidelijk dat voor het aankoopbeleid van emissierechten de internationale voorwaarden op het vlak van duurzame ontwikkeling worden toegepast. Voor de koolstoffondsen screent een multidisciplinair team van experten de projecten. Ervaring wijst uit dat de beoordeling telkens zeer grondig gebeurt, zowel op ecologisch, als op sociaal en financieel-economisch vlak. Dat gebeurt aan de hand van een set van performante indicatoren. Vanwege die internationale expertise zou een eigen bijkomende Vlaamse screening een verspilling van middelen en inspanningen zijn.

Financieel kader

Het Rekenhof meent ook dat het financieel kader niet de nodige middelen zou voorzien. Bij een herevaluatie in mei 2011 van de Vlaamse verwervingsdoelstelling voor de Kyotoperiode is de raming van de resterende aankoopbehoefte naar boven bijgesteld. De reden is eenvoudig: er is nieuw en accurater cijfermateriaal beschikbaar, de rekenmethodieken worden steeds verder verfijnd en er is rekening werd gehouden met een aantal recente externe evoluties.

De minister heeft haar administratie toen de opdracht gegeven een kosten- en milieu-efficiënte strategie voor het overbruggen van dit resterende tekort uit te tekenen. Binnen de huidige budgettaire situatie wil de minister de mogelijkheden in kaart  brengen om het surplus aan Europese emissierechten in de Vlaamse toewijzingsreserve voor nieuwkomers (nieuwe bedrijven) te valoriseren in de vorm van voor overheden aanwendbare emissiekredieten.

Deze nieuwkomersreserve was eerst aangelegd om installaties die in de periode 2008-2012 nieuw onder het Europese emissiehandelssysteem zouden vallen, van gratis emissierechten te voorzien. Door de economische groeivertraging heeft die nieuwkomersreserve evenwel een substantieel overschot. Dit overschot vertegenwoordigt een financiële waarde die het Vlaams Gewest wil gebruiken om bijkomende emissiekredieten te verwerven. Die emissiekredieten kan het Vlaamse Gewest vervolgens inbrengen om aan haar Kyotoverplichting te beantwoorden.

In functie van de ingezette instrumenten en de prijsevoluties op de Europese en internationale koolstofmarkt moet op de Vlaamse begroting eventueel nog een beperkt bijkomend budget gereserveerd worden. Die middelen moeten alleszins milieu- en kostenefficiënt worden ingezet.

Vlaams Klimaatfonds

Met het oog op de toekomst stelt Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege de oprichting van een eigen Vlaams Klimaatfonds voor. Dat Vlaams Klimaatfonds moet gespekt worden met o.m. de opbrengsten uit de veiling of de verkoop van emissierechten.

De middelen uit het Vlaams Klimaatfonds kunnen dan gebruikt worden voor het aanscherpen van het intern Vlaams klimaatbeleid - dit blijft de belangrijkste bekommernis - en voor de aankoop van emissiekredieten en voor de Vlaamse bijdragen aan internationale klimaatfinanciering.

De minister zal daarom in 2012, een nieuw Vlaams Klimaatplan 2013-2020 voorleggen aan de Vlaamse Regering. Dat Vlaams Klimaatplan 2013-2020 zal een doorgedreven en ambitieuze interne mitigatiestrategie bevatten met maatregelen om de klimaatverandering tegen te gaan. Een tweede luik, het Adaptatieplan, zal maatregelen
uitwerken om Vlaanderen aan te passen aan de verwachte klimaatverandering.

Vlaams minister Joke Schauvliege: "De inzet van flexibiliteitsmechanismen wordt permanent gemonitord. Dit gebeurt, zoals het Rekenhof zelf zegt, in een "onzekere en risicovolle omgeving". Ondanks de grillige omstandigheden gaan wij onze verantwoordelijkheid niet uit de weg. Vandaar mijn voorstel dat Vlaanderen zelf zijn eigen Klimaatfonds op poten zou zetten."

Fichier attachéTaille
2011_Rekenhof_flexibiliteitsmechanismen.pdf214.2 Ko

gerelateerde artikelen

Commentaires

Poster un nouveau commentaire

Recherche