Europa 2020 - kerninitiatief InnovatieUnie | |
| Datum | 12/12/2011 |
| Door | admin |
| Type |
Download, Europa, Milieu - algemeen
|
In een tijd waarin de begrotingsmiddelen beperkt zijn, er omvangrijke demografische veranderingen plaatsvinden en de concurrentie wereldwijd toeneemt, hangen het concurrentievermogen van Europa, onze capaciteit om miljoenen banen te creëren ter vervanging van de banen die tijdens de crisis verloren zijn gegaan en, in het algemeen, onze toekomstige levensstandaard af van ons vermogen vaart te zetten achter de innovatie in goederen, diensten en sociale en ondernemingsprocessen en -modellen. Daarom is innovatie centraal geplaatst in de Europa 2020-strategie. Innovatie is ook ons beste middel om maatschappelijke uitdagingen, zoals de klimaatverandering, de energie- en grondstoffenschaarste, gezondheid en vergrijzing, die met de dag urgenter worden, met succes aan te pakken.
Europa heeft geen tekort aan potentieel. Wij hebben onderzoekers, ondernemers en ondernemingen van wereldklasse en dankzij onze waarden, tradities, creativiteit en diversiteit unieke troeven. Wij zijn hard op weg de grootste binnenmarkt ter wereld te creëren. Ondernemingen en maatschappelijke organisaties uit Europa spelen een actieve rol in opkomende economieën en ontwikkelingslanden over de gehele wereld. Veel innovaties die de wereld veranderden, zijn uit Europa afkomstig. Maar we kunnen - en we moeten - het nog veel beter gaan doen. In een snel veranderende wereldeconomie moeten we onze troeven uitspelen en onze zwakke punten energiek uit de weg ruimen:
- onvoldoende investeringen in onze kennisbasis. Andere landen, zoals de VS en Japan,investeren veel meer dan wij en China is een inhaalslag begonnen;
- onbevredigende raamvoorwaarden, zoals slechte toegang tot financiering, hoge kosten voor intellectuele-eigendomsrechten, trage normalisering en een niet-doelmatig gebruik van overheidsopdrachten. Dit is een ernstige handicap wanneer ondernemingen ervoor kunnen kiezen te investeren en onderzoek te laten verrichten in tal van andere delen van de wereld;
- te veel fragmentatie en kostbaar dubbel werk. Wij moeten onze middelen efficiënter uitgeven en een kritische massa zien te bereiken.
De grootste uitdaging voor de EU en haar lidstaten is wellicht te kiezen voor een veel strategischer aanpak van de innovatie, waarbij innovatie het overkoepelende beleidsdoel voor de middellange en lange termijn is, alle beleidsinstrumenten, maatregelen en financiering zo ontworpen zijn dat zij aan de innovatie bijdragen, het beleid van de EU en de lidstaten en regio's nauw op elkaar zijn afgestemd en elkaar wederzijds versterken, en, lest best, het hoogste politieke niveau een strategische agenda vaststelt, regelmatig toezicht houdt op de gemaakte vorderingen en in geval van vertragingen maatregelen neemt.
Met de Innovatie-Unie wordt zo'n doortastende, geïntegreerde en strategische aanpak voorgesteld, waarbij onze troeven op een nieuwe, productieve wijze worden gebruikt en versterkt, zodat de economische basis voor onze levenskwaliteit en ons sociale model ondanks de vergrijzing van onze bevolking behouden blijft. Doorgaan alsof er niets aan de hand is, betekent dat we gaandeweg onze concurrentievoordelen verliezen en de geleidelijke neergang van Europa voor lief nemen.
Om de Innovatie-Unie tot stand te brengen, zijn de volgende maatregelen noodzakelijk:
1. ook in tijden van budgettaire beperkingen moeten de EU en de lidstaten blijven investeren in onderwijs, O&O, innovatie en ICT. Dergelijke investeringen moetenwaar mogelijk niet alleen beschermd worden tegen bezuinigingen, maar moeten juist toenemen;
2. dit moet hand in hand gaan met hervormingen, teneinde meer waarde voor zijn geld te krijgen en fragmentatie tegen te gaan. De onderzoeks- en innovatiesystemen van de EU en de lidstaten moeten beter op elkaar worden afgestemd en hun prestaties moeten beter worden;
3. onze onderwijssystemen moeten op alle niveaus worden gemoderniseerd. Excellentie moet hierbij in nog sterkere mate het leidende beginsel worden. Wij hebben meer universiteiten van wereldklasse nodig, moeten de lat voor vaardigheden hoger leggen en toptalenten uit het buitenland aantrekken;
4. onderzoekers en innovatoren moeten overal in Europa net zo gemakkelijk
kunnen werken en samenwerken als in hun eigen land. De Europese
Onderzoeksruimte moet binnen vier jaar zijn voltooid, waardoor een kader
voor een werkelijk vrij verkeer van kennis ontstaat;
5. de toegang tot de EU-programma's moet worden vereenvoudigd en hun
hefboomeffect op de investeringen door de particuliere sector moet met behulp
van de Europese Investeringsbank worden vergroot. De rol van de Europese
Onderzoeksraad moet worden versterkt. De bijdrage van het kaderprogramma
aan de stimulering van snel groeiende kleine en middelgrote ondernemingen
moet veel groter worden. Het Europees Regionaal Ontwikkelingsfonds moet ten
volle worden benut voor de ontwikkeling van onderzoeks- en
innovatiecapaciteiten in heel Europa op basis van slimme regionale
specialisatietechnologieën;
6. ons onderzoek moet meer innovatie opleveren. De samenwerking tussen de
academische wereld en het bedrijfsleven moet worden vergroot en gestimuleerd,
terwijl belemmeringen uit de weg moeten worden geruimd;
7. de resterende belemmeringen voor ondernemers om ideeën op de markt te
brengen, moeten uit de weg worden geruimd: betere toegang tot financiering,
vooral voor het midden- en kleinbedrijf, betaalbare intellectueleeigendomsrechten,
intelligentere en ambitieuzere voorschriften en doelen,
snellere vaststelling van interoperabele normen en en strategisch gebruik van
onze enorme inkoopbudgetten. Als eerste stap zou nog voor het eind van het
jaar overeenstemming over het EU-octrooi moeten worden bereikt;
8. er moeten Europese innovatiepartnerschappen van de grond komen om het
onderzoek naar en de ontwikkeling en het op de markt brengen van innovaties
op het gebied van belangrijke maatschappelijke uitdagingen te versnellen,
deskundigheid en middelen te bundelen en het concurrentievermogen van de
industrie in de EU te stimuleren. Hierbij moet begonnen worden op het gebied
van gezond ouder worden;
9. onze troeven op het gebied van design en creativiteit moeten beter worden
geëxploiteerd. Wij moeten strijden voor sociale innovatie. Wij moeten zorgen
voor een beter begrip van de innovatie door de overheid, succesvolle initiatieven
vaststellen en daar ruchtbaarheid aan geven, en benchmarks voor de
beoordeling van vorderingen vaststellen;
10. wij moeten beter samenwerken met onze internationale partners. Dit betekent
dat wij toegang tot onze O&O-programma's moeten bieden en erop moeten
toezien dat het buitenland vergelijkbare voorwaarden biedt. Ook houdt dit in
dat de EU waar nodig een gezamenlijk front moet vormen om onze belangen te
beschermen.
Dit is in wezen waar het bij de Innovatie-Unie om draait. De baten zullen aanzienlijk zijn:
recente schattingen laten zien dat, wanneer wij ons doel van 3% van het bbp voor O&O in
2020 halen, 3,7 miljoen banen kunnen worden gecreëerd en het bbp per jaar in 2025 met bijna
800 miljard euro kan toenemen
.
Om de Innovatie-Unie tot stand te brengen, is de
voortdurende volle steun van de Europese raad, het Europees Parlement, de regeringen van de
lidstaten, het bedrijfsleven, openbare instanties, onderzoekers en de burgers nodig.
Met de Innovatie-Unie hebben wij een visie, een agenda, een duidelijke taakverdeling en
uitgebreide toezichtprocedures. De Europese Commissie zal doen wat nodig is om de
Innovatie-Unie tot een realiteit te maken.