Geopolitiek van de hernieuwbare energie van 2010 tot 2020: uitdagingen en opportuniteiten voor Vlaanderen
Datum27/03/2011
Doorgoedele
Type
Download, Energie, Vlaanderen

Dit onderzoek is het derde in de reeks van geopolitieke omgevingsanalyses uitgebracht door het onderzoeksluik ‘Europese en Mondiale Verhoudingen' van het Steunpunt Buitenlands Beleid. Deze reeks heeft tot doel actuele geopolitieke vraagstukken in kaart te brengen, en hun consequenties te onderzoeken voor het Vlaams buitenlands beleid - rekening houdende met de Belgische, Europese en mondiale context. Deze studie draagt als titel ‘Geopolitiek van de Hernieuwbare Energie van 2010 tot 2020: uitdagingen en opportuniteiten voor Vlaanderen'. Zij bouwt verder op en vormt tegelijkertijd het spiegelbeeld van een eerderer studie, welke handelde over de ‘Geopolitiek van de  Energie: de uitdaging Rusland' (2008), over conventionele energie en energie-efficiëntie.

In deze studie gaan we dieper in op wat ooit zou moeten uitgroeien tot de toekomst van de energiemix van Vlaanderen; de hernieuwbare energie. Parallel aan dit onderzoek werd aan het Steunpunt Buitenlands Beleid door collega Ferdi De Ville (UGent) ook een andere studie verricht over de ‘Belangen en uitdagingen voor Vlaanderen in handel in hernieuwbare energiegoederen en -diensten'.

Hernieuwbare energie is een exclusief gewestelijke beleidsmaterie binnen de context van de Belgische federatie. Nochtans kan men vaststellen dat het heden nog een zeer onuitgekristalliseerde dimensie vormt binnen het Vlaams buitenlands beleid. De hernieuwbare energie vormt een uiterst strategisch beleidsdomein, zowel gezien vanuit het huidige mondiale klimaatdebat als vanuit de aanhoudende economische crisis.

Investeren in hernieuwbare energie betekent zelf eigen knowhow ontwikkelen die later ook naar het buitenland toe gevaloriseerd kan worden, het genereert tevens lokale en duurzame werkgelegenheid, en het zorgt ervoor dat in een wereld van steeds schaarser wordende energie de financiële middelen in de eigen economie verankerd worden.

Niettemin behoren ook participaties in Europese en macro-regionale projecten tot de mogelijkheden. Twee omgevingsfactoren dwingen het beleid tot meer aandacht voor de interne en de externe dimensie van de hernieuwbare energie. Ten eerste is er de structurele toename van de energievraag van de zich ontwikkelende wereld (Azië, Latijns-Amerika, Afrika) ten opzichte van slinkende voorraden van conventionele energie (olie, aardgas en steenkool). Ten tweede is er de toenemende internationale ongerustheid, in het bijzonder deze zoals uitgedrukt door het Internationale Klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC), dat het verbranden van conventionele energie een belangrijke factor is in de toenemende klimaatopwarming. Dit op zich heeft desastreuze effecten van milieudegradatie en een afnemende biodiversiteit tot gevolg. Met andere woorden; het beleid moet nieuwe keuzes maken qua energiemix.

Dat hernieuwbare energie een strategisch investeringsdomein is, werd ook duidelijk onderschreven in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord van 13 juli 2009:

"Bij het begin van deze legislatuur stellen we een meerjarig investeringsplan op. We willen prioritair investeren in een meer hernieuwbare energievoorziening, innovatieve economie, mobiliteitsinfrastructuur, schoolgebouwen en in zorginfrastructuur. We zorgen ervoor dat de procedures voor het verkrijgen van vergunningen sneller worden afgerond. Deze regering voert Vlaanderen in Actie uit om de toekomst te winnen."

In het kader van het meerjarige investeringsplan rond hernieuwbare energievoorziening vermeldt het Vlaamse Regeerakkoord drie aandachtspunten; energiebesparingen en energie-efficiëntie stimuleren, er actief voor zorgen dat we de doelstellingen voor hernieuwbare energie kunnen bereiken én windmolenparken op de Noordzee faciliteren.

Belangwekkend is bovendien dat de Vlaamse overheid ernaar streeft om de "huidige  participaties in hernieuwbare energiebedrijven om te vormen tot een Vlaams energiebedrijf". In dit kader zal worden onderzocht welke structuur de meest wenselijke is voor dat energiebedrijf. Het Vlaamse energiebedrijf zal participeren in groene energieproductie en in verschillende vormen van investeringen voor energiebesparing. De overheid zal trachten de voorwaarden te creëren zodat in Vlaanderen een slim elektriciteitsnetwerk tot stand komt, aangepast aan een meer decentrale productie.2 Hernieuwbare energie zal overigens ook nieuwe kansen bieden voor de Vlaamse land- en tuinbouw.

Tevens vermeldt het Vlaamse Regeerakkoord terecht de implementatie van de Europese richtlijn rond hernieuwbare energie, in uitvoering van het Europese klimaat- en energiepakket 2020. De Europese beleidsafspraken dienen vertaald te worden naar Vlaamse beleidsmaatregelen. Zo zullen de doelstellingen voor de productie van groene energie ‘stroomopwaarts' bijgesteld worden. Tevens moet Vlaanderen een substantiële bijdrage leveren aan de doelstellingen die door de Europese Commissie aan de Belgische federatie werden opgelegd om tegen 2020 13% hernieuwbare energie in de energiemix te realiseren. Het Vlaamse Regeerakkoord vermeldt tevens de stimulering van nieuwe generaties biobrandstoffen om de vooropgezette doelstellingen te halen. Tegen 2012 moet Vlaanderen een eigen klimaatbeleidsplan 2013-2020 opstellen, in overleg met het middenveld, om de oorzaken en de gevolgen van de klimaatsopwarming aan te pakken.

Het Europese klimaatbeleid, het Vlaamse klimaatsbeleidsplan 2006-2012 en haar voortgangsrapporten zijn daarbij een leidraad voor het gehele Vlaamse beleid en worden verder uitgevoerd in alle beleidsdomeinen.

Het is duidelijk dat er in Vlaanderen in toenemende mate aandacht wordt besteed aan hernieuwbare energie. Niettemin is elk beleid maar pas succesvol als het de interne uitdagingen en doelstellingen in overeenstemming kan brengen met de externe geoeconomische en geopolitieke context. Deze studie wil daartoe een aanzet geven.

Hieronder vindt u de beleidsaanbevelingen van het rapport. Download hier het volledige rapport.

Recherche